Onbekend maakt onbemind

Er is een tekort aan verzekeringsartsen. Organisaties als UWV en CBR zetten alles in het werk om artsen te interesseren voor deze specialisatie, die nog steeds een stoffig imago heeft. Onterecht, vinden de beroepsoefenaars. “De veelzijdigheid en de voordelen van dit werk zijn evident.”

Tekst: Bert Mol | Beeld:Shutterstock

Nederland kampt met een tekort aan verzekeringsartsen. Begin dit jaar werd duidelijk dat het UWV bij gebrek aan deze beroepsbeoefenaren 1.900 arbeidsongeschikten mogelijk onrechtmatig een levenslange uitkering heeft verstrekt. De beoordelingen zijn door verpleegkundigen uitgevoerd en waarschijnlijk niet door een daartoe bevoegde verzekeringsarts gecontroleerd. Het UWV heeft de zaak in onderzoek.

Ook het CBR heeft te weinig artsen, ‘medisch adviseurs’ genoemd. Dat resulteert mede om deze reden in een hardnekkige wachtlijst. Automobilisten moeten tot een half jaar wachten op de medische verklaring die nodig is om hun rijbewijs te verlengen. Onacceptabel lang, heeft de Nationale Ombudsman enkele maanden geleden al laten weten.

Het valt beide organisaties niet mee om voldoende artsen voor de opleiding verzekeringsgeneeskunde te vinden en dus de taken van de organisaties – op tijd – uit te voeren, zeggen woordvoerders van UWV en CBR.

‘We weten dat we hard ons best moeten doen om voldoende artsen aan te trekken’

Het UWV is met 900 verzekeringsartsen (niet te verwarren met de bedrijfsarts die in opdracht van de werkgever het ziekteverzuim van een werknemer tijdens de eerste twee jaar begeleidt) veruit de grootste werkgever op dit gebied. De uitkeringsinstantie moet jaarlijks op zoek naar 150 artsen om alle aanvragen te verwerken én om de wachtlijsten weg te werken. “We weten dat we hard ons best moeten doen om voldoende artsen aan te trekken”, zegt Jaap Roorda. Hij is als zelfstandig senior recruitment strateeg door het UWV aangetrokken om de werving van artsen succesvoller te laten verlopen.

Het CBR heeft naast de 29 bestaande fte’s nog eens plaats voor 17 fulltime medisch adviseurs. “Een behoorlijke klus om die te vinden, de arbeidsmarkt is lastig”, aldus Nathalie Dingeldein, woordvoerder van het CBR. “We benutten alle mogelijkheden, maar het is niet voldoende.”

Stoffig imago

Verzekeringsgeneeskunde is blijkbaar niet een van de populaire specialisaties binnen de medische wereld. Volgens Roorda is er sprake van ‘onderwaardering voor het vak’. “We hebben last van het stoffige imago en de negatieve publiciteit. En: onbekend maakt onbemind. Ik merk dat artsen die niet in opleiding zijn tot specialist en die zich op het vak oriënteren, de schellen van de ogen vallen en verrast zijn over de veelzijdigheid van dit werk.”

De verzekeringsarts, meldt de Nederlandse Vereniging van Verzekeringsgeneeskunde op haar site, stelt vast of er sprake is van een ‘medische stoornis als gevolg van ziekte of gebrek waardoor iemand beperkt is in zijn functioneren’. De taak van de verzekeringsarts is gericht op het voorkomen, herkennen, diagnosticeren en behandelen van de kwaal. Met één doel voor ogen: de cliënt weer aan het werk te krijgen. ‘Want participatie bevordert de gezondheid’.

Stijn Gielen, landelijk adviseur verzekeringsarts bij het UWV, onderschrijft dat. Eind jaren tachtig kwam hij, na te zijn uitgeloot voor de huisartsenopleiding, als verzekeringsarts bij de bedrijfsvereniging (de voorganger van GAK en UWV) terecht. Hij heeft het vakgebied niet meer verlaten. “Ik ben afgestudeerd als arts met de gedachte: iemand is ziek en dan kan niet-werken weleens een oplossing zijn. Maar als verzekeringsarts merk je dat niet-werken maar zelden een oplossing is. Het is zaak om mensen aan het werk te houden, juist om het zelfvertrouwen te houden om zich te blijven ontwikkelen en in die maatschappelijke rol te blijven acteren.”

De medische beoordeling vraagt meer dan alleen geneeskundige kennis. De verzekeringsarts moet ook op de hoogte zijn van de WAO, Wajong en WIA. Hij krijgt ondersteuning van arbeidsdeskundigen en re-integratiebegeleiders. Komt de verzekeringsarts niet bij het UWV, maar bij een particuliere verzekeringsmaatschappij in dienst, dan vraagt dat expliciete kennis van arbeidsongeschiktheid- of letselschadeverzekering.

De specialisatie tot verzekeringsarts duurt vier jaar, een combinatie van theorie en praktijkonderwijs. De opleiding staat onder toezicht van het College Geneeskundige Specialismen en de Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten.

‘Hartstikke leuk vak’

Charelle Willems, 28 jaar en moeder van een dochter van 3 jaar, heeft in 2014 haar studie medicijnen afgerond. “Ik droomde van een carrière in de chirurgie. Maar dat werk, het ouderschap en een druk gezinsleven – mijn man heeft een eigen medische praktijk – bleken lastig te combineren. Voor mij is een carrière belangrijk, maar er zijn ook andere belangrijke zaken in de wereld.”

Nu volgt zij binnen het UWV de opleiding tot verzekeringsarts. “Ik kwam sceptisch binnen, wist dat over het UWV niet positief werd bericht.” Binnen enkele weken was ze om. “Het UWV is een topwerkgever. Flexibel als het om werktijden gaat, een veilige plek om een opleiding te doen, mogelijkheden om een volgende stap te zetten, ondersteuning op alle vlakken.”

Als ik vertel wat het werk inhoudt en waarom ik het zo leuk vind, zie je meningen verandere

Willems werkt in een team met een arbeidsdeskundige, een re-integratiebegeleider, een sociaal-medisch verpleegkundige en een administratief ondersteuner. Het werk heeft meer dan alleen een puur medische kant. Verzekeringsgeneeskunde is allesomvattend, weet ze. “We kijken niet alleen naar bijvoorbeeld de vaten of het bewegingsmechanisme, we kijken naar de hele mens en naar de sociale context. Privéproblemen, schulden; het kan allemaal een rol spelen. Als wij iemand ondersteuning kunnen bieden, geeft dat voldoening. Daar bovenop werken we binnen een juridisch kader waar we rekening mee moeten houden. Alles combineren, dat maakt dit vak zo interessant.”

De medische beoordeling heeft invloed op het inkomen van een cliënt. “Bij de beoordeling kan ik daar geen rekening mee houden, mijn taak is een medisch objectief oordeel geven.” Dat leidt niet altijd tot begrip. “Agressie komt sporadisch voor. Daarvoor zijn we getraind. Ik kan altijd terugvallen op het team en bespreken of we vervolgstappen moeten zetten.”

Onder haar vrienden en kennissen heeft Willems veel artsen. “Er wordt nog wel eens negatief tegen dit werk aangekeken. Maar als ik vertel wat het werk inhoudt en waarom ik het zo leuk vind, zie je meningen veranderen en raken ze geïnteresseerd. En terecht. Ik heb geen stoffige saaie kantoorbaan. Het is gewoon een hartstikke leuk vak!””

Het UWV timmert flink aan de weg om artsen, al dan niet in opleiding, voor het vak te interesseren. Samenwerking met werving- en selectiebureaus, inzet van sociale media en de campagne Werkenbijuwvalsarts.nl lijken vruchten af te werpen. “Vorig jaar hebben we de doelstelling van 160 artsen gehaald, dit jaar zitten we al op 55”, zegt Roorda. “Maar we weten nog niet hoeveel van hen doorgaan naar de afronding van de specialisatie. Dat moeten er 50 per jaar zijn.”

Tijdens de werving gaat de aandacht voor een belangrijk deel uit naar artsen van 36 tot 46 jaar oud. “Die leeftijdsgroep is sterk ondervertegenwoordigd. Twee derde van de populatie verzekeringsartsen is ouder, een derde is jonger dan die groep. Daardoor is een generatieafstand gecreëerd die de jongere arts het idee geeft dat hij begeleid wordt door z’n vader of moeder. Dat is niet wenselijk.”

Roorda stapt op die specifieke artsengroep van (vroeg)middelbare leeftijd, de zogenoemde midcareers, af. “Ik benader ervaren artsen die in een ziekenhuis of kliniek werken om hen te vertellen wat dit vak inhoudt en of zij op een punt in hun carrière zijn gekomen waarop zij een overstap willen maken.”

‘We leiden een generatie artsen op waarvan we waarschijnlijk over vijf jaar gaan profiteren’

Ook het CBR zoekt versterking buiten de deur. Inmiddels heeft het bij twee organisaties die met veel keuringsartsen werken – Expereans en Bureau Rijbewijskeuringen – enige versterking gevonden. Twintig artsen van deze organisaties hebben zich gemeld om op deeltijdbasis – 4 tot 12 uur per week – keuringen voor het CBR te verrichten. Dingeldein: “Enkelen van hen zijn inmiddels aan de slag, anderen moeten hun verkorte CBR-opleiding nog afronden. Deze artsen keuren op een beperkt aantal ziektebeelden – visus, diabetes en hart- en vaatziekten – en werken onder directe verantwoordelijkheid van de hoofdarts van de divisie Rijgeschiktheid van het CBR.”

Geen aandacht

Voor Roorda schuilt de grootste uitdaging in het curriculum van de universiteiten. “Het is jammer dat binnen de opleiding geneeskunde geen aandacht is voor de sociale geneeskunde, laat staan de verzekeringsgeneeskunde; studenten hebben geen idee wat dit vak inhoudt, wat hier allemaal kan. Die aandacht is er niet omdat de opleiding ervan uitgaat dat de arts mensen geneest en behandelt in huisartsenpraktijk of ziekenhuis. Alle andere mogelijkheden binnen de geneeskunde komen echt pas veel later in beeld, als de arts zijn keuze al heeft gemaakt. Terwijl de veelzijdigheid en de voordelen van dit werk – reguliere werktijden zonder avond- en weekenddiensten, een goede cao met een goed salaris – evident zijn.”

Hij benadrukt dat de werving ook onder jonge basisartsen onverminderd doorgaat, ook al ziet het UWV jonge artsen na hun specialisatie tot verzekeringsarts met enige regelmaat verdwijnen. “Ze willen bijvoorbeeld toch nog die wereldreis maken voordat ze aan een gezin beginnen. We leiden een hele generatie verzekeringsartsen op. Waarschijnlijk profiteren we daar over vijf jaar van, als zij in de levensfase zitten die om meer vastigheid vraagt. Dan zitten zij hier goed met een vast contract, interessant werk en een goede beloning.”