Vluchteling in huis

Het project Student Refugee Community regelt woonruimte voor vluchtelingen in Utrechtse studentenhuizen. Twee studenten vertellen erover.

Tekst: Martijn Reinink | Beeld: Nout Steenkamp
Zuhair (met witte trui) met links van hem Lori en rechts Andre, te midden van andere huisgenoten

Een vluchteling in huis? Nee, niet al haar huisgenoten stonden te springen. Lori Salvino (20), tweedejaars geneeskunde, vond het zelf meteen een goed plan. Al snapte ze de terughoudendheid ook wel. “We geven hier feestjes, we hebben een bierkoelkast, er wordt na 22.00 uur gerookt in huis. Als dat niet geoorloofd zou zijn in de cultuur van de vluchteling, dan geeft dat misschien problemen en wij wilden wel onze vrijheden behouden.”

De huisgenoten spraken af het een kans te geven. Tijdens een hospiteeravond maakten ze kennis met Zuhair Abd Alnour (22) uit
Syrië. Hun angst bleek ongegrond. “Na die kennismaking was iedereen om. Zuhair is nog geen twee jaar in Nederland, maar verstaat Nederlands en spreekt het ook al redelijk. Dat vind ik echt knap. En hij drinkt ook een biertje. Laatst hadden we een feestje; zette hij een waterpijp op tafel. Zaten we met z’n allen aan de waterpijp.”

Student Refugee Community is een initiatief van Stichting Studenten Huisvesting (SSH), de gemeente Utrecht en stichting Academie van de Stad. In februari 2017 zijn zij met dit pilot- project gestart in Utrecht. Vluchtelingen melden zich, meestal via VluchtelingenWerk, bij de SSH of de gemeente aan voor woonruimte en komen op een wachtlijst terecht. Komt er een kamer vrij in een huis van de SSH, dan krijgende bewoners de keuze: een gewone hospiteeravond organiseren of de kamer aanbieden aan een vluchteling.

Community Builders

Om in aanmerking te komen voor een ‘jongerencontract van vijf jaar’ moet de vluchteling aan een aantal voorwaarden voldoen: een verblijfsvergunning hebben, Nederlands of Engels spreken en tussen de 18 en 23 jaar zijn. Een studie volgen, hoeft niet per se. Zuhair volgt op dit moment Nederlandse les. “Hij begint straks aan de opleiding civiele techniek”, weet Lori. “In zijn geboorteland had hij de bachelor op zak, maar die moet hij hier opnieuw halen.”

Voordat bewoners kennismaken met een statushouder (vluchteling met verblijfsvergunning) hebben zij een gesprek met een van de drie Community Builders van het project. “We proberen zo goed mogelijke matches te maken”, zegt Community Builder Andre Sahakian (24). “We hebben statushouders gehad die niet wilden samenwonen met ongehuwde meisjes of de wc en badkamer niet wilden delen. Dan wordt het lastig om ze te plaatsen. Of iemand van een feestje houdt of juist een rustige plek zoekt, zijn wel dingen waar we rekening mee kunnen houden.”

Andre heeft een tussenjaar genomen na zijn bachelor geneeskunde. Voor het geld is hij patatbakker in een biologische friettent. Om maatschappelijk iets te betekenen, heeft hij zich aangemeld als Community Builder. Zelf is hij op zijn vijfde met zijn ouders en twee broers van Armenië naar Nederland gevlucht. “De jongeren die wij nu plaatsen, zijn boven de achttien en nog maar een of twee jaar in Nederland. Hun situatie is dus niet te vergelijken met die van mij destijds. Maar met mijn achtergrond als vluchteling én als bewoner van een studentenhuis kan ik me in beide goed inleven.”

Soort bubbel

Inmiddels hebben verschillende Utrechtse huizen een statushouder verwelkomd. Voor Lori en haar huisgenoten was het even wennen. “We proberen Zuhair overal bij te betrekken, maar soms trekt hij zich toch liever terug. Dat is ook niet erg. We zijn blij dat hij hier is komen wonen. Hij is een lieve, sociale jongen.”

Van alle bewoners en statushouders die aan het project meedoen, krijgt Community Builder Andre ‘eigenlijk alleen maar positieve reacties’. “Als bewoner van een studentenhuis leef je in een soort bubbel. Door een kans te bieden aan deze jongeren en met hen om te gaan, krijg je een andere kijk op de wereld.” Lori herkent dat wel. “Ik vind het interessant om te horen hoe Zuhair over dingen denkt en hoe het er in zijn cultuur aan toegaat. Laatst vertelde hij over zijn leven in Syrië en naar welke muziek hij altijd luisterde. We hebben toen zijn muziek opgezet. Dat was een bijzonder moment.”