Apenkrabbels

Zoektocht naar de bron van creativiteit

Voor zijn project Kijk op krabbels – een zoektocht naar de bron van creativiteit – bestudeerde  arts (niet praktiserend), kunstenaar en publicist, Ignace Schretlen, krabbels van mensapen. 

Tekst: Ignace Schretlen | Beeld: uit Kijk op krabbels

Voor de bijna dertig jaar oude orang-oetan Terbang heb ik een verrassing meegenomen: wit karton en onbreekbaar rood markeerkrijt. In opperste concentratie krast de aimabele dame in haar kooi in Artis een stuk karton vrijwel helemaal vol. Vijf minuten, tien minuten, een kwartier? Ik sta genageld aan de grond dit fascinerende tafereel gade te slaan.

Van 1913 tot 1916 observeerde de Russische biologe Nadezhda Ladygina-Kohts de gedragingen van chimpansee Joni en vergeleek ze met die van haar zoontje Roody die in 1925 werd geboren. Dit leidde in 1935 tot de klassieker Infant Chimpanzee and Human Child, waarvan in 2002 een hereditie verscheen. Hierin staan foto’s waarop zowel Joni als Roody tekenen. Het boek is een verslag van observationeel wetenschappelijk onderzoek, maar geen lezer blijft onaangedaan door de fotoseries van een jonge mensaap die kruipt, loopt, tekent en knuffelt als een peuter.

Mens en chimpansee delen 98 procent van hun DNA. Hun evolutionaire wegen gingen ‘pas’ tussen de 4,6 en 6,2 miljoen jaar geleden uit elkaar. Ladygina-Kohts verbeeldt wat Charles Darwin  al in The Descent of Man, and Selection in Relation to Sex (1871) verwoordde, maar zij beklemtoont ook de wezenlijke verschillen tussen mens en mensaap.

Zeven jaar voor zijn bestseller The Naked Ape: A Zoologist’s Study of the Human Animal trok de Engelse zoöloog en kunstenaar Desmond Morris in The biology of art de conclusie dat krabbels van mensapen duiden op een evolutionaire oorsprong van kunst. Ondanks forse kritiek van de Belgische filosoof Thierry Lenain, verwoord in La peinture des singes: histoire et esthétique (1990), bleef Morris zijn standpunt trouw. In zijn boek The artistic ape – three million years of art (2013) worden hoofdstukken over ‘Child Art’ en ‘Prehistoric Art’ voorafgegaan door twintig pagina’s over ‘Non-Human Art’.

Niet lukraak krassen

Terug naar Artis. In 1959 herhaalde bioloog Martin Kooij bij de 2-jarige chimpansee Flup een interessant experiment. Hij liet de aap tekenen op velletjes papier waarop de onderzoeker tevoren een vierkantje of iets anders had gezet. Flup ging niet lukraak krassen maar liet zich duidelijk door deze figuurtjes leiden. Een paar jaar later herhaalde Wouter van de Schaar deze proef bij de 4-jarige chimpansee Hilda onder auspiciën van Adriaan Kortlandt, een pionier op het gebied van ethologie. Zelf gaf ik orang-oetan Mota in 1998 een groot stuk blauw karton met hierop geplakt twee memovelletjes die met een ferme sierlijke kras met elkaar werden verbonden.

Wouter van der Schaar met twee chimpansees: de 4-jarige Hilda en de 4 jarige Tilly, Artis, Amsterdam 1965.

Het is dus evident dat mensapen krabbels maken. In tegenstelling tot andere dieren zoals olifanten en dolfijnen die hetzelfde presteren, gaat het niet om een kunstje dat hen met een beloningssysteem wordt aangeleerd, maar om spontaan gedrag. De kritiek dat dit gebeurt tijdens onnatuurlijke omstandigheden is niet geheel terecht. Ook kinderen zijn immers afhankelijk van materiaal dat hen wordt aangereikt; van voor de 19de eeuw bestaan nauwelijks kindertekeningen omdat papier en teken-, c.q. schildermateriaal toen veel te duur was.

Werk van orang-oetan Mota. Artis, Amsterdam, 1998. Krijt op karton

Verder staat vast dat mensapen net als peuters niet zomaar wat krassen. Voor beiden geldt dat zij doorgaans keurig op het papier blijven en zich laten leiden door voorgetekende figuren. Behalve van een ‘drive’ lijkt er dus ook sprake van een bepaalde intentie, waardoor het maken van krabbels zich onderscheidt van puur motorische handelingen. De overeenkomst tussen krabbels van mensapen en jonge kinderen kan zo groot zijn dat deze niet van elkaar te onderscheiden zijn. Maar liggen hier ook daadwerkelijk de wortels van kunst?

Tekenen en schilderen vergen grote sensomotorische beheersing: vanuit drie dimensies moet worden aangeleerd om in twee dimensies (een vel) te werken. Het beheersen van deze vaardigheid is een voorwaarde voor zowel schrijven als het maken van kunst. Dat geldt ook voor het vertalen van een intentie in iets wat daadwerkelijk op papier verschijnt. Een markant punt in de tekenontwikkeling van peuters is het moment waarop een cirkel wordt getekend: begin- en eindpunt vallen hierbij samen. Apen lukt dat niet.

Kijk op krabbels, Ignace Schretlen.  Foto’s: Tineke Schuurman. Gebonden uitgave. Uitgever: Verbeke Foundation, Kemzeke (België), prijs € 20,-.

Bij kinderen gaat de ontwikkeling verder; de cirkel wordt plots aangeduid als ‘de zon’ en de combinatie van een cirkel, lijntjes en stippels leidt tot een huis of een koppoter. Maar vraag een peuter, die zowel een zon als deze mensfiguur kan tekenen, niet om een mannetje op de zon te tekenen, want dat lukt niet. Zelfs een liggend mannetje blijkt in eerste instantie te veel gevraagd. De vrijheid om naar eigen inzicht te variëren, is dus minimaal.

Waarom verschillen kindertekeningen van vroeger niet van wat kinderen nu tekenen, terwijl kunststromingen elkaar opvolgen? Omdat kunstenaars wél beschikken over een artistieke vrijheid die het mogelijk maakt om te reageren op, of zich af te zetten tegen een vorige stroming, en vooral om een eigen stijl te ontwikkelen. Wanneer men dit als het wezenskenmerk van kunst beschouwt, zal het duidelijk zijn dat jonge kinderen geen kunst maken en mensapen al helemaal niet. Maar fascinerend blijft het wel.