Strijdende ouders

Juristen en advocaten van VvAA ondersteunen leden bij uiteenlopende problemen.

Tekst: Esmée van der Linde

Een huisarts ziet op zijn spreekuur een minderjarige patiënt (15), begeleid door zijn moeder. De arts wil de patiënt verwijzen naar een specialist. Omdat de ouders in een (vecht)scheiding liggen, neemt de huisarts telefonisch contact op met de andere gezaghebbende ouder (de vader) om toestemming te vragen voor een verwijzing naar een kinderpsycholoog. 

De vader weigert de toestemming voor doorverwijzing en vraagt om een blanco verwijzing, zodat hij zelf een specialist kan uitkiezen. De huisarts geeft uiteindelijk gehoor aan dit verzoek. 

De vader dient alsnog een klacht in over de gang van zaken, onder andere over het feit dat de huisarts zich onprofessioneel zou hebben opgesteld en zich onnodig in de strijd tussen hem en de moeder zou hebben gemengd. Wat had de huisarts moeten doen?

Antwoord

Esmée van der Linden is juridisch adviseur bij VvAA

In deze situatie kan de KNMG-wegwijzer Dubbele toestemming gezagdragende ouders voor behandeling van minderjarige kinderen uitkomst
bieden. Onlangs is deze wegwijzer (uit 2011) vervangen door de KNMG-wegwijzer Toestemming en informatie bij behandeling minderjarigen.

Deze nieuwe wegwijzer bevat een praktische uitwerking van de wettelijke regels over toestemming en informatie bij de behandeling van minderjarige kinderen. Ook geeft de nieuwe wegwijzer voorbeelden van veelvoorkomende situaties en beschrijft het document de uitleg die in de (tucht)rechtspraak aan deze regels wordt gegeven.

Hoofdregel in een situatie waarbij de minderjarige 12 jaar, maar nog geen 16 jaar oud is, is dat naast de toestemming van de gezagdrager(s) ook de toestemming van het kind zelf nodig is.

Volgens de richtlijn mag de arts als het kind op het spreekuur wordt vergezeld door één gezagdragende ouder, ervan uitgaan dat deze ouder mede namens de andere gezagdragende ouder spreekt. Dit geldt niet als er sprake is van een ingrijpende, medisch niet noodzakelijke of medisch ongebruikelijke behandeling, of als de arts aanwijzingen heeft dat de niet-aanwezige ouder een andere mening over de (voorgenomen) behandeling heeft. Dit geldt ook voor situaties waarin de ouders gescheiden zijn. De huisarts uit het voorbeeld heeft dus correct gehandeld, of misschien zelfs wel een stapje extra gedaan.

Soms kan de thuissituatie van een kind een lastige situatie opleveren in de spreekkamer. In het geval van gescheiden ouders is het van belang na te gaan wie het gezag heeft. Ouders die gezamenlijk gezag hebben, moeten met elkaar overleggen, ook als ze gescheiden zijn. Lukt dit niet? Dan moeten zij in beginsel zelf contact opnemen met de arts, over een voor-
genomen weigering. Alleen dan ligt een eventueel conflict tussen ouders daar waar het hoort: bij de ouders zelf en niet bij de huisarts in de spreek-
kamer.