Uit de oude doos XXXVIII

U gaat straks toch wel op vakantie met een schone auto? Nog even door de wasstraat; er zijn momenteel her en der zomeraanbiedingen inclusief waxen. Zelf wassen is haast duurder.

In 1955 waren er nog geen wasstraten. Dat jaar vertelt ene ‘Doktersvrouw’ onder de kop ‘Dokters Logica’ in Arts en Auto een verhaal over de vieze gezinsauto. “Kan Jenny onder het spreekuur de auto even wassen?”, vraagt de dokter op een dag aan zijn vrouw. ‘Doktersvrouw’ vindt het die dag koud, heeft medelijden met de doktersassistente en suggereert de auto door een garage te laten wassen. “Daar vragen ze er ƒ 2,50 voor”, reageert dokter verbolgen, “als ik tijd had, deed ik het zelf.”

“We gaan Vader verrassen”, zegt Doktersvrouw even later tegen zoon Bob. “Wij wassen de auto samen.” Zoonlief is direct enthousiast en zet een emmer naast Moeder neer, maar trekt daarmee per ongeluk een ladder in haar kous. “Net nieuwe kousen, ƒ3,90 naar de maan”, verzucht de schrijfster.

Halverwege de klus struikelt Bob over de tuinslang. “Zijn broek is op slag rijp voor de stomerij: ƒ1,90.”

Het kan nog erger. Als Bob op de bumper staat om het dak te poetsen, stoot zijn voet door een achterlicht. Vader die net komt aanlopen, moppert dat dat minstens ƒ5,- gaat kosten. “Maar”, vervolgt hij welgemoed, “toch fijn zelf opgeknapt! Die garages zijn toch maar afzetters.”