Mini

Hij is uit duizenden te herkennen, de Mini. Deze derde generatie van de ‘new’ Mini is een stuk groter dan de vorige en veel volwassener. 

Tekst: Bart van den Acker

 

 

Tegenwoordig zijn nieuwe modellen zo ontworpen dat een voetganger of fietser in geval van een aanrijding een relatief zachte landing maakt op de motorkap. De nieuwste Mini is ontworpen rondom deze ‘grotere’ motorkap-nieuwe-stijl, waarbij het opmerkelijk is dat het qua proporties nog steeds een échte Mini is gebleven.

06-2014p065Prijs vanaf €  18.495,-  VvAA Lease vanaf € 407,86  Bijtelling 20-25%

Het resultaat is even speels als altijd, van die guitige hoefijzervormige dagrijverlichting via het vlakke dak tot de korte achterkant. Dit ontwerp heeft – opnieuw – de fun-factor die hoort bij een Mini. Een ‘standaard’ Mini is er niet, iedereen kan zijn eigen versie samenstellen. Naast keuze uit vier motoren, elk met een eigen basisuitrusting, is er een flink aanbod accessoires. Bovendien zijn de mogelijke kleuren en combinaties, voor zowel binnen als buiten, bijna oneindig, en kunnen kopers zelfs kiezen uit wel elf verschillende soorten wielen.

‘Iedereen kan zijn eigen Mini samenstellen’

Het instrumentarium zit zowel achter het stuur als in het midden van het dashboard. De instrumenten achter het stuur zijn niet echt goed afleesbaar, maar ze bewegen wel mee met het stuur als je dat in de hoogte verstelt. Knopjes, schakelaars: het ziet er allemaal leuker uit dan in andere auto’s. Soms is het wel even zoeken hoe het werkt. In het midden van het dashboard zit een rond paneel – formaat soepbord – met daarin het display voor audio, airco, navigatie, enzovoort. Dat is te bedienen door middel van een module tussen de voorstoelen (iDrive, bekend van BMW). Die werkt perfect. In de testauto zitten de sportstoelen geweldig, mits je niet al te breed van postuur bent. Dankzij de hoogteverstelling kun je ook heel láág zitten.

Achterin doet de Mini zijn naam eer aan; als volwassene voel je je op de achterbank als het spreekwoordelijke sardientje, en voordat je een-maal zit (als je dat al lukt), moet je je in heel wat bochten wringen. Klein lichtpuntje: de krappe bagageruimte (net 200 liter) is wel mooi afgewerkt.

Per versie is er een andere motor. Ik reed de Mini Cooper met 1,5 liter driecilinder. Daarmee is het wel een vlotte auto, al is de trekkracht net boven stationair zó gering dat de motor een paar keer afsloeg. Het geluid is herkenbaar driecilinder, maar dat vond ik niet storend. Met gebruik van cruise control en de ‘green mode’ reed ik met gemak 1 op 15, wat heel netjes is. Het rijcomfort is echter beperkt. Er is keuze uit drie instellingen voor vering/schokdemping, variërend van heel stug tot keihard. Het past bij de auto, maar je moet er wel van houden.

Conclusie: ik verwacht dat ook deze nieuwe Mini weer goed verkocht gaat worden. Hij is leuk en nieuw, en toch helemaal zichzelf gebleven. Dat deze Mini binnenkort in Nederland wordt gebouwd, geeft misschien nog een extra impuls aan de verkoop in ons land.