Second opinion onder vuur

De discussie over kostenbeheersing in de gezondheidszorg via het basispakket, vlamt geregeld op. Deze keer ligt – als gevolg van een enquête onder VvAA leden – de vergoeding voor second opinion onder vuur. Een analyse.  

Tekst: Marjan Enzlin

 

Dat tweederde van de zorgprofessionals vindt dat de second opinion geheel of gedeeltelijk uit het basispakket kan – zoals begin mei bleek uit een enquête van Arts en Auto en het NCRV opinieprogramma Altijd Wat – houdt de gemoederen sindsdien bezig. Dat de Orde van Medisch Specialisten (OMS) bij monde van voorzitter Frank de Grave de uitkomsten ook nog eens herkende én bevestigde dat de vergoeding van second opinion wat de OMS betreft gedeeltelijk ter discussie mag komen te staan, zorgde helemaal voor veel commotie. Overal in de pers kwamen patiënten aan het woord voor wie de second opinion van levensbelang was geweest en partijen als Best Doctors (die handelen in second opinions in het buitenland) lieten geen kans ongemoeid om de importantie van de ‘tweede mening’ voor het voetlicht te brengen. Niettemin bleek uit de enquête dat onder zorgprofessionals – en daarmee worden dus niet alleen artsen bedoeld – een brede consensus bestaat: de tweede mening leidt niet vaak (volgens de meesten in minder dan 10 procent van de gevallen) tot een andere diagnose en de vergoeding zou geheel of gedeeltelijk voor rekening van de patiënt mogen komen.

Lees verder (pdf).

 

2 Reacties Reageer zelf

  1. Romano
    Geplaatst op 30 mei 2013 om 19:30 | Permalink

    Dat een second opinion maar zelden tot een andere diagnose leidt is één ding. Maar het gaat toch niet alleen om een diagnose maar ook om een behandelplan?

  2. marjan enzlin
    Geplaatst op 30 mei 2013 om 20:34 | Permalink

    Eens; het gaat inderdaad ook om het behandelplan. Ik vermoed dat dat vaker zal afwijken van het eerst geopperde behandelplan dan dat de diagnoses van elkaar zullen verschillen. Er leiden doorgaans meer wegen naar Rome en iedere arts heeft zijn of haar voorkeuren als het om behandelmethoden gaat. Al heeft de arts ook te maken met protocollen waarin voorkeursbehandelingen worden aangegeven. Niettemin, zou de behandelend arts alle reeële behandelopties met de patiënt moeten bespreken, opdat die zelf mede kan bepalen welke hem of haar het meest aanspreekt. De arts kan in zo’n gesprek uiteraard ook aangeven waar zijn of haar eigen voorkeur naar uitgaat en waarom. Wie een voorkeur heeft voor een bepaalde behandeling, heeft daarmee vaak ook de meeste ervaring en is daarin vaak het best. Als de patient toch graag een andere behandeling wil, kan deze zich alsnog laten verwijzen naar een specialist op dat gebied. De meeste artsen hebben daartegen geen enkel bezwaar. Maar in dat geval gaat het eigenlijk niet meer om een second opinion.
    Overigens is het niet de second opinion zelf die ter discussie staat, maar meer de vraag of die altijd volledig vergoed zou moeten worden. Aan dat laatste twijfelen dus veel zorgprofessionals, omdat de first opinion bij gecompliceerde beelden, in de meeste gevallen, allang niet meer de mening van slechts één dokter is. In dergelijke gevallen heeft de behandelend arts allang collega’s en/of andere disciplines gevraagd om mee te kijken. Ik denk dat dat laatste beter gecommuniceerd zou moeten worden richting de (bezorgde) patiënt.