Openhartig over zijn vak

In zijn boeken en documentaires is de Britse neurochirurg Henry Marsh niet alleen open over zijn successen maar ook over mislukkingen en teleurstellingen. Hersenchirurgie vindt hij niet zo moeilijk. Het vergt vooral kunnen omgaan met onzeker­heden en dilemma’s.

Tekst: Flip Vuijsje | Beeld: Karen Robinson/eyevine

Henry Marsh beleeft een zwaar 2022. Dertig jaar na zijn allereerste bezoek aan Oekraïne is hij getuige-op-afstand van de verschrikkingen in wat zijn tweede vaderland is geworden. En thuis in Londen maakt hij in april bekend dat hij prostaatkanker heeft, in een al gevorderd stadium.

Een voorgevoel van dat laatste klonk vijf jaar eerder al door in Admissions, het tweede boek dat Henry Marsh schreef. Hij is dan twee jaar met pensioen, na drie decennia hersenchirurgie voor de National Health Service, in Atkinson Morley’s/St George’s Hospital in Londen. Hij verheugt zich op het restaureren van een vervallen sluiswachtershuisje net buiten Oxford, speciaal voor zijn nieuwe leven gekocht. Maar hij vraagt zich tegelijk af – 67 jaar intussen – hoelang het nog kan duren voordat een ernstige ouderdomskwaal zich meldt.

Zijn werk voor de NHS was die laatste jaren een beproeving. Door het schrijnende gebrek aan middelen als gevolg van te weinig belastinginkomsten en door de afbraak van zijn professionele autonomie, onder een nieuw regime van ziekenhuisbestuurders zonder kennis van de medische praktijk.

Teleurstelling is er in Admissions ook over zijn werk in Oekraïne. Sinds dat eerste bezoek in 1992, kort nadat het land zich vrijmaakte van de Sovjet-Unie, ging hij jaarlijks terug naar Kiev, om pro bono de eerste moderne neurochirurgische kliniek in het land te helpen opbouwen. Maar de lokale collega met wie hij dit samen deed, is geleidelijk een koers gaan varen waarbij professioneel ego zwaarder weegt dan patiëntveiligheid. En dit is iets dat Marsh enorm dwars zit en dat frontaal botst met zijn taakopvatting als arts.

Fouten

“Hersenoperaties zijn helemaal niet zo moeilijk. De echte moeilijkheid zit in het beslissen óf je wel moet opereren.” Henry Marsh zegt dit in The English Surgeon, een BBC-productie uit 2007. Zijn eerste boek moet dan nog verschijnen, maar deze met een Emmy Award bekroonde documentaire geeft hem dan al internationale bekendheid.

The English Surgeon focust op Marsh’ werk in Oekraïne, toen nog in harmonieuze samenwerking met dokter Igor Kurilets uit Kiev. We volgen de operatie van de 32-jarige jongeman Marian, bij wie Henry en Igor een hersentumor verwijderen. Maar minstens zo veel aandacht krijgt Tanya, een 11-jarig meisje met een hersentumor die zo lastig verwijderbaar is, dat Marsh haar speciaal naar Londen laat komen. Maar daar gaat alles dramatisch mis. Twee opeenvolgende operaties, extreem bloedverlies, daarna een beroerte. De achttien maanden die Tanya daarna nog leeft, is ze een schim van wie ze vóór de operatie was. Ze kan niet meer lopen, niet meer praten, haar gezicht is zwaar misvormd. “Ik had haar nooit naar Londen moeten halen.”

Vandaar ook de titel van Henry Marsh’ eerste boek, Do No Harm, dat in 2014 verschijnt. (In de Nederlandse vertaling: Allereerst niet schaden.) Een van zijn herinneringen betreft een jonge vrouw die na een ruggenmergoperatie aan één kant verlamd achterblijft. Wat er nou precies fout ging, weet hij niet. “Ze zou worden toegevoegd aan de lijst van mijn rampen, de zoveelste grafsteen op dat kerkhof waarvan de Franse chirurg [René] Leriche ooit zei dat alle chirurgen het in hun hart meedragen.”

‘Voor bijna al zijn disasters geldt dat hij ze alleen had kunnen voorkomen door überhaupt niet te opereren’

In Do No Harm komt een lange reeks van hersenoperaties voorbij. Sommige succesvol, maar andere niet, met ook alle mislukkingen openhartig beschreven. De keren dat Marsh een echte fout maakte zijn schaars en bleven voor zo ver hij weet zonder dodelijke afloop. Voor bijna al zijn disasters geldt dat hij ze alleen had kunnen voorkomen door überhaupt niet te opereren. Maar dit weet je alleen met de kennis achteraf. Dus blijft er altijd die duivels moeilijke afweging van tevoren. De afweging tussen het risico van schade die de toestand van de patiënt juist verergert, en de nooit exact in te schatten vooruitzichten bij niet-opereren.

Alle chirurgen kennen dit dilemma. Maar, schrijft Henry Marsh, hersenchirurgie is een geval apart. Schade na een operatie treedt meteen in werking en is vaak regelrecht catastrofaal: verlamming, verandering van persoonlijkheid, verlies van essentiële functies… Hersenchirurgie vergt daarom vóór alles kunnen omgaan met onzekerheden, en is soms ook een zaak van gewoon pech of geluk.

Simpele oplossingen zijn er niet. Wel is Marsh er steeds meer van overtuigd geraakt dat in hersenchirurgie vaker ten onrechte wordt besloten om wél te opereren dan omgekeerd. Maar dan zijn er nog de patiënten zelf, en hun familie, die een besluit om niet te opereren vaak niet accepteren, hoe irrationeel hun vastklampen aan ongefundeerde hoop ook mag zijn.

“Ik ben er niet op uit het gangbare vertrouwen in hersenchirurgie, of in de medische professie in het algemeen, te ondergraven”, schrijft Henry Marsh in het voorwoord van Do No Harm. “Maar ik hoop dat mijn boek mensen helpt begrijpen voor welke problemen – vaak eerder van menselijke dan van technische aard – artsen zich gesteld zien.”

Bestsellers

Do No Harm werd een internationale bestseller. Hoe hoog de ster van Henry Marsh was gestegen, bleek in 2015 toen The New York Times een groot profiel van hem publiceerde, geschreven door niemand minder dan de Noorse schrijver Karl Ove Knausgård.

Ook Admissions, Marsh’ follow-upboek uit 2017, werd een bestseller. In Nederland uitgebracht als Bekentenissen van een hersenchirurg, is dit minder dan Do No Harm een aaneenrijging van casuïstiek, en leert het ons ook wat meer over de persoon Henry Marsh. Over zijn door existentiële twijfel geplaagde jeugd, de soms moeizame relatie met zijn ouders en kinderen, zijn relatief late roeping als chirurg, de traumatische mislukking van zijn eerste huwelijk. Maar ook over zijn passie voor houtbewerken en zijn verknochtheid aan zijn bejaarde Saab.

Op 1 september jongstleden verscheen zijn derde boek. And Finally vertelt het verhaal van Marsh’ prostaatkanker, en hoe hij de omslag beleeft van arts naar patiënt. In een excerpt, gratis te lezen op de website van The Guardian, schat hij medio augustus de kans dat hij over vijf jaar nog leeft op 30 procent.

In een last-minute naschrift meldt de krant: “Henry Marsh’s cancer is now in remission. He is awaiting his next PSA test result to find out if it has returned. He recently travelled to Ukraine to lecture and advise on medical cases. He has a Ukrainian refugee family living with him in London.”

Plaats een reactie

Uw e-mailadres zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*
*