Uit de oude doos XXXIV

 

Op moment van schrijven van dit tekstje, medio januari, heeft het in het grootste deel van Nederland nog niet gewinterd. Ruiten krabben was zelden nodig. Sowieso behoort het winters ochtendklusje bij diverse nieuwe autotypes al tot het verleden. Tegenwoordig is het al mogelijk om met een smartphone vanuit bed de auto op te dragen zelf het ijs op de autovoorruit alvast te ontdooien.

In januari 1956 werd een Elfstedentocht gereden en moest je nog gewoon krabben. Een Arts en Auto-lezer heeft een goede tip. “Het betreft niet iets nieuws, doch velen weten het niet. Als men ’s nachts twee gevouwen kranten onder de ruitenwissers tegen de voorruit klemt, blijven er twee evenzo grote kijkgaten open, omdat de kranten het vocht opzuigen en de eronder gelegen raamdelen voor dichtvriezen behoeden.”

Koud kunstje

De wijze raad maakt reacties los bij de lezers. In het volgende nummer heeft een lezer zelfs een nog beter advies. Een krant is niet altijd voorhanden, ‘en kan wel aanvriezen!’ “Het artsenembleem van de V.v.A.A. hebben wij steeds bij de hand en het schijnt ervoor gemaakt om met een enkele haal een zelfs dikke laag ijzel af te schrappen.”

Helaas gaat ook dat advies alweer snel onderuit. In een volgend nummer van het ledenblad meldt een lezer dat het embleem er toch níet voor gemaakt blijkt. De schrijver hield na de eerste haal door het ijs op zijn voorruit twee halve artsenemblemen over.