Streetwise

Straatdokter Marlieke Ridder is teamleider van het Stedelijk Daklozen Team in Rotterdam. Zij ziet grote maatschappelijke veranderingen terug in de spreekkamer. Nu is de woningnood groot en belanden jongeren op straat. “De overheid moet het woningtekort meer gaan behandelen als een noodsituatie.”

Tekst: Wout de Bruijne | Beeld: De Beeldredaktie/ Eelkje Colmjon 

De dokter is klein, oogt vriendelijk en is een vrouw. “Het is bij mijn werk een voordeel om geen flinke vent te zijn”, lacht Marlieke Ridder (35). “Mensen zijn minder bang als ík voor ze sta en daardoor zijn ze opener.” Zojuist heeft de straatdokter mij telefonisch haar uiterlijk beschreven. “Maar het is ook weleens een nadeel, bijvoorbeeld bij agressieve, verwarde daklozen. Daarom zijn wij altijd met zijn tweeën of met politiebegeleiding als we echt hommeles verwachten. Overigens werkt een de-escalatiegesprek ook in dat geval toch het beste.”

Ridder kan het weten. Ze is bijna vijf jaar lang, drie dagen per week, straatdokter in metropool Rotterdam. Ze werkte eerder als verslavingsarts en tijdens haar specialisatie tot huisarts leerde ze de ‘taal van de straat’ van Marcel Slockers, die al 35 jaar straatdokter is. Inmiddels is Ridder twee jaar teamleider van het Stedelijk Daklozen Team Rotterdam. Haar patiënten zijn over het algemeen daklozen, bankslapers (mensen die bij anderen thuis op de bank slapen, red.), werk- en adresloze Oost-Europeanen en illegalen, of ongedocumenteerden zoals de straatdokters ze liever noemen. In regio Rotterdam schat Ridder hun aantal op zo’n tienduizend in totaal. “Het laat zich moeilijk tellen zonder vaste verblijfplaats.”

Even terug naar het begin. Marlieke Ridder maakte de keuze voor haar werk tijdens haar studie geneeskunde. “Ik ging eerst richting interne en vervolgens richting ic, maar gaandeweg groeide de gedachte dat ik een baan met meer contact met mensen wilde, zoals huisarts. Daarvoor wilde ik eerst ervaren of de, zeker in de Randstad, veelvoorkomende casussen van verslaving en psychiatrie mij wel zouden liggen.” 

Daarom werkte Ridder eerst een jaar in de verslavingskliniek Brijder in Den Haag. “Mooi, maar moeilijk. Ik vond het frustrerend dat ik sommige patiënten drie tot vier keer per jaar zag terugkomen met hetzelfde probleem. Vooral verslaafde daklozen zagen we terug. Logisch, drong het tot me door; hoe blijf je gemotiveerd als je niet eens een eigen veilige plek hebt om je terug te trekken?” 

‘Je ziet meer van ziektes die je bij je opleiding alleen in boeken tegenkomt.’

De arts raakte tijdens haar werk bij Brijder steeds meer geïntrigeerd door de groep thuis- en daklozen. En als ze op een congres over hun specifieke zorgvraag Marcel Slockers ontmoet, kan ze tijdens haar specialisatie tot huisarts drie maanden meelopen bij deze gepokte en gemazelde straatdokter. Ze leert er veel over het vak: “Je ziet meer van ziektes die je bij je opleiding alleen in boeken tegenkomt. Mensen komen niet als het niet belangrijk is, ze hebben een groot incasseringsvermogen en andere prioriteiten. Waar vind ik wat te eten, waar scoor ik mijn shot, waar slaap ik vannacht? En dus lopen ze ook langer door met aandoeningen. Een straatdokter ziet veel uit de hand gelopen infecties, komt vaker tbc tegen en krijgt te maken met kanker op minder voorkomende plaatsen als de mond en de anus, oftewel de plekken waar chemische middelen binnenkomen en vertrekken. Verder op de lijst vaak verwondingen door vechten, vallen en aanrijdingen door een auto.” “Overigens”, voegt Ridder eraan toe, “alle noodzakelijke zorg kan vergoed worden, voor iedereen, ook zonder verzekering of rechten. Daar zijn subsidieregelingen voor vanuit VWS, dus elke arts kan deze doelgroep helpen.”

Thuislozen zijn volgens Ridder veel eerder oud dan anderen. Door langdurig leven onder stress, verschijnen ouderdomskwalen vroeger. Bij een onderzoekje van Marcel Slockers in de havenstad bleken dakloze mannen 11 jaar en vrouwen 16 jaar eerder te overlijden.  

Na haar specialisatie gaat Marlieke Ridder, inmiddels behoorlijk ‘streetwise’ op vrijdagen spreekuur houden in een Rotterdamse opvang voor daklozen. Dat sprak zich rond, mede door een artikel daarover in huis-aan-huisblad De Havenloods. Steeds meer daklozen, bankslapers en ongedocumenteerden komen langs. 

Behalve dat ze mensen ontvangt, gaat Ridder ook twee dagen per week de straat op om oude, maar ook nieuwe patiënten op te zoeken. Dat doet ze als straatdokter, maar ook als teamleider van het Stedelijk Daklozen Team. “We werken met dertien mensen: een psychiater, een verpleegkundige, een psychiatrisch verpleegkundige, maatschappelijk werkers en veldwerkers die zijn gespecialiseerd in het contact maken op straat. We richten ons vooral op zorgmijdende, psychiatrisch zieke daklozen. Ons team is een magisch team dat letterlijk en figuurlijk om iemand heen kan gaan staan.” Dat is nodig, want het aantal dak- en thuislozen gaat volgens Ridder de komende jaren toenemen. “Je ziet grote maatschappelijke veranderingen terug in de spreekkamer. Toen de verzorgingshuizen sloten, kwamen meer ouderen op straat en door de financiële crisis van 2008 kwamen veel zzp-ers in de problemen. Nu is de woningnood groot en zijn er veel jonge bankslapers die uiteindelijk op straat belanden. Wat voor toekomst heb je dan? Wat doet dat met je en met je vertrouwen in de overheid, in de mensheid?” 

‘Mensen noemen het weleens ‘zonde’ dat ik dit doe en niet een mooie praktijk met ‘normale’ patiënten overneem’

Volgens Ridder moet de overheid de woningnood meer gaan behandelen als noodsituatie. “Ze zouden noodwoningen kunnen bouwen die een jaar of tien meegaan. Daarmee win je tijd om ondertussen te bouwen aan betere woningen. Daklozen help je nu eenmaal het beste met een eigen dak boven hun hoofd.” 

Ridder, die op moment van dit schrijven met mobiele prikteams druk is met het tegen COVID-19 vaccineren van duizenden daklozen in regio Rotterdam, is straatdokter in hart en nieren. “Mensen noemen het weleens ‘zonde’ dat ik dit doe en niet een mooie praktijk met ‘normale’ patiënten overneem. Maar dit is wat ik graag doe. Zwaar werk dat ik niet meer dan drie dagen per week kan doen. Extreem heftige verkrachtingszaken die de meeste praktijken misschien twee keer per jaar binnenkrijgen, heb je hier bijvoorbeeld soms weken achter elkaar. Dat doet wat met je. Maar je krijgt ook veel waardering en warmte terug. 

Ridder maakt tijd voor haar patiënten en hoort veel verhalen. Het fascineert haar dat zij ‘in andermans leven mag meekijken’. “En dat is lang niet altijd negatief.” De straatdokter zegt dat veel daklozen vrijgevig zijn. “Weinig hebben, maar toch willen geven.” Ze kent uit eigen ervaring een aantal voorbeelden. “Een jonge dakloze die bloed wil doneren voor kinderen, een man met hartklachten die ik doorstuurde naar het ziekenhuis en die na zijn bypass langskomt met een voor mij bij elkaar gebedeld ‘benzinepompbloemetje’, en een dak- en werkloze arbeidsmigrant die mij voor vakantie uitnodigt als hij weer terug is in zijn vaderland.”