‘Soms gewoon iets doorduwen’

De geboorte van zijn zoontje Lex was een keerpunt in het leven van huisarts in opleiding Youri Poelemeijer. Een evenwichtige balans tussen werk en privé bleek belangrijker dan hij ooit had gedacht. Nu heeft de jonge vader en voorzitter van de Landelijke Organisatie van Aspirant Huisartsen (LOVAH) een missie: hij wil de positie van huisartsen versterken. “Als we niet investeren in de eerste lijn, loopt het hele zorgstelsel onherroepelijk vast.”

Tekst: Aliëtte Jonkers | Beeld: Nout Steenkamp

Het was eigenlijk niet de bedoeling dat hij huisarts zou worden. Tijdens zijn coschappen verbleef Youri Poelemeijer (34) in Zuid-Afrika. Daar werkte hij in het Red Cross Children’s War Memorial Hospital en het Groote Schuur Ziekenhuis in Kaapstad, waar hij zich vooral bezighield met orthopedische en traumachirurgie. “Ik ben gek op reizen en heel nieuwsgierig naar andere culturen. Daardoor was het voor mij een fantastische, leerzame tijd. Ik deed er veel contacten op. Ik was nog jong en erg gemotiveerd om arts te worden. Met het politieke systeem erachter was ik minder bezig.”

Natuurlijk zag hij de moeilijkheden waarmee het land kampte. De naweeën van de apartheid waren nog altijd voelbaar. Hij zag de grote verschillen tussen arm en rijk, criminaliteit, drugs en geweld, problemen die zich weerspiegelden in de patiëntenpopulatie van het Groote Schuur Ziekenhuis (in de volksmond bekend als Grooties), gelegen op de hellingen van Devil’s Peak. In dit grote, door de overheid gefinancierde academisch ziekenhuis lagen nogal wat patiënten met schotwonden. Vooral op payday, de laatste vrijdag van de maand, was het raak, herinnert hij zich. “Dan kreeg iedereen betaald en moesten er rekeningen worden vereffend. Veel mensen sloegen aan het drinken, want in de townships geldt het credo: we leven vandaag, morgen is morgen.”

Eenmaal terug in Nederland bleef de chirurgie hem boeien. De combinatie met zijn interesse voor het zorgsysteem leidde uiteindelijk tot een promotieonderzoek naar de kwaliteit van bariatrische chirurgie in Nederland. En toen begon het te knagen. Met het groeien van ernstig overgewicht als maatschappelijk probleem steeg ook het aantal bariatrische ingrepen. In plaats van behandelen zou de nadruk moeten liggen op preventie. Dat begint aan de voorkant, realiseerde Poelemeijer zich. Tegelijkertijd zag hij dat de arbeidsmarkt verslechterde voor chirurgen. Veel jonge klaren kwamen thuis te zitten. Medisch specialisten die wel een baan hadden, scoorden volgens de tweejaarlijkse Quickscan Bezieling van de VvAA hoog op bevlogenheid, maar rapporteerden ook de hoogste werkdruk én een stijgende disbalans tussen werk en privé. En: ziekenhuizen waren nog altijd hiërarchische bolwerken, merkte Poelemeijer. Een voortvarende arts-onderzoeker met eigen ideeën over de organisatie en kwaliteit van zorg? Daar zaten zijn managers nou niet direct om te springen.

Onvermoede zegen

Ondertussen begon Poelemeijer zich te settelen: er kwam een nieuwbouwhuis in Weesp en een geregistreerd partnerschap met zijn vriendin Josine. De geboorte van zoontje Alexander (inmiddels 2,5 jaar, roepnaam Lex) was de spreekwoordelijke kers op de taart. “Ik realiseerde me dat er meer is dan hard werken. Iedere keer als ik weer eens overuren maakte, dacht ik aan Lex en Josine. Ik wil dáár zijn, dacht ik dan.” 

Twee jaar geleden hakte hij de knoop door: hij schreef zich in voor de opleiding huisartsgeneeskunde en werd ingeloot. Poelemeijer, een geboren en getogen Amsterdammer, herinnert zich nog precies het moment dat hij Josine het nieuws vertelde. Grinnikend: “Ik zat in de auto en vertelde haar dat ik heláás in de regio Groningen was geplaatst. Tja, mijn hele familie woont immers in de Randstad.” Maar wat aanvankelijk een domper leek te zijn, bleek een onvermoede zegen: de opleiding in Groningen bleek het concept ‘Aios in the lead’ te hebben, waarbij studenten inspraak hebben in hoe de opleiding er voor hen uitziet. Tot vreugde van vriendin Josine diende zich hierdoor de mogelijkheid aan om naar een Waddeneiland te gaan. Een jaar lang woonde het gezin op Ameland. Dat was even omschakelen. 

Op het eiland, zo beschrijft Poelemeijer, hangt een prettig-nuchtere sfeer van ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’. Die instelling is hij erg gaan waarderen: “Sinds corona gaan veel Randstedelingen naar de Waddeneilanden op vakantie. Veel van hen vinden hun gebruiken en ideeën heel belangrijk en willen die ook opleggen aan anderen. Dat hoog van de toren blazen, jezelf beter voordoen dan je bent, daar heeft de gemiddelde Amelander niet zoveel mee.”

‘In de solopraktijk waar ik werkte, verleenden we echt zorg van de wieg tot het graf’

Poelemeijer probeerde zich bescheiden op te stellen en maakte snel contact met de eilandbewoners. “Het was een indrukwekkende tijd, want Amelanders hebben één ding gemeen: ze willen zoveel mogelijk op het eiland blijven. In het eerste jaar van de coronacrisis leidde dat tot veel uitgestelde zorg. Veel mensen die in die periode eigenlijk ziekenhuiszorg nodig hadden, bleven thuis. In de solopraktijk waar ik werkte, verleenden we echt zorg van de wieg tot het graf.” 

Het vertrek, na dat jaar, viel hem dan ook zwaarder dan hij had verwacht. “Ik weet nog dat ik van tevoren dacht: na een jaar ben ik er wel klaar mee, maar dat was totaal niet het geval. Of ik terug naar Ameland zou willen? Nou, misschien wel.” Hij lacht: “Als je dat voor die tijd aan me gevraagd zou hebben, zou ik er geen seconde over nadenken. Maar nu… laat ik het zo zeggen: ik sluit het zeker niet uit.”

De grote stad lijkt in elk geval steeds minder aan Poelemeijer te trekken. Het laatste jaar van zijn huisartsopleiding gaat binnenkort van start in een Fries dorpje met iets meer dan duizend inwoners: Echtenerbrug, of zoals de Friezen zeggen: Ychtenbrêge. Het plaatsje vormt samen met Delfstrahuizen – met 455 inwoners nóg veel kleiner – een tweelingdorp aan de rand van het Tjeukemeer. “Ja, ik word een echte plattelandsdokter”, grapt hij. Serieuzer: “Na Ameland ken ik de charme van dokteren in een kleine gemeenschap. Je staat dicht bij de patiënt en zijn familie. Dat is echt prachtig.” De ruimte en de natuur trekken hem ook: “Hoewel ik nu, in Weespersluis vlak aan de Vecht, ook niets te klagen heb. Ik vind het heerlijk om hier een stuk te wielrennen, helemaal in mijn eentje. Dat maakt mijn hoofd leeg.”

‘Straks hebben we in Nederland zestig slaappoli’s, terwijl de huisarts geen extra praktijkverpleegkundige kan aannemen’

Ontstressen, opladen en energie tanken: Poelemeijer weet als geen ander hoe belangrijk het is. Als voorzitter van de LOVAH volgt hij de ontwikkelingen in de huisartsenzorg op de voet. Ook al is hij zelf nog geen huisarts, hij weet precies wat er bij collega’s speelt. Overvolle praktijkdagen en een uitdijende administratieve werklast zijn aan de orde van de dag. “Het urgentste probleem op dit moment is het tekort aan huisartsen. Binnen zes jaar gaat een derde van de praktijkhoudende huisartsen met pensioen en de instroom blijft achter. Dat is een enorm probleem.” Het heeft deels te maken met het salaris van huisartsen in opleiding, zegt hij. “Van alle aiossen in de geneeskunde verdient een aios huisartsgeneeskunde het minst. Dat kan een drempel voor basisartsen opleveren als zij te veel salaris moeten inleveren. Praktijken verdwijnen omdat huisartsen die met pensioen gaan geen opvolger kunnen vinden. Veel jonge huisartsen gaan liever werken als waarnemer. Er is steeds minder animo om zelf een praktijk te beginnen inclusief alle verantwoordelijkheid die daarbij komt kijken, zoals een hypotheek, het managen van praktijkmedewerkers en de ICT.” Daar komt bij dat huisartsen steeds meer taken krijgen toegeschoven. Poelemeijer: “Wat huisartsen beter kunnen doen, is nee zeggen. Vanuit de tweede lijn gaat er steeds meer zorg naar de huisarts. Denk aan CVRM en diabeteszorg.”

Een fundamenteel probleem is volgens hem dat de kosten die de tweede lijn bespaart niet ten bate komen van de eerste lijn. Ziekenhuizen spinnen daar garen bij: “Dan krijg je de situatie dat we in Nederland zestig slaappoli’s hebben, terwijl de huisarts geen extra praktijkverpleegkundige kan aannemen om al het extra werk aan te kunnen. Het is een structurele weeffout in het systeem. Begrijp me goed, ik weet dat slaapstoornissen heel vervelend zijn, maar als we niet investeren in de eerste lijn, loopt het hele zorgstelsel onherroepelijk vast.”

Stoppen met polderen

Een ander pijnpunt bij huisartsen is dat ze te weinig tijd hebben voor hun patiënten. De consulten van tien minuten noemt Poelemeijer ‘dramatisch’. Hij illustreert de kwestie met een voorbeeld: “Stel: er komt een patiënt met ernstige depressieve klachten. Die kun je niet in tien minuten bespreken. Dan moet je een keuze maken: óf je praat door en iemand anders moet een nieuwe afspraak maken, óf je breekt het consult na tien minuten af en plant een vervolgafspraak. Je maakt constant afwegingen op basis van je moreel kompas, maar beide opties voelen niet goed: je gaat op die manier over je eigen professionele grenzen heen. Bij sommige huisartsen is de druk op het geweten zo hoog, dat ze zeggen: ik stop ermee.”

‘Ik wil niet alleen klagen, maar oplossingen vinden voor structurele problemen in de zorg.’

En dat, zegt Poelemeijer, is precies waarom hij voorzitter is geworden van de LOVAH. “Ik wil niet alleen klagen, maar oplossingen vinden voor structurele problemen in de zorg. Dat geldt bijvoorbeeld voor bedrijfsruimte: praktijken zouden kunnen uitbreiden om dreigende patiëntenstops te voorkomen, maar dat is in de Randstad onbetaalbaar.” De overheid kan niet langer achterover leunen bij dit soort kwesties, stelt Poelemeijer. Hetzelfde geldt voor het inzetten op zorginnovatie, vindt hij. “In de gemiddelde huisartspraktijk staat nog altijd een faxapparaat. Dat is toch ongelofelijk? Dat er nooit een centraal EPD is gekomen, is zo’n gemiste kans. In Nederland zijn er veel te veel meningen. Het privacy-argument is belangrijk, maar niet zwaarwegender dan de veiligheid en kwaliteit van zorg. Soms moet je stoppen met polderen en iets er gewoon doorduwen.”

Heeft hij spijt dat hij toch niet voor de chirurgie heeft gekozen? Absoluut niet, zegt Poelemeijer vol overtuiging. “Ondanks de drukke dagen heeft mijn keuze veel rust gegeven. Als huisarts is er veel plek voor professionele autonomie. Je kunt invloed uitoefenen; er wordt zelfs aan me gevráágd of ik wil meedenken. In een ziekenhuis gebeurt dat zelden. Als huisarts is het daarnaast gemakkelijker om parttime te werken en een goede werk-privébalans te bewaren. Dat laatste maakt – en ja, daar ben ik heilig van overtuigd – van mij een betere arts.”

Curriculum vitae

Youri Poelemeijer (1987),geboren in Amsterdam

  • 2006-2015         
    geneeskunde, VvA/VUmc
  • 2015
    anios chirurgie, Haaglanden Medisch Centrum
  • 2015-2018
    clinical audit manager en onderzoeker, Dutch Institute for Clinical Auditing
  • 2015-2020
    promovendus, bariatrische chirurgie, LUMC
  • 2016-2020
    medeoprichter en vicevoorzitter, Stichting Value in Care
  • 2018-2019
    anios chirurgie, LUMC
  • 2019-2020
    anios arts-assistent chirurgie, UMCG
  • 2020-2021
    Landelijke Medische Supervisie COVID-19, SOS International
  • 2021-heden
    aios huisartsgeneeskunde, UMCG
  • 2021-heden
    voorzitter LOVAH 

Één Reactie Reageer zelf

  1. Ruud Steltenpool
    Geplaatst op 3 september 2022 om 00:47 | Permalink

    De zin “In plaats van behandelen zou de nadruk moeten liggen op preventie.” is juist nú extra belangrijk.
    Wegens de enorm hoge gasprijzen dreigt de luchtvervuiling in woonwijken komende winter nog veel verder te verslechteren met nog meer gevolgen voor de volksgezondheid. Voor wetenschappelijke artikelen, patiëntenfolders en snelle infographics over het onderwerp, zie https://houtrookvrij.nl

Plaats een reactie

Uw e-mailadres zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*
*