Tien jaar marktwerking in de zorg

Gijs van Loef is publicist en specialist marktwerking in de gezondheidszorg. Hij is onafhankelijk lid van de denktank van het Nationaal ZorgFonds. Hij schreef onder meer het boek Kiezen tussen overheid en markt (2013). gijsvanloef.nl

 

Wat levert tien jaar van het huidige zorgstelsel op? Zijn de doelstellingen gehaald? Heeft Nederland goede, toegankelijke en voor iedereen betaalbare zorg, gestoeld op solidariteit en in macro-opzicht betaalbaar en doelmatig? Een analyse.

De dragende principes van het huidige zorgstelsel zijn kwaliteit, doelmatigheid, betaalbaarheid, solidariteit en toegankelijkheid. Met de zorgverzekeringswet is het stelsel van gereguleerde marktwerking ingevoerd. Dit stelsel zou kostenbeheersing én kwaliteitsverbetering moeten brengen. Is dit gelukt? Voordat deze vraag beantwoord is, moeten de randvoorwaarden waar het zorgstelsel als systeem aan zou moeten voldoen, bekeken worden.

Randvoorwaarden

Het Nederlandse zorgstelsel van gereguleerde marktwerking is uniek in de wereld. Het theoretisch model gaat uit van tien randvoorwaarden, die het fundament vormen van het stelsel van de verzekerbare gezondheidszorg. Het Instituut Beleid & Management Gezondheidszorg van de Erasmus Universiteit Rotterdam benoemt ze als volgt: risicosolidariteit zonder risicoselectie; een transparant zorg- en polisaanbod; doelmatigheidsprikkels voor zorgvragers, zorgverleners en zorgverzekeraars; keuzevrijheid voor verzekerden; betwistbare (toegankelijke) markten; contracteervrijheid; een effectief mededingingsbeleid; geen liftersgedrag (niet meebetalen); effectief toezicht op minimumkwaliteit van de zorg en gegarandeerde toegang tot basiszorg.

Aan deze randvoorwaarden wordt slechts ten dele voldaan. Een overzicht:

Risicosolidariteit zonder risicoselectie
Jaarlijks wordt 22 miljard euro vooraf verdeeld onder de zorgverzekeraars ter compensatie van ongelijke ‘risicogroepen’, dit is de risicoverevening. Dat is de helft van al het geld dat in de zorgverzekeringswet omgaat. Zorgverzekeraars lopen dus slechts een beperkt risico. En dat zal zo blijven. Dit zorgverzekeringsstelsel is zonder risicoverevening niet mogelijk.

Een transparant zorg- en polisaanbod
Er zijn budget-, natura en restitutiepolissen en aanvullende polissen, de Consumentenbond sprak recent van een ‘polisjungle’. Daar staat tegenover dat de website Zorgkaartnederland.nl klantbeoordelingen geeft van individuele zorgverleners. Zorgverzekeraars beginnen kostprijzen openbaar te maken, maar het is vanwege de vloed aan prijzen en de onduidelijkheid wat zorgkwaliteit is, maar zeer de vraag of de inzichtelijkheid hierdoor wordt vergroot.

Doelmatigheidsprikkels voor zorgverlener, patiënt en zorgverzekeraar
De risicoverevening is geen prikkel tot doelmatig inkopen voor zorgverzekeraars. Bij onderhandelingen tussen zorgverzekeraars en zorgverleners is er een neerwaartse druk op budgetten, dat is wel een doelmatigheidsprikkel. Maar individuele zorgverleners worden betaald op basis van behandelingen, productievolume wordt beloond. Daar komt bij dat ziekenhuizen vaak over het afgesproken volume heengaan en dan stops moeten instellen. Zorgverleners worden niet betaald voor de behaalde gezondheidswinst van de patiënt, waar het uiteindelijk om gaat. Voor de patiënt is doelmatigheid van ondergeschikt belang. Omdat er steeds nieuwe behandelingen, technieken en medicijnen beschikbaar komen is de zorgvraag van mensen in beginsel onbegrensd. Maar de eigen bijdrage is een prikkel tot doelmatigheid. Alle drie actoren worden dus slechts gedeeltelijk geprikkeld om doelmatig te handelen, daarnaast zijn er prikkels die juist tegengesteld werken.

Keuzevrijheid voor verzekerden
Er is keuzevrijheid voor verzekerden. De vrije artsenkeuze staat wel onder druk.

Betwistbaarheid (toegankelijkheid) van markten
Er zijn nieuwe toetreders bij zorgaanbieders, vooral rondom de anderhalvelijns zorg. De zorgverzekeraarsmarkt tendeert naar een oligopolie (enkele grote aanbieders). Aspirant-zorgverzekeraars krijgen (vrijwel) geen kans toe te treden.

Contracteervrijheid
Verzekeraars moeten de vrijheid hebben om zorgaanbieders te weigeren en geen contract aan te bieden. Dit is een actueel vraagstuk in de zorginkoopmarkt dat doorwerkt in de zorgverzekeringsmarkt.

Effectief mededingingsbeleid
Er moet eerlijke, gezonde concurrentie tussen partijen zijn, er mogen geen machtsposities ontstaan door fusies, of samenwerking die tot kartels leidt die niet de kwaliteit van de zorg verbeteren. Anderzijds worden er afspraken gemaakt om bepaalde zorgtaken te clusteren. Het beleid is tegenstrijdig en er zijn meerdere toezichthouders met verschillende opvattingen (NZa, ACM, IGz, Autoriteit Persoonsgegevens). De spelregels zijn onduidelijk, complex en veranderlijk. Het mededingingsbeleid blijkt in de praktijk rommelig.

Geen liftersgedrag (free riding)
Liftersgedrag ondergraaft de solidariteit in de zorg. Iedereen moet verplicht verzekerd zijn, zodat iedereen ook meebetaalt aan de kosten van de zorg. Maar er zijn circa 330.000 wanbetalers. Daarnaast zijn er collectiviteiten die minder voor hun leden betalen dan individuele polishouders.

Goede zorgkwaliteit
Het bewaken van een goede zorgkwaliteit is de taak van de Inspectie van de Gezondheidszorg. Er is een sterke toename van het aantal geregistreerde klachten, van 3000 in 2004 naar 10.000 in 2014. Recente berichten over zwijgcontracten en bijvoorbeeld het niet melden van sterfgevallen door ziekenhuizen bevestigen het beeld dat het toezicht tekortschiet.

Gegarandeerde toegang tot de basiszorg
De gegarandeerde toegang tot de basiszorg staat in toenemende mate onder druk. Het SCP meldde in 2009 dat het percentage ‘zorgmijders’ 1 procent is, heel laag in vergelijking met andere landen. In 2011 maakte het SCP voor het eerst melding van wachtlijsten in de ggz en wachttijden in de poliklinische ziekenhuiszorg. Volgens het NIVEL is het aantal mensen dat met een doorverwijzing van de huisarts níet naar de specialist gaat, gestegen van 18 procent in 2008 naar 27 procent in 2013. De afgelopen jaren is de ongelijkheid in toegang tot de zorg onmiskenbaar toegenomen.

Principes

Samenvattend zien we dat niet wordt voldaan aan de gestelde randvoorwaarden van het zorgstelsel van gereguleerde marktwerking. Welke gevolgen heeft dit voor de verwezenlijking van de vijf principes?

Kwaliteit voor de patiënt
In vergelijking met andere moderne Europese landen (België, Denemarken, Duitsland, Engeland, Finland, Frankrijk, Italië, Noorwegen, Portugal, Oostenrijk, Spanje, Zweden en Zwitserland) ‘scoort’ Nederland volgens de OESO op veel medische indicatoren niet echt goed: op basis van een methodische selectie van 19 indicatoren scoort Nederland lager dan gemiddeld.

In het algemeen stijgt de zorgkwaliteit in alle landen. Onze levensverwachting stijgt, maar ligt met 81,4 jaar onder het gemiddelde, de sterftekans bij kanker is relatief hoog. Daarentegen scoort Nederland hoog met korte wachttijden voor electieve ingrepen en de griepprik voor ouderen. Ook beoordelen Nederlanders de eigen gezondheid als relatief goed.

Kwaliteit voor zorgprofessionals
Het aantal ziekmeldingen door werknemers in de zorgsector ligt veel hoger dan in andere bedrijfstakken, volgens het CBS. Dat was al zo, maar het verschil wordt steeds groter. In het eerste kwartaal van dit jaar bedroeg het ziekteverzuim in de gezondheids- en welzijnszorg 5,8 procent, waar het gemiddelde ziekteverzuim van alle Nederlandse werknemers 4,3 procent is[. Zo wordt door de Federatie Medisch Specialisten een cursus over ziekteverzuim aangeboden: “Extreem vermoeid, cynisch en verminderd bekwaam. In een gemiddeld ziekenhuis kampen maar liefst 25 medisch specialisten en aios met ernstige burn-outklachten, met alle gevolgen van dien. De gezondheid van de arts holt achteruit, het risico op arbeidsongeschiktheid neemt toe en de patiëntveiligheid komt in het geding.”

Doelmatigheid
Macro: ons zorgstelsel is relatief duur, het aandeel van de curatieve zorg op het BNP is in de periode 2006 t/m 2014 met 22 procent gestegen, van 4,5 procent naar 5,5 procent.

curatieve-zorg-bnp

In 2011 constateerde het SCP dat de kwaliteit slechts langzaam verbetert, terwijl de zorguitgaven zoveel sneller stijgen, waardoor de doelmatigheid van de zorg serieuze aandacht verdient. De Algemene Rekenkamer meldt in het Verantwoordingsonderzoek 2015 dat de rechtmatigheid van publieke uitgaven in de zorgsector moeilijk vast te stellen is, waardoor ook de doelmatigheid moeilijk kan worden beoordeeld. Het is moeilijk zicht te krijgen op hoe zorggeld wordt besteed en een oordeel te vellen over de geleverde prestatie, aldus de Rekenkamer.

De doelmatigheid van organisaties in de zorg wordt niet systematisch bijgehouden. In 2014 berekende een internationale groep van gezondheidszorgexperts (Commonwealthfund) dat Nederland in vergelijking met zeven andere landen op de VS na de hoogste administratieve kosten bij ziekenhuizen heeft (20 procent). Dit percentage ligt bij de andere Europese landen aanmerkelijk lager.

Betaalbaarheid
Macro:
vanwege de sterk stijgende zorgkosten is in 2012 het macrobeheersinstrument in stelling gebracht (Budgettair Kader Zorg). De stijging van het macrobudget voor medische zorg mag tot en met 2014 maximaal 1,5 procent bedragen, vanaf 2015 nog slechts 1 procent. De groei van de zorgkosten is dus afgetopt door de politiek.
Micro: in 2013 constateerde het SCP nog dat Nederlanders weinig financiële belemmeringen ervaren bij toegang tot de medische zorg. Maar de betaalbaarheid wordt voor steeds meer mensen een probleem. In 2008 werd het eigen risico van 150 euro ingevoerd, in 2016 bedraagt het eigen risico 385 euro. De zorgtoeslag wordt vrijwel ieder jaar verlaagd, zowel qua inkomensgrens als hoogte van de toeslag. Ook nemen de eigen betalingen toe voor mensen met chronische ziekten en gehandicapten. Mensen met een laag of middeninkomen zijn een veel groter percentage van hun inkomen kwijt aan zorgkosten dan wie meer verdient. Onlangs werd bekend uit onderzoek van TNS/NIPO dat 10 procent van de Nederlanders zorg zegt te mijden, of uit te stellen vanwege de kosten.

Solidariteit
Volgens het SCP en CBS is het solidariteitsprincipe onomstreden: hoge inkomens (vaak hoogopgeleid en met een hoge levensverwachting) zouden moeten meebetalen aan de zorgkosten van lage inkomens (vaak laagopgeleid en met een lagere levensverwachting). Solidariteit tussen jong en oud, rijk en arm, ziek en gezond wordt door Nederlanders door de jaren heen als een groot goed beschouwd. Doordat lagere en middeninkomens steeds hogere zorgkosten hebben en daardoor zorg gaan mijden, staat de solidariteit onder druk.

Toegankelijkheid
Er werd al vastgesteld dat de afgelopen jaren de ongelijkheid in toegang tot de zorg onmiskenbaar is toegenomen.

Conclusie

We moeten concluderen dat de doelstellingen van het zorgstelsel niet behaald zijn. Het zorgstelsel komt als systeem niet uit de verf. De principes in ogenschouw genomen, is dit het beeld dat ontstaat: de kwaliteit van medische zorg is een probleem, zowel voor de patiënt als de zorgprofessional, de doelmatigheid is twijfelachtig, de betaalbaarheid wordt in toenemende mate een probleem voor mensen, de toegankelijkheid staat (daardoor) onder druk en daarmee ook de solidariteit.

Bronnen

  • Algemene Rekenkamer, Verantwoordingsonderzoek bij minVWS 2015
  • Britnell, In Search of the Perfect health System, 2015
  • Commonwealthfund, A Comparison of Hospital Administrative Costs in Eight Nations, 2014
  • De Groene Amsterdammer, Drieluik over de zorg, sept./okt. 2016
  • Erasmus Universiteit, iBMG, De tien randvoorwaarden van gereguleerde marktwerking, 2013
  • van Loef, Kiezen tussen overheid en markt 2013, De cure onder het mes, 2015
  • NIVEL, Inzicht in zorgmijden: aard, omvang, redenen en achtergrondkenmerken. 2015
  • OECD, Health at a Glance 2015 en http://stats.oecd.org/Index.aspx?DataSetCode=SHA
  • SCP, Sociale Staat Nederland 2007, 2009, 2011, 2013, 2015
  • diverse internetbronnen

Naar aanleiding van feedback van lezers is deze tekst op 13 december aangepast

 

17 Reacties Reageer zelf

  1. anh jansen
    Geplaatst op 17 november 2016 om 21:00 | Permalink

    Gijs van Loef doet het werk van de Erasmus geleerden nog eens dunnetjes over.

    https://www.bmg.eur.nl/fileadmin/ASSETS/bmg/Onderzoek/Onderzoeksrapporten___Working_Papers/2014/Eindrapportage_Evaluatie_Zorgstelsel_en_Risicoverevening_Amcham-Clingendael_project_maart2014.pdf

    De progressie in het realiseren van de randvoorwaarden voor gereguleerde concurrentie stemt tot optimisme over de vooruitzichten voor dit ordeningsmodel. Er is dus volop reden om op de ingeslagen weg voort te gaan.

    Bovendien is er ook geen realistisch alternatief.

    Een terugkeer naar een zorgstelsel met vergaande aanbod- en prijsregulering is gelet op de negatieve ervaringen daarmee niet aantrekkelijk. Landen met een grotendeels door de staat georganiseerde gezondheidszorg zijn al jaren bezig om een “interne markt” te organiseren om de doelmatigheid
    van de zorg te verbeteren. Consistent verder bouwen aan een zorgstelsel met gereguleerde concurrentie lijkt dus de beste optie voor het zo goed mogelijk realiseren van goede, betaalbare
    en toegankelijke gezondheidszorg.

    -Men leest bij de Erasmus Universiteit de TINA: ‘There Is No Alternative”.

    Selectieve contractering gaat gelijk op met selectieve verwijzing en selectieve citaties. Waar is de info over het MacroBeheersingsInstrument? Over de MacroBeheersingsHeffing? De daarmee afgedwongen Convenanten en Akkoorden al dan niet op Hoofdlijnen? Van marktwerking is dan ook geen sprake in het NL zorgstelsel, wel van gereguleerde rantsoenering; inmiddels zijn er 12 miljard euro gerealloceerd. En dat tegen zeer hoge transactie kosten!

    Na 10 jaar heeft nog geen enkel ander land op deze Aardbol het systeemmodel Zorgstelsel 2006 overgenomen. Veel kijkers getrokken, geen enkele koper!

    Dat zou een goed verkoper toch aan het denken moeten zetten. Maar ja, die VOC mentaliteit. Die gaat ons weer eens nekken.

  2. André Klaver
    Geplaatst op 17 november 2016 om 21:02 | Permalink

    Guttegut, waarom oh waarom verbaast mij dit alles N I E T ?

  3. Michiel Verkoulen
    Geplaatst op 17 november 2016 om 21:38 | Permalink

    Beste heer Van Loef,

    In dit stuk staan een aantal ernstige fouten.
    Ik noem er een paar:

    – Het aantal onverzekerden is met meer dan een factor 10 overschat. In 2015 waren er 24.269 onverzekerden, niet 300.000 zoals u beweert. (zie: https://www.staatvenz.nl/kerncijfers/onverzekerden-zorgverzekering)

    – De uitgaven aan curatieve zorg in Nederland als aandeel van het BBP (5,5%) is in vergelijking met vergelijkbare landen niet hoog (Denemarken 6,0%, Frankrijk 6,0%, Duitsland 5,9%, Finland 5,6%, UK 5,6%, België 5,1%).

    – Het artikel suggereert dat het stelsel zou moeten functioneren zonder risicoverevening. Ik ken geen enkele deskundige die dat suggereert. Waarop is deze stelling gebaseerd?

    – Het artikel meldt dat het aantal klachten over de kwaliteit van zorg bij de IGZ groeit, maar niet dat die groei het gevolg kan zijn van actiever beleid om medische missers te melden.

    – Het artikel stelt dat de zorgtoeslag elk jaar daalt. De laatste 3 jaren is deze voor de laagste inkomens juist gestegen.

    – U haalt het Commenwealth Fund aan als bron waar het past in uw conclusie, maar het vandaag verschenen rapport van datzelfde Commenwealth Fund dat aangeeft dat de toegankelijkheid van zorg in Nederland beter lijkt dan in vergelijkbare landen laat u onbesproken en bekritiseert u op twitter.

    Het zijn storende fouten die de objectiviteit van het stuk en de conclusies ondergraven.

  4. Ivo Knotnerus
    Geplaatst op 17 november 2016 om 22:04 | Permalink

    Nog eentje: het MBI is nog nooit gebruikt.

  5. Ivo Knotnerus
    Geplaatst op 17 november 2016 om 22:09 | Permalink

    En alleen een paar groepen eerstelijns zorgverleners worden (geheel of gedeeltelijk) op volume betaald.

  6. Alberts
    Geplaatst op 18 november 2016 om 11:32 | Permalink

    Voor mij is het nog altijd niet duidelijk hoe we het zorgstelsel moeten betitelen. Het schijnt geen marktwerking te mogen heten, al worden er wel een paar uitgangspunten daarvan gehanteerd. Maar toch is er vrij weinig risico voor ZV en aanbieders want de patienten zijn verplicht verzekerd en kunnen als groep niet zonder zorg. Iemand een idee?

  7. anh jansen
    Geplaatst op 18 november 2016 om 17:43 | Permalink

    http://content.healthaffairs.org/content/early/2016/11/14/hlthaff.2016.1088.full#sec-1

    Limitations
    Our study had several limitations.

    First, populations that were hard to reach—undocumented immigrants and adults with relatively low incomes, people who lack proficiency in the relevant language, those who are transient, and those who do not have mobile or landline telephones—have increased likelihood of being missed in a survey of the general population. Therefore, our study may have underestimated their concerns. Second, the survey had reasonable but still low response rates, which might introduce bias in an unknown direction.

    The overall response rates varied from 11 percent (Norway) to 47 percent (Switzerland).8

    -Altijd de disclaimer lezen en op waarde beoordelen!

    Dit onderzoek is van gelijke waarde als het EHCI onderzoek; nul, nul. Geen waarde. Waarom worden dit soort gebrekkige rapporten gepubliceerd? Publish or perish?

    De Lancet doet daar niet aan mee. Science evenmin.

    Health Affairs is blijkbaar van andere categorie dan Science of Nature. Als het maar reuring geeft.

    Wie zijn nu die lieden die dit soort rapporten aanhalen alsof het afkomstig is van Nature, Science of The Lancet en met welke bedoelingen? Erg Zorgvuldig komt dit niet over.

  8. J. Slotemaker
    Geplaatst op 18 november 2016 om 20:10 | Permalink

    Ieder jaar maken de zorgverzekeraars gemiddeld een miljard euro winst. Dit geld wordt dus niet besteed aan goede zorg, maar verdwijnt in de zakken van de vier grote verzekeraars. Daarbovenop besteden de zorgverzekeraars honderden miljoenen per jaar aan het overstapcircus. En wanneer u ziek bent wordt u door het ‘eigen risico’ beboet met 385 euro. Er is een geldverslindende reclame (via de eredivisie voetbalclubs) en zijn torenhoge salarissen voor de zorgbobo’s. Er gaan miljoenen naar de bedrijfskosten en naar de bedrijfgebouwen. Een 300000 verzekerden betalen hun premie niet of hebben grote premiebetalings achterstand. En aan de poorten van de COA’s staan de profiteurs van het zorgstelsel klaar om vluchtelingen in het duister circuit van zorgaanbieders te dompelen.

  9. A.Kerkour
    Geplaatst op 19 november 2016 om 21:14 | Permalink

    Mijnheer Verkoulen,

    Ik vind het opmerkelijk, en verwarrend, dat zorgeconomen de cijfers anders interpreteren dan critici.

    Ik vermoed dat u en mijnheer Knotnerus de heer van Loef willen wijzen op het verschil tussen onverzekerden en wanbetalers.

    ” Zorgverzekering niet betaald door 330.000 Nederlanders”

    http://www.zorgwijzer.nl/zorgverzekering-2016/330-000-betalen-zorgverzekering-niet

    Is dit relevant voor de boodschap van de heer van Loef?

    Ik ben er niet zeker van.

    Zorgtoeslag? Commonwealth? Deskundigen over risicoverevening?

    Volgens mij gaat het hier om gerommel in de marge van deze discussie.
    Gehakketak onder zorgeconomen, waarbij de verdedigers van dit stelsel bepaald niet overtuigen.

    De kern van de boodschap onderschrijf ik echter :

    Er is sprake van een falen van het in 2006 gekozen model.

    Tijd voor een andere koers dus.

  10. Gijs van Loef
    Geplaatst op 20 november 2016 om 12:21 | Permalink

    Beste Michiel,

    Een korte reactie op je kritiek (‘ernstige fouten’):
    – Onverzekerden moet zijn: wanbetalers, het zijn er 330.000.
    – Ik heb het over de stijging van de kosten van de curatieve zorg tijdens de zorgverzekeringswet, vergeleken met alle moderne Europese landen is dit het hoogste stijgingspercentage.
    – U heeft een punt m.b.t. de ex ante risicoverevening van dit stelsel.
    – De stijging van het aantal meldingen (‘klachten’) bij IGz is enorm, dit laat zich niet bagatelliseren met een opmerking over een mogelijk ‘actiever beleid’.
    – Jaar Toetsingsinkomen Zorgtoeslag/maand
    2012 25.000 47 euro
    2013 25.000 45 euro
    2014 25.000 28 euro
    2015 25.000 16 euro
    2016 25.000 24 euro
    Een klein puntje, in 2016 is de toeslag voor het eerst ietsje gestegen
    – De publicatie(s) van het Commonwealthfund die op 17 nov. jl. in de media kwam schept verwarring. Is dit nu wel of niet van het Commonwealthfund? Los daarvan is de inhoud en de conclusie die eraan verbonden door de minister en de rijksoverheid discutabel.

    Resumerend, je hebt een punt (m.b.t. de risicoverevening) en een tweetal ‘semantische correcties’ aangedragen. Dank daarvoor.

    Maar of dit je statement van ‘ernstige fouten’ rechtvaardigt? Ik laat het oordeel maar aan de lezer.

  11. Meijer
    Geplaatst op 20 november 2016 om 13:48 | Permalink

    Koddig om te zien hoe zorgeconomen reageren op de heer van Loef, die blijkbaar als nestbevuiler wordt gezien.
    De twee-eiige tweeling Verknotten laat zich uitlokken tot wild zwaaien en schreeuwen, de feiten hierbij uit het oog verliezend. ( Met in hun kielzog onder meer de heer Frank van Wijck, als vijfde wiel aan de wagen ) .
    Ik kan niet wachten op de bijdrage van de heer Canoy ( u weet, de man van de inhoud, maar ook de man die zich af en toe uitspraken zoals ” ga jij je mond toch spoelen met je hoax” permitteert) .

  12. Michiel Verkoulen
    Geplaatst op 24 november 2016 om 13:22 | Permalink

    Beste Gijs,

    Dank voor je respons. Ik zie dat je in een nieuwe versie van dit stuk een aantal fouten verbeterd hebt. Ik noemde dat ernstige fouten omdat je steeds, ook nu weer, verregaande conclusies trekt op basis van een halve, of ondeugdelijke analyse. Er is geen logische lijn te trekken tussen de problemen die je constateert en je conclusie dat het stelsel niet functioneert.

    Met name door drie redeneer fouten die je blijft maken.
    1) Er ontbreekt causaliteit tussen wat jij als probleem ziet en het stelsel. Bijv. Waarom zou het aantal klachten bij de IGZ gerelateerd zijn aan een stelsel met concurrerende zorginkopers? Hoe is in jouw ogen het een het gevolg van het ander? Mijn hypothese is juist omgekeerd: door ons stelsel hebben we meer oog voor kwaliteit (en het soms ontbreken daarvan), en daarom zijn er meer klachten. (Overigens ook omdat we als samenleving als geheel kritischer zijn).

    Ander voorbeeld: waarom is de stijging van de curatieve zorguitgaven het gevolg van een falend stelsel? Je moet die causale relatie wel beschrijven wil het geloofwaardig zijn.

    2) De fouten lijken geen slordigheid maar strategische omissies. Het verschil tussen een wanbetaler en een onverzekerde is echt heel groot als je het falen van een systeem wil aantonen. De eerste groep is namelijk gewoon verzekerd en heeft recht op zorg. In Nederland heeft dus 99,8% van de mensen wettelijk recht op zorg. Daar blijft wat te wensen over maar dat noem ik geen ‘falen’.

    3) Wat je steeds opnieuw doet in je analyses, en ook nu, is de problemen die je constateert aan het stelsel wijten (zoals gezegd, gebrekkig gemotiveerd), maar de successen niet. Cherry picking in reverse; lemon picking. Dat is niet correct en niet fair.

    Als ik net zo losjes zou redeneren zou ik kunnen beweren dat de enorme stijging in de levensverwachting de laatste 10 jaar het gevolg is van ons stelsel. De zichtbare verbetering van patiëntgerichtheid, wachttijden en dienstverlening ook. De gestegen toegang en solidariteit idem. Ja zelfs de ontwikkeling van meer holistische concepten als positieve gezondheid en zeggenschap zou ik kunnen toeschrijven aan het stelsel; voor 2006 waren die concepten in NL er immers niet of minder. Om dit soort conclusies en beweringen met enige legitimiteit te kunnen doen is een betere theoretische en empirische inbedding nodig.

    Anders blijft het bij een stukkie op een blog. A fart in the wind. Niet meer, niet minder. Maar in elk geval volstrekt onvoldoende als analyse om maar aanstalten te maken te gaan denken over een diep ingrijpende stelselherziening. Voorstanders van zo’n hervorming (bijv. het zorgfonds) onderschatten of ridiculiseren constant het intellectuele werk en het decennia lange maatschappelijke debat wat vooraf ging aan 2006 (ZVW en WMG). Wie doet alsof ons zorgstelsel een exprimentje was dat nu als gefaald terzijde geschoven kan worden miskent dat volledig en is op zijn minst zeer slecht geïnformeerd.

    Afijn, dat is mijn visie. Succes.

    De overige beeldende reacties neem ik voor prettige kennisgeving aan. Dank.

    PS: Zorgtoeslag voor alleenstaande met minimumloon (2016) was/is:
    2017: €88 p.m.
    2016: €83 p.m.
    2015: €78 p.m.
    2014: €72 p.m.
    De bewering ‘De zorgtoeslag wordt vrijwel ieder jaar verlaagd, zowel qua inkomensgrens als hoogte van de toeslag’ is en blijft dus pertinent onjuist.

  13. anh jansen
    Geplaatst op 25 november 2016 om 10:50 | Permalink

    Mogen we in kader van zorgvuldigheid ook de stijging van de gemiddelde Nominale Premies zien? En de bijbehorende stijging in verplicht eigen risico en de bijbehorende gevolgen van de afschaffing van de compensatie hogere kosten voor chronisch zieken?

    Dan zal ook de directeur van Zorgvuldig Advies zien dat de Zorgtoeslag achter blijft bij de stijging in kosten en dat midden, lage tot lagere inkomens niet worden gecompenseerd voor deze stijging en de facto de zorgtoeslag wordt verlaagd.

    In Nederland krijgen nu meer mensen jaarlijks zorgtoeslag, maar die krijgen ook allemaal minder dan per 2006 was afgesproken. Dit in kader van staand beleid van VW en MinFin om de zorgtoeslag af te schaffen per 2040. Als dat daadwerkelijk wordt doorgevoerd betalen de lage tot middeninkomens inderdaad 40% van hun inkomen aan ziektekostenpremies. Verplicht.

    Hoe ziet een Frame eruit?

  14. Michiel Verkoulen
    Geplaatst op 25 november 2016 om 15:23 | Permalink

    De gemiddelde nominale premies zijn:

    2017: €109 (minus zorgtoeslag van €88 = €21 netto premie)
    2016: €100 (minus zorgtoeslag van €83 = €17)
    2016: €97 (minus zorgtoeslag van €78 = €19)
    2016: €92 (minus zorgtoeslag van €72 = €20)

    Let wel; dit zijn gemiddelde premies. Elk jaar wordt het verschil tussen de gemiddelde zorgpolis en de goedkoopste zorgpolis groter, dus shoppen loont voor wie wil besparen op de nominale premie.

    De zorgtoeslag is bedoeld als tegemoetkoming in de uitgaven aan zorgpremie. Het eigen risico en overige eigen bijdragen staan daar los van. Diverse gemeenten geven een tegemoetkoming in de kosten van het eigen risico en andere eigen bijdragen. Het eigen risico was in 2014 €360, in 2015 €375 en in 2016 en 2017 €385.

    Commentaar geven op beleid dat volgens u over 22 jaar (pakweg 6 kabinetten verder) wordt ingevoerd vind ik wat prematuur.

    Hoe dan ook; de bewering van Van Loef blijft onjuist.

  15. anh jansen
    Geplaatst op 26 november 2016 om 08:29 | Permalink

    ‘Commentaar geven op beleid dat volgens u over 22 jaar (pakweg 6 kabinetten verder) wordt ingevoerd vind ik wat prematuur.’

    -Onzin.

    Het is nu juist staand beleid om de zorgtoeslag af te schaffen per 2040 en dat gebeurt ook middels het laten achterblijven op de voortgaande stijging van de premie, verhoging eigen risico en uitkleding van het pakket en afschaffing van allerlei tegemoetkomingen.

    Naast de armoede val komt er nu ook een zorgval.

    Uitsluitend de allerlaagste inkomens en meest kansloze mensen krijgen toeslagen e.d. nog wel. Alle anderen kunnen betalen.

    Dat afdoen als vooruitlopen op 2040 is op zich al een Frame.

    Erg Zorgvuldig is dit allemaal niet.

  16. anh jansen
    Geplaatst op 26 november 2016 om 10:57 | Permalink

    Michiel Verkoulen blijft onzorgvuldig.

    Het is staand beleid om de zorgtoeslag af te bouwen om in 2040 uit te komen op nul. Hoe de laagste inkomens dan moeten worden gecompenseerd voor een belachelijk hoge Nominale premie is nog onderwerp van onderzoek.

    Waarom niet doen zoals alle overige EU landen? Inkomensafhankeljk via de belastingen, remgeld eventueel met aftopping en klaar is Michiel toch? Even bij de Belgen kijken zou ik voorstellen. Betere zorg voor lagere prijs en eerlijkere verdeling van lasten. Wat is daar nu op tegen?

    Hier een bericht uit zorgwijzer;

    Half miljoen Nederlanders raakt zorgtoeslag kwijt in 2015
    Gepubliceerd: 24 september 2014 10:33 – Update: 25 november 2014 16:07 Reacties 105

    zorgtoeslagIn 2015 raken gemiddeld een half miljoen Nederlanders hun recht op zorgtoeslag kwijt. Het kabinet gaat een nieuw beleid voeren, waarbij gestreefd wordt om minder toeslagen uit te keren. In het geval van de compensatie op de zorgpremie gaan huishoudens met een brutosalaris van rond de 2450 euro per maand er op achteruit. Dit jaar ontvangen zij nog een zorgtoeslag van 450 euro, maar volgend jaar zal dat bedrag worden teruggebracht naar nul euro.

    Update 25 november: Hoeveel zorgtoeslag ga jij ontvangen in 2015? Bekijk de nieuwe tabel hier.

    Het kabinet vermindert in 2015 het aantal ontvangers van de zorgtoeslag opnieuw naar in totaal 4,2 miljoen huishoudens. Ter vergelijking, in 2012 ontvingen nog 6,1 miljoen huishoudens een toeslag op de zorgverzekering. Volgens het kabinet zou een verdere vermindering onaanvaardbare inkomenseffecten met zich meebrengen.

    Zoals al tijdens Prinsjesdag is aangegeven, zullen de aller laagste inkomens een hogere zorgtoeslag gaan ontvangen. Dit geldt voor de Nederlanders die minder verdienen dan het wettelijk minimumloon, omdat zij relatief veel van hun inkomen kwijt zijn aan de zorgpremie en het eigen risico (volgend jaar 375 euro). Wat de hoogte van de zorgtoeslag is voor deze groep zal berekend worden halverwege november, wanneer de zorgverzekeraars de premies hebben vastgesteld voor 2015.

    Volgens minister Schippers van Volksgezondheid wordt er door deze maatregel in 2015 125 miljoen euro bespaard en nog eens 400 miljoen euro in 2016. Deze bezuinigingen zijn nodig omdat het kabinet er niet in is geslaagd om alle verschillende toeslagen onder te brengen in één huishoudentoeslag.

    Dit jaar is de zorgpremie met gemiddeld 10 euro per maand gedaald en om die reden werd de zorgtoeslag ook verlaagd naar maximaal 72 euro. In 2015 verliezen een half miljoen huishoudens het recht op zorgtoeslag, terwijl de zorgpremie wel stijgt.

    Bron: Rijksoverheid.nl

    In de vele ambtelijke stukken, openbare stukken, CPB stukken komt de afbouw van de zorgtoeslag voor.

    De vraag wat de Frame is blijft dan ook staan.

  17. Meijer
    Geplaatst op 26 november 2016 om 20:25 | Permalink

    Ik verheug mij erg op de blog van “zorgjournalist” ( wat kan dat toch een inflatiegevoelige term zijn; beschermde titel? ) van Wijck, ingefluisterd door Verknotten:

    “Hoe onderbouwd is het NZF ? ”

    Alsof:
    -1. zorgeconomen en hun aanhangsels de agenda hier bepalen;
    -2. onderbouwing belangrijk was ten tijde van introductie van DIT stelsel.