Slag om de jonge klare

In de Randstad zijn vacatures vaak snel opgevuld, ook bij de vakgebieden waarin sprake is van een tekort aan opvolgers. In de regio daarentegen blijven maatschappen soms lang met onvervulde plekken zitten. ‘We krijgen al jaren geen enkele sollicitatie op onze vacatures.’

Tekst: Anouk Brinkman | Beeld: Tamar Smit

MDL-arts Jan Jansen was 61 toen hij in 2010 parttime in het Elkerliek Ziekenhuis in Helmond aan de slag ging ‘om ze even uit de brand te helpen’. Acht jaar later werkt Jansen fulltime als waarnemer in een maatschap met één collega MDL-arts waar eigenlijk ruimte is voor vier fulltime functies. “De situatie zoals die nu is, speelt zo’n twee à drie jaar”, zegt Jansen. “Op vacatures reageert niemand. Voor een van de zittende specialisten was dat aanleiding om op te stappen, hij zag geen heil meer in de toekomst van de vakgroep. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om het ziekenhuis in de steek te laten, voor mij is dat juist de motivatie om te blijven. Ik kom uit de regio, dus ik zou het jammer vinden als het hier op zijn gat valt.”

‘Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen het ziekenhuis in de steek te laten’

De MDL-artsen hebben de afgelopen jaren te maken met een tekort aan opvolgers. Maar ook andere specialisten hebben moeite om voldoende opvol-gers te vinden, waaronder huisartsen, tandartsen, sociaal geneeskundigen, specialisten ouderengeneeskunde en psychiaters. De oorzaak van een tekort aan opvolgers heeft een structurele en een conjuncturele achtergrond. De toename van het aantal vrouwelijke geneeskundestudenten op de arbeidsmarkt maakt dat er veel meer behoefte is aan deeltijdbanen dan enkele decennia geleden. Bovendien kunnen politieke besluiten zoals de invoering van het bevolkingsonderzoek naar darmkanker ervoor zorgen dat er op korte termijn in een vakgebied veel meer vraag ontstaat naar specialisten. Hoewel het Capaciteitsorgaan met al deze aspecten rekening houdt in het vaststellen van de instroom van de opleiding geneeskunde en de vervolgopleidingen, blijven binnen enkele specialisaties tijdelijke of structurele tekorten bestaan.

Achterstand

Jasper Zantvoord (31), psychiater in het AMC en redactielid van de onafhankelijke website dejongepsychiater.nl, hoort geneeskundestudenten tijdens junior-co-schappen over het algemeen dezelfde antwoorden geven als hij ze vraagt in welk vakgebied zij zich willen specialiseren: chirurg, kinderarts, gynaecoloog of huisarts. “Als je een middelbareschoolleerling vraagt een dokter te beschrijven, dan noemen ze een huisarts of chirurg. Aan de start van de opleiding geneeskunde staat psychiatrie dus met 1-0 achter, we moeten onszelf tijdens de co-schappen bewijzen. Aan het einde van de co-schappen zie je bij studenten wel enthousiasme ontstaan. Over het algemeen wordt het co-schap psychiatrie als leuk ervaren, al verschilt dat wel per plek.”

Met zijn bijdrage aan het initiatief De Jonge Psychiater wil Zantvoord een positief beeld schetsen van de psychiatrie. “In de pers is er veel negatiefs over te lezen, wij willen juist de dingen laten zien waar we trots op zijn. Ik was al vrij vroeg geïnteresseerd in de psychiatrie omdat ik gefascineerd ben door hersenonderzoek en dan in het bijzonder op het gedragsmatige vlak. Bovendien is het een interessant vak omdat nog niet alles is uitgekristalliseerd, er is nog veel ruimte om dingen te ontdekken. Je hebt te maken met een brede range aan patiënten, van jong tot oud, die te maken hebben met forse problematiek. Het is heel uitdagend om patiënten daarin verder te helpen.”

Imagocampagnes

Naast de psychiatrie behoren ook de sociale geneeskunde en ouderengeneeskunde tot de minder populaire vakgebieden. Daarom is de Samenwerkende opleidingen tot specialist ouderengeneeskunde Nederland (SOON) in 2012 een imagocampagne gestart om onder pas afgestudeerde basisartsen meer belangstelling te kweken voor het specialisme. In dat kader bracht Verenso, de vereniging van specialisten ouderengeneeskunde, samen met SOON en ActiZ het boek Daarom Ouderengeneeskunde uit.

Het Capaciteitsorgaan constateerde vanaf 2013 een lichte stijging in de voorkeur van afgestudeerde basisartsen voor de specialisatie ouderengeneeskunde. In 2009 lag dit percentage nog op 1,6 procent, in 2016 had 2,6 procent van de basisartsen ouderengeneeskunde als eerste voorkeur. De toename is echter niet voldoende om de opleidingscapaciteit volledig te benutten; in 2016 stroomden 120 basisartsen de opleiding ouderengeneeskunde in, terwijl er plek is voor 128 aiossen. Vanaf 2018 is dit aantal verhoogd naar 186 opleidingsplaatsen. Om deze plekken te vullen, lanceerde SOON afgelopen jaar een nieuwe campagne. De campagne geeft geneeskundestudenten en basisartsen de mogelijkheid kennis te maken met het specialisme, omdat blijkt dat het overgrote deel van de specialisten ouderengeneeskunde koos voor de opleiding na een positieve ervaring met werken in het verpleeghuis.

De Randstad trekt als een magneet, terwijl de demografie vraagt om een evenwichtige verdeling van opleidingscapaciteit

Hoewel huisartsgeneeskunde de populairste specialisatie is onder geneeskundestudenten, wordt ook in dit vakgebied de opleidingscapaciteit niet volledig benut. Althans, dat geldt voor de opleidingen buiten de Randstad. In de regio’s Limburg, Zeeland en Groningen slagen de opleidingen er niet in om alle opleidingsplaatsen op te vullen. “Het is nog nooit gelukt om de opleiding in Nederland helemaal vol te krijgen”, aldus Bas Maiburg, hoofd van de Huisartsopleiding Maastricht. “Van de 750 beschikbare opleidingsplaatsen worden er maximaal 720 ingevuld. De opleidingen in de regio worden zwaarder getroffen dan die in de Randstad omdat in tijden van schaarste de meeste sollicitanten kunnen worden geplaatst bij de opleiding van hun eerste voorkeur.” De Randstad trekt als een magneet, terwijl de demografie vraagt om een evenwichtige verdeling van opleidingscapaciteit.

Regionale tekorten

Maastricht onderneemt een scala aan multimediale activiteiten om de regio en opleiding voor potentiële kandidaten aantrekkelijk te maken. Zo ontwikkelt de opleiding een website waarop ambassadeurs hun verhaal delen en zijn er onlangs filmavonden georganiseerd om de opleiding in Maastricht, en de dependances in Eindhoven en Zwolle, in de schijnwerpers te zetten. Ook onderzoekt de opleiding huisartsgeneeskunde hoe ze de sollicitatieprocedure kunnen verbeteren. Relatief veel mannelijke sollicitanten vallen af, mogelijk omdat er meer aandacht is voor feminiene competenties.

Een van de oplossingen is substitutie van zorg naar verpleegkundig specialisten

Het tekort aan aiossen huisartsgeneeskunde in de regio is terug te zien in het gebrek aan interesse voor vacatures. De Tweede Kamer trok in januari bij de minister van VWS aan de bel toen bleek dat in de regio’s Friesland en Zeeland een tekort aan huisartsen dreigde. Zeker gezien de bovengemiddelde vergrijzing die voor deze krimpregio’s geldt. Zorgverzekeraars, huisartsen, opleidingsinstituten, gemeente, provincie, waarnemers, ROS’en en ggd’s presenteren dit voorjaar een actieplan waarin oplossingen worden aangedragen die de tekorten moeten tegengaan. Een van de oplossingen is de inzet van praktijkmanagers en substitutie van zorg naar verpleegkundig specialisten.

Buitenlandse artsen

Ook in het Elkerliek Ziekenhuis in Helmond is substitutie een van de oplossingen voor het tekort aan MDL-artsen. Sinds november vorig jaar zijn er twee endoscopieverpleegkundigen aan de slag. Daarnaast heeft de afdeling MDL van het Brabantse ziekenhuis twee physician assistants in opleiding. Jansen: “Ik ben heel enthousiast over de inzet van gespecialiseerd verpleegkundigen. Zij zijn een belangrijke aanwinst om de continuïteit van zorg te waarborgen.”

Toch is dit niet voldoende om de vakgroep MDL in Helmond overeind te houden. Twee MDL-artsen uit het nabijgelegen Máxima Medisch Centrum in Eindhoven komen twee dagdelen per week naar Helmond om scopiën uit te voeren. Een paar jaar geleden trok het Elkerliek twee MDL-artsen uit het buitenland aan, maar dat was geen succes. “Via een uitzendbureau hebben we een MDL-arts uit Spanje en een uit Roemenië aangenomen”, blikt Jansen terug. “Ze konden redelijk scopiëren, maar door de taalachterstand was poliklinische zorg echt onmogelijk. Na twee jaar hebben we weer afscheid van ze genomen.” De poliklinische zorg is nu onder de hoede van de internisten in het Elkerliek.

Aantrekkelijke werkomgeving

Psychiater Zantvoord ziet ook dat de regio’s onevenredig hard worden getroffen door een gebrek aan belangstelling voor openstaande vacatures. “In de Randstad is het geen groot probleem om vacatures in te vullen, ook worden er voldoende psychiaters opgeleid. Regionale ggz-instellingen kunnen hun werkomgeving aantrekkelijker maken door een efficiencyslag te maken met betrekking tot administratie. In de psychiatrie nemen brieven en rapportages bovengemiddeld veel tijd in beslag. In sommige instellingen moet je bij wijze van spreken nog zelf de postzegel op de ontslagbrief plakken en hem naar de brievenbus brengen. In Zwolle bijvoorbeeld werven instellingen met succes psychiaters door te wijzen op de goede administratieve ondersteuning en door mee te kijken naar een werkplek voor partners.”

Als er eenmaal een jongere collega over de drempel is, dan is het een stuk makkelijker om ook de andere vacatures te vullen

In de vakgroep MDL van het Elkerliek Ziekenhuis in Helmond starten in mei en november nieuwe collega’s. “De markt trekt geleidelijk aan”, zegt Jan Jansen. “De jonge collega die nu in de vakgroep werkt, functioneert als een soort ambassadeur. Die heeft rondverteld hoeveel hij hier kan en mag doen, want dat is het voordeel van in een kleiner ziekenhuis werken. De lijnen zijn kort en de taken zijn nog niet zo uitgebreid verdeeld zoals dat in een groot ziekenhuis vaak het geval is. Als er eenmaal een jongere collega over de drempel is, dan is het een stuk makkelijker om ook de andere vacatures in te vullen. Het lijkt er langzaam op dat ik de boel hier veilig kan achterlaten.”