Schuld door zorguitgaven

Mensen met schulden hebben hogere zorguitgaven dan mensen zonder schulden. Krijgen ze schulden omdat ze hoge zorguitgaven hebben of gaan ze meer zorg gebruiken omdat ze schulden hebben? Naar het antwoord op die vraag is het CPB op zoek.

Tekst: Frank van Wijck | Beeld: Shutterstock

De groep mensen die lang in de schulden zit, wordt ook wel het granieten bestand genoemd. Want wie eenmaal in de schulden zit, komt daar niet zo snel meer uit. Anne-Fleur Roos, projectmanager persoonlijke schuld en zorguitgaven bij het Centraal Planbureau (CPB), vertelt dat nu hét moment is om dit probleem aan te pakken, want: “Het ministerie van SZW is op zoek naar een integrale schuldaanpak en in het regeerakkoord heeft armoedebestrijding prioriteit gekregen.”

Het CPB kan helpen bij die zoektocht, want het heeft toegang tot een enorme hoeveelheid data: over het zorggebruik van mensen, over mensen die hun zorgpremie niet kunnen betalen en over life events zoals een scheiding, baanverlies of het overlijden van een naaste. “Mensen die de zorgpremie niet kunnen betalen, belanden na zes maanden als wanbetalers in de schuldhulpverlening bij het CAK”, vertelt Roos. “Dit betreft een vrij grote groep, zo’n 250.000 mensen. Wij gaan die groep vergelijken met een groep voor wie dit niet geldt, om te achterhalen welke gevolgen het voor het zorggebruik en de zorguitgaven heeft wanneer iemand in die wanbetalersregeling zit. We matchen de twee groepen zo zorgvuldig mogelijk op gezondheidstoestand en andere kenmerken – complexer dan ik het nu even zeg – en kijken dan of we verschil tussen beide groepen zien in hun zorguitgaven. We kijken daarbij dus naar de vraag of de zorguitgaven stijgen omdat mensen in die wanbetalersregeling terechtkomen, of dat men door de zorguitgaven in die regeling terechtkomt. Daarbij betrekken we ook de data over life events, waarover we eveneens beschikken. Zo hopen we de volgtijdelijkheid in de relatie tussen schulden en zorguitgaven in kaart te brengen. Dat is nog niet eerder gebeurd, ook internationaal niet.”

Publiek probleem

In april 2019 hoopt het CPB de eerste onderzoeksresultaten te kunnen geven. En dan? “Dan ligt er hopelijk een basis voor beleid dat tot een oplossing van deze problematiek kan leiden”, zegt Roos. Die oplossing zal integraal moeten zijn, stelt ze. “In de huidige situatie is het ontstaan van de premieschuld een privaat probleem, tussen het individu en de zorgverzekeraar. Pas na de periode van zes maanden, als de schuldenaar bij het CAK terechtkomt, wordt het een publiek probleem. In die eerste zes maanden kan de zorgverzekeraar een rol spelen, door te proberen verzekerden binnen de boot te houden, schulden te voorkomen en op die manier het aantal schuldenaren zo klein mogelijk te houden. Maar als we met ons onderzoek meer duidelijkheid kunnen geven over die relatie tussen schulden en zorguitgaven, krijgen de zorgverzekeraars – en de gemeenten via de minimapolissen – mogelijk ook een grotere incentive om voor en na die eerste zes maanden actiever bij te dragen aan het bieden van een oplossing. De inspanningen die de verzekeraars moeten verrichten in de eerste zes maanden zijn bijvoorbeeld in de afgelopen periode al geïntensiveerd, en dit beleid lijkt zijn vruchten af te werpen. Iedereen wil de zorguitgaven in de hand houden en de schuldenproblematiek verkleinen. De kunst is nu te achterhalen waar we het beste kunnen beginnen.”

‘De kunst is nu te achterhalen waar we het beste kunnen beginnen’

Ook de zorgaanbieders zullen een rol moeten spelen, benadrukt Roos: “Als een huisarts of psycholoog bij een patiënt met depressieverschijnselen constateert dat sprake is van schuldenproblematiek, kan die natuurlijk niet zomaar de gegevens van die patiënt doorspelen naar gemeente of zorgverzekeraar; zorgaanbieders hebben immers een geheimhoudingsplicht. Maar als er een relatie tussen zorggebruik en schulden blijkt, dan kan de arts de patiënt wel de weg wijzen naar die partijen en uitleggen dat dit belangrijk is omdat de depressiebehandeling alleen succesvol kan zijn als ook de achterliggende problematiek wordt aangepakt.”

Stelselgerelateerd

Gelet op de omvang van het probleem van de schuldenproblematiek is het logisch dat de komende jaren meer onderzoeken op dit gebied zullen volgen, verwacht Roos. Een interessante onderzoeksvraag kan bijvoorbeeld zijn of het stelselgerelateerd is dat mensen wegens het niet betalen van de zorgpremie in de wanbetalersregeling komen. “Als je uitgaat van het totale schuldenvraagstuk – de zorgpremie is natuurlijk niet het enige waardoor men in de schulden komt – zie ik die relatie niet meteen”, zegt Roos. “Wel is de nominale premie gestegen ten opzichte van 2006, toen het huidige stelsel werd geïntroduceerd. Toen betaalden we – gecorrigeerd voor inflatiecorrectie – min of meer hetzelfde voor de zorgpremie als daarna, maar gebeurde dit voor een groter deel via de inkomensafhankelijke premie in plaats van de nominale premie. Hoewel met de komst van het nieuwe stelsel ook een zorgtoeslag is geïntroduceerd, hebben mensen sinds 2006 wel een grotere verantwoordelijkheid gekregen voor het betalen van de zorgpremie en sommige mensen blijken daar moeite mee te hebben. Dit verklaart ook waarom een groot aantal gemeenten minimapolissen heeft ingevoerd. De inrichting daarvan verschilt, maar vaak is de premie wat lager, wordt het eigen risico herverzekerd, is er de mogelijkheid tot betalingsregelingen of wordt de zorgpremie rechtstreeks ingehouden bij mensen die afhankelijk zijn van een uitkering, zodat het geld dat overblijft ook echt besteedbaar inkomen is.”

Anne-Fleur Roos is voor het onderzoek naar de relatie tussen schulden en zorguitgaven tijdelijk gedetacheerd naar het CPB, vanuit de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR). Bij de EUR maakt ze onderdeel uit van een vakgroep die onderzoek verricht naar de organisatie en financiering van de gezondheidszorg. Roos promoveerde in juni 2018 aan de EUR op onderzoek naar fusies en concurrentie in de Nederlandse zorgsector.