‘Wij kunnen van grote waarde zijn’

V&VN VS-voorzitter Irma de Hoop over verpleegkundig specialisten 

In het ziekenhuis worden verpleegkundig specialisten al volop ingezet. Irma de Hoop, zelf verpleegkundig specialist en voorzitter van de beroepsvereniging, hoopt dat de huisartsenzorg, de ouderenzorg en de verstandelijk gehandicaptenzorg weldra volgen.

Tekst: Martijn Reinink | Beeld: Nout Steenkamp

Alles wat ze doet, staat in het teken van de verpleegkundig specialist. En ze doet veel. Irma de Hoop (52) is verplegingswetenschapper, opleider en examinator bij GGZ Verpleegkundig Specialisten (GGZ-VS) en voorzitter van de beroepsvereniging V&VN Verpleegkundig Specialist. Daarbij werkt ze zelf nog als verpleegkundig specialist GGZ. Zestien uur per week, in de crisisdienst. “Ik vind het leuk om er allerlei dingen bij te doen, maar patiëntenzorg is het anker van het vak.”

Vandaag heeft De Hoop haar opleiderspet op. Ze komt net uit een vergadering bij de Opleidingsinstelling GGZ-VS, gevestigd in Hoog Catharijne. “We hebben het onder meer gehad over het werven van verpleegkundigen”, laat ze vallen. “Hoe bepalen we wat bovengemiddeld talent is?”

Want daar zijn ze naar op zoek: de pareltjes. “We willen de opleidingsplekken niet weggeven aan verpleegkundigen die na drie maanden afhaken.” Dat geldt niet alleen voor deze ggz-opleiding, maar voor alle instellingen die de Master in Advanced Nursing Practice aanbieden. “Naast een afgeronde hbo-opleiding verpleegkunde is werkervaring een vereiste en moeten verpleegkundigen in een portfolio aantonen dat ze bovengemiddeld functioneren. Dat ze bijvoorbeeld een groot project hebben gedraaid. Verder checken we referenties en vragen we ze een essay teschrijven, om de schrijfvaardigheid te toetsen.”

De opleiding tot verpleegkundig specialist bestaat al twintig jaar. Sinds 2012 mag de verpleegkundig specialist (VS) en ook de physician assistant (PA) op grond van een experimenteerartikel zelfstandig bepaalde handelingen indiceren en uitvoeren. Omdat uit onderzoeken blijkt dat hun inzet leidt tot doelmatige en kwalitatief goede zorg, worden de voorbehouden handelingen in juli verankerd in de Wet BIG.

‘Wettelijk mogen de verpleegkundig specialist en de physician assistant dezelfde dingen, er is overlap, maar er zijn ook wel degelijk verschillen’

Als het om taakherschikking gaat, dan worden de VS en PA vaak in een adem genoemd. Is het verschil voldoende duidelijk? “Ik denk dat we het nog beter moeten differentiëren. Wettelijk mogen we dezelfde dingen, er is overlap, maar er zijn ook wel degelijk verschillen. De PA is ontstaan uit het tekort aan artsen: zij nemen laagcomplexe medische taken over van de dokter. Wij slaan een brug tussen het medische en het verpleegkundige domein. Dat we ook taken van de dokter overnemen, is secundair.”

Op dit moment zijn er zo’n 3.000 verpleegkundig specialisten werkzaam. Naar hoeveel streeft de beroepsvereniging? “De veranderende zorgvraag zal uiteindelijk bepalen hoeveel er nodig zijn”, antwoordt de voorzitter. “In het VBOC-rapport Verpleegkundige toekomst in goede banen uit 2006, adviseert een stuurgroep te streven naar 5 procent verpleegkundig specialisten in de verpleegkundige beroepsgroep. Dan zouden we op 9.000 komen, een mooi aantal, maar we prevaleren kwaliteit boven aantal. Waar we ook rekening mee moeten houden, is dat er een groot verpleegkundigentekort aan komt; de vijver om uit te vissen wordt kleiner.”

Consensus bereiken

Verreweg de meesten van die 3.000 verpleegkundig specialisten werken in het ziekenhuis. “Met een aantal wetenschappelijke verenigingen en de NAPA (Nederlandse Associatie Physician Assis- tants, red.) hebben we consensusdocumenten opgesteld”, geeft De Hoop aan. “Daarin bepalen we per specialisme de positionering van de verpleegkundig specialist en de physician assistant. Een consensusdocument is niet noodzakelijk, maar het geeft houvast. Nu krijgen we als beroepsvereniging weleens de vraag: wat als dokter en verpleegkundig specialist geen consensus bereiken over diagnose of behandeling? In theorie kan dat natuurlijk. Dat de psychiater zegt: een depressie, en dat ik zeg: persoonlijkheidsstoornis. In de praktijk komt dat niet voor. Zoals mijn man zegt: zoek naar wat je bindt en niet naar wat je scheidt. En wat ons bindt, is dat we het beste voor de patiënt willen. Met dat als uitgangspunt kom je altijd tot consensus.”

In zo’n consensusdocument maken de beroepsverenigingen ook afspraken over het hoofdbehandelaarschap. “Dat zorgt voor comfort bij de arts”, zegt De Hoop. “Er zijn dokters die bang zijn in het beklaagdenbankje terecht te komen omdat wij een fout maken. Dat is een misverstand. De Wet BIG zegt: ieder is verantwoordelijk voor zijn eigen fouten. Als de medisch specialist of de huisarts hoofdbehandelaar is en ik ben medebehandelaar en ik verpruts het, dan krijgt de arts de vraag wat hij heeft gedaan om die fout te voorkomen. Maar wanneer is vastgelegd dat ik de hoofdbehandelaar ben, dan ben ik verantwoordelijk.”

‘Er zijn dokters die bang zijn in het beklaagdenbankje terecht te komen omdat wij een fout maken. Dat is een misverstand’

Een ander misverstand dat De Hoop nog met enige regelmaat uit de weg moet ruimen, is dat de verpleegkundig specialist een bedreiging vormt voor de dokter. “We doen niet hetzelfde maar dan goedkoper, wat ten koste gaat van de kwaliteit, zoals ik weleens hoor. Wij verrichten geen hartoperaties. Maar we kunnen wel hartpatiënten begeleiden: medicatie bijstellen, aandacht schenken aan preventie en leefstijlverbetering en zelfmanagement stimuleren. Dat geeft de medisch specialist de ruimte voor de medisch specialistische behandeling.”

Met hun kwaliteiten en bevoegdheden kunnen verpleegkundig specialisten volgens haar ook in de huisartsenzorg, de ouderenzorg en de verstandelijk gehandicaptenzorg van grote waarde zijn. Consensusdocumenten zijn er in die sectoren nog niet, wat De Hoop bijzonder jammer vindt, en met name in de ouderenzorg en de VGZ maakt men nog weinig gebruik van PA’s en VS-en. “Bij mensen met een verstandelijke beperking komen epilepsie, hartafwijkingen en onder- of overgewicht voor; verpleegkundig specialisten kunnen de benodigde zorg leveren en begeleiders instrueren.” In de ouderenzorg hebben ze een iets andere rol. “We zijn niet de haarlemmerolie van de tekorten, maar in de ouderenzorg kan de verpleegkundig specialist heel goed in een tandem werken met de specialist ouderengeneeskunde. In de huisartsenzorg is dat al succesvol gebleken. Zo hebben ze in Twente een proef gedaan met verpleegkundig specialisten die visites rijden, met de huisarts op de achtergrond, wat de druk op de huisarts enorm verlaagde. Maar ook in de praktijk of het gezondheidscentrum kan een verpleegkundig specialist van waarde zijn. Nu is het vaak een POH-GGZ die de huisarts ondersteunt, maar die valt wel onder diens verantwoordelijkheid. Een VS-GGZ kan onder eigen verantwoording ggz-patiënten zien. En ook als het gaat om somatiek kan een verpleegkundig specialist met de juiste opleiding de druk op de huisarts verlichten, bijvoorbeeld door chronische patiënten te begeleiden.”

Tussen de oren

Wat de verpleegkundig specialist in de ggz kan betekenen, ziet De Hoop met eigen ogen. Dat is immers haar werkveld. Op haar dertigste switcht ze van het bedrijfsleven naar de psychiatrie, omdat de commerciële wereld haar begint tegen te staan. “Na mijn eerste stage, als leerling-verpleegkundige op een gesloten afdeling, wist ik: dit is het, dit doet ertoe. Het is vaak een puzzel en dat vind ik boeiend. Waar heeft iemand last van, wat is er aan de hand, welke interventies horen daarbij? In die rol kon ik mijn menselijkheid tonen, waardevolle zorg verlenen, maar ik wilde meer. Er wordt weleens gezegd: als verpleegkundige ben je de ogen en de oren van de arts. Maar als ik dat hoorde, dacht ik: tussen mijn oren zit ook wat.”

‘Er wordt weleens gezegd: als verpleegkundige ben je de ogen en de oren van de arts. Maar als ik dat hoorde, dacht ik: tussen mijn oren zit ook wat’

Toch is dat niet de voornaamste reden voor haar om weer de schoolbanken in te gaan. Na een jaar als verpleegkundige te hebben gewerkt, wordt ze waarnemend hoofd. Niet veel later wordt ze hoofd van de unit. “Ik was meewerkend voorvrouw, de ouderwetse hoofdzuster, dus ik zag nog wel patiënten, maar op een gegeven moment kreeg ik meerdere afdelingen onder mijn hoede en werd het steeds meer administratie, steeds meer management en steeds minder patiëntcontact. En daar ligt mijn hart.”

Als ze de opleiding tot verpleegkundig specialist GGZ heeft afgerond, begint ze als behandelaar op een gesloten afdeling voor langdurig verblijf. “Met medicatie is er bij die patiëntengroep vaak niet meer zoveel te halen, maar met training kun je nog wel veel bereiken. Dat is echt verpleegkundig werk. We hebben voor elkaar gekregen dat patiënten na jaren opname, terug konden naar een beschermende woonvorm.”

Ongeschreven beroepscode

De collega’s reageren destijds wisselend op De Hoop en haar nieuwe rol. “De verhouding met de meeste psychiaters, vooral de wat jongere, was heel gelijkwaardig. Ik vroeg hen om aanvulling, zij vroegen mij om mee te kijken. De wat oudere psychiaters vonden dat ik veel vrijheid kreeg.” De verpleegkundigen moeten, op zijn zachtst gezegd, erg wennen. “Als verpleegkundige is het niet gebruikelijk je hoofd boven het maaiveld uit te steken. Het is een soort ongeschreven beroepscode: hard werken en geen collega’s aanspreken op keuzes die ze maken. Dat deed ik wel. ‘Is er wel gehandeld volgens het signaleringsplan? Dat hebben we niet voor niks.’ En als er een patiënt was gesepareerd, dan wilde ik weten waarom er niet voor alternatieven was gekozen, want die zijn er vaak wel degelijk. Maar dan kreeg ik een blik van: en wie denk jij wel dat je bent?”

Inmiddels merkt De Hoop dat de ggz-collega’s gewend zijn en dat de verpleegkundig specialist wordt geaccepteerd. “Wat niet wegneemt dat we het beroep meer moeten vermarkten, in alle sectoren. Dat klinkt commercieel, maar er zijn nog zo veel meer patiënten die profijt kunnen hebben van wat een verpleegkundig specialist kan.”

Daar wil ze zich voor inzetten en dat is de reden dat ze in oktober 2015 voorzitter van V&VN VS wordt. “Ik denk dat ik verbindend kan zijn, maar ook dat ik eigenwijs genoeg ben en de brutaliteit heb om de boer op te gaan.” In dat opzicht lijkt ze op haar vader, die vroeger een autorijschool had, maar óók een branchevereniging voor autorijschoolhouders oprichtte. Haar moeder was verpleegkundige. “Ik hoop dat ik haar milde wijsheid heb”, zegt ze.

‘We moeten het beroep mee rvermarkten. Dat klinkt commercieel, maar er zijn nog zo veel meer patiënten die profijt kunnen hebben van wat een verpleegkundig specialist kan’

Hoe ziet de ‘marketingstrategie’ van De Hoop eruit; hoe wil ze collega-zorgprofessionals overtuigen van de (meer)waarde van de verpleegkundig specialist? “We kunnen aan bestuurstafels mooie dingen zeggen, we kunnen beleidsnotities schrijven, dat helpt om er een beeld van te krijgen, maar je gelooft het pas als je het ziet. We moeten ons en onze waarde op de werkvloer laten zien. Aan zorgverleners en ook aan patiënten, zodat iedereen straks weet dat we er zijn en wat we doen. Ik geef mijn patiënten dikwijls een folder mee over de verpleegkundig specialist en vertel ze wat mijn functie inhoudt.”

Zijn er patiënten die dan aangeven dat ze liever door de dokter worden gezien? “Een enkele keer. Maar dat is helemaal niet erg. Het geeft alleen maar vertrouwen wanneer de dokter hetzelfde zegt als ik. En het geldt voor mijzelf ook: als een familielid van mij acuut ernstig ziek is, wil ik dat een dokter ernaar kijkt, maar voor mildere klachten of de vervolgbehandeling weet ik dat diegene bij een verpleegkundig specialist in uitstekende handen is.”

Curriculum vitae

Irma de Hoop (1965) geboren in Harderwijk

  • 1984-1987 ondernemersopleiding
  • 1987-1989 managementopleiding
  • 1989-1995 manager, pr-functionaris
  • 1990-1994 Russisch, Frans, Duits, opleiding public relations
  • 1996-1999 inservice opleiding B-verpleegkundige, Delta Psychiatrisch Ziekenhuis
  • in Poortugaal
  • 1999-2006 verpleegkundige, waarnemend hoofd en hoofd, MFC in Hellevoetsluis
  • 2007-2010 verpleegkundige in opleiding tot specialist GGZ, GGZ-VS in Utrecht
  • 2010-2016 verpleegkundig specialist GGZ, Delta Psychiatrisch centrum in Poortugaal
  • en Hellevoetsluis
  • 2010-heden opleider VS GGZ, Yulius in Dordrecht
  • 2012-2015 klinische gezondheidswetenschappen, richting verplegingswetenschap, Universiteit Utrecht
  • 2015-heden voorzitter V&VN Verpleegkundig specialisten
  • 2016-heden verpleegkundig specialist GGZ, Yulius in Sliedrecht

 

Één Reactie Reageer zelf

  1. Milena Babovic
    Geplaatst op 13 maart 2018 om 15:38 | Permalink

    Mooi artikel over taakherschikking. Het was mooi geweest om ook een PA te interviewen om het plaatje compleet te krijgen. Hierbij een kleine aanvulling tav de term ‘laagcomplex’. De PA is idd in het leven geroepen om taken van artsen over te nemen. Daarbij gelden een aantal randvoorwaarden, zoals dat er sprake moet zijn van samenwerkingsafspraken met arts-specialist. De werkafspraken beschrijven wat de PA mag doen. De term ‘laagcomplex’ suggereert dat het om minder complexe handelingen gaat, maar in de praktijk doen PA’s vaak redelijk ingewikkelde (heelkundige) ingrepen, zoals bijv. het implanteren van pacemakers. Dat past binnen de kaders van de wet. Meer info over beroep PA http://bit.ly/2p7Jamk

Één Trackback

  1. […] Lees hier het gehele artikel op de website van Arts en Auto. […]