Nog altijd hotelier

In Arts en Auto staan geregeld verhalen over collega’s die een bijzondere uitdaging aangingen of iets ingrijpends meemaakten. In deze serie blikken ze kort terug en vertellen hoe het nu met hen gaat. In deze tweede aflevering: psychiater Paul Zonneveld en zijn partner Rob Franken, die in 2010 een hotel openden in de Ardennen.

In 2011 poseren psychiater Paul Zonneveld en zijn partner Rob Franken op de trappen van hun hotel in het kleine Belgische plaatsje Arbrefontaine. De twee hebben er dan net hun eerste jaar als hoteleigenaar opzitten. Inmiddels zijn ze elf jaar en  duizenden gasten verder. “Dit avontuur heeft ons aardig wat gekost, maar ook héél veel gebracht.”

Tekst: Monique Bowman | Beeld: privé

Het Belgische hotelverhaal van psychiater Paul Zonneveld en fysicus Rob Franken begint goed beschouwd eind jaren negentig, tijdens een reis door Engeland. De eigenaresse van de b&b waar de twee op dat moment logeren, vertelt over de interessante mensen uit binnen- en buitenland die haar pad kruisen. Haar enthousiasme werkt aanstekelijk; ze zet de mannen aan het denken of zoiets ook iets voor hun zou zijn. En misschien is het tevens een aardige belegging voor later. 

Een paar maanden daarna brengen Zonneveld en Franken een weekend in de Ardennen door. Ze realiseren zich dat de ideale locatie voor hun prille plan praktisch in hun achtertuin ligt. Vanuit hun woonplaats Deurne is het immers maar twee uur rijden naar dit deel van België, waar de huizenprijzen bovendien ook nog eens lager dan in Nederland liggen.

‘Anderen hebben kinderen, wij een hotel’

Eén pand doet tijdens een bezichtiging hun hart sneller kloppen. Het is een vervallen gebouw van rond de eeuwwisseling dat in de Tweede Wereldoorlog dienst deed als noodhospitaaltje. De vraagprijs: 360 duizend euro. Uiteindelijk lukt het ze om de financiering voor de aankoop en renovatie van het pand (waar ze ruim vijf ton voor nodig denken te hebben), rond te krijgen. In de tien jaar dat ze het pand (laten) verbouwen, leren ze de vaardigheden van Waalse ambachtslieden steeds meer waarderen. En keren ze geregeld heel wat euro’s lichter terug van de antiekmarkt van Tongeren, waar ze inmiddels een bekende verschijning zijn. 

In het najaar van 2010 is het eindelijk zover: hun tot in de puntjes gerestaureerde, geheel in de stijl van de vorige eeuwwisseling ingerichte hotel La Maison de Maître, opent de deuren. De dagelijkse leiding vertrouwen ze toe aan chef-kok Guy. Zelf rijden Zonneveld en Franken iedere vrijdagavond, na hun werkweek bij respectievelijk het Nederlands Instituut voor Forensische psychiatrie en psychologie (NIFP) en ASML, naar de Ardennen, waar ze hun weekenden doorbrengen in een gîte naast het hotel.

Hollen of stilstaan

Ja, ze bezitten nog altijd het hotel, en nee, ze rijden al een paar jaar niet meer ieder weekend heen en weer, vertellen de twee tijdens een facetime-gesprek met Arts en Auto. “Sinds het begin van de COVID-pandemie is eigenlijk de klad gekomen in dat wekelijks pendelen. De eerste maanden móchten we ook de grens niet over, want in België golden nog veel strengere restricties dan bij ons in Nederland.” Terugkijkend op de pandemie door een hotelierbril, zeggen ze dat het een tijd was van hollen of stilstaan en van veel improviseren. “We kregen in de zomer van 2020 heel veel Belgische gasten die vakantie in eigen land vierden.” Chef-kok Guy werkt nog altijd voor ze. “Hij kookt én runt het hotel en weet een goede sfeer neer te zetten, heeft een fijn team om zich heen verzameld. Groot voordeel is dat hij zelf uit deze omgeving komt, hij weet daardoor lokaal personeel te trekken.” 

Tijdens hun bezoekjes (‘gemiddeld komen we nog maar één keer per maand’) logeren ze nu in het hotel zelf. “We hebben geen vaste kamer, we kijken welke vrij is.” 

Nog steeds reizen ze zelf ook geregeld, en logeren dan ook het liefst in eenzelfde soort kleinschalig hotel. “We kijken nu met heel andere ogen naar bijvoorbeeld een ontbijt, we zien meteen of iemand daar zijn ziel en zaligheid in heeft gelegd.” Veel reizen voeren ze naar concerten van de Poolse jazz-zangeres Anna Maria Jopek, van wie beiden groot fan zijn. “We hebben haar ontdekt dankzij de Ardennen. Want in Arbrefontaine vonden we weer de rust om naar muziek te luisteren.”

Een drankje met gasten rond de open haard vinden ze nog steeds ‘een topmomentje’. “We hebben al zoveel interessante en leuke mensen ontmoet dankzij ons hotel. We treffen geregeld gasten die voor de EU in Brussel werken. En we leren altijd weer wat nieuws. Zo troffen we een keer een gast die ontzettend veel wist over witlof.” 

Kind verwekt

Dat het een kleine wereld is, ervaren ze zo nu en dan ook. Rob vertelt dat hij op een ochtend in het hotel een ASML-collega tegen het lijf liep, die net de huwe- lijksnacht onder hun dak had doorgebracht. “We kenden elkaar van gezicht, maar hij had geen idee dat ik een hotel had.” En in Brussel komen ze er – tot ieders hilariteit – tijdens een gesprek met een oud-collega van Paul achter dat diens kind waarschijnlijk in La Maison de Maître is verwerkt. 

In de twaalf jaar dat ze nu een hotel drijven, hebben ze één echte misser gemaakt. “Dat betrof een deal met Groupon. We zaten als gevolg daarvan meteen voor een jaar volgeboekt met gasten die niets extra’s uitgaven, op de kamer een fles wijn opdronken en aan tafel slechts water bestelden.”

Op de omgeving zijn ze nog altijd niet uitgekeken. “Ons dal is zo mooi, het is hier nog zo rustig, het is jammer dat de Ardennen bij veel Nederlanders van het netvlies zijn verdwenen.” Over de overheid zijn ze als hoteliers iets minder te spreken. “De regels zijn complex voor ondernemers, vaak verre van logisch en geregeld tegenstrijdig.”

De verwachting dat hun hotel een mooie belegging zou zijn, is helaas niet uitgekomen. Toch hebben ze absoluut geen spijt van de weg die ze destijds ingeslagen zijn. Paul vertelt dat hij anders waarschijnlijk nooit beland was bij een jeugd-ggz-kliniek die hem ooit polste voor een baan in België. 

“Financieel is het hotel nog altijd verliesgevend, maar het heeft ook veel veranderingen in ons leven gebracht. Als het onderwerp van gesprek komt op geld over de balk smijten, zeggen we altijd: ‘anderen hebben kinderen, wij een hotel.’”