Van wetenschap naar spreekkamer

Tussen resultaten van nieuw wetenschappelijk onderzoek en richtlijnen die in de spreekkamer worden toegepast, is altijd een discrepantie. De gemiddelde richtlijn is vijf jaar houdbaar en wordt dan in zijn geheel gereviseerd. Maar een nieuwe trend is gaande: richtlijnen zullen vaker op actualiteit worden beoordeeld en zo nodig per module aangepast.

Tekst: Anouk Brinkman | Beeld: Marcel Leuning

Bij Ans Tresoor-Homan (79), gepensioneerd arts sociale geneeskunde, werd in 2009 tijdens een rijbewijskeuring een knobbeltje in haar borst ontdekt. Uit de mammafoto’s bleek later inderdaad dat er aan één kant sprake was van een tumor met metastasen in de lymfeklieren. Tresoor-Homan werd volgens protocol geopereerd, kreeg een okselklierdissectie en aanvullende therapie met Tamoxifen. “Ik werd er vreselijk moe van, maar goed, dat kon ook door de okselklierdissectie komen, dus ik liet het voor wat het was.” Totdat de arts in ruste eind 2009 in de Volkskrant een artikel las over de werkzaamheid van Tamoxifen. De lever van patiënten bij wie het enzym CYP2D6 niet of weinig aanwezig is, bleek het middel niet om te zetten in de werkzame stof endoxifen. Hierdoor is het geneesmiddel minder effectief bij patiënten die dit enzym missen. Hetgeen niet alleen voor dit geneesmiddel geldt, maar ook voor andere middelen, waaronder bètablokkers en maagzuurremmers.

Lees verder (pdf).

11-2014p018-020