Boerhaave weer topfit

Rijksmuseum Boerhaave in Leiden heeft zijn rijke collectie van wetenschappelijke objecten ‘vermenselijkt’. Medisch conservator Mieneke te Hennepe: “Vroeger stond er alleen een informatiebordje naast een voorwerp, nu komt de gebruiker in beeld.”

Tekst: Wout de Bruijne | Beeld: Boerhaave

Rijksmuseum Boerhaave in hartje Leiden moest anderhalf jaar lang zijn deuren sluiten. Niet door wanbeleid, faillissement of iets dergelijks, integendeel:het moest sluiten vanwege groot succes. Het aantal bezoekers liep in de laatste tien jaar op van 35.000 naar meer dan 100.000 per jaar en het voormalige klooster uit de Middeleeuwen en latere medisch gasthuis was toe aan een grote opknapbeurt. “Vooral het klimaatsysteem was niet berekend op zo veel bezoekers”, zegt medisch conservator Mieneke te Hennepe. “De toeloop was leuk voor ons, maar niet gezond voor het gebouw en de collectie en ook niet voor de bezoekers en het personeel.”

Inmiddels is het museum uit 1928 gerenoveerd en voorzien van een nieuwe klimaatinstallatie. Afgelopen december konden Te Hennepe en haar collega’s het vernieuwde Boerhaave heropenen en het publiek weer toegang verschaffen tot een groot gedeelte van een van de belangrijkste wetenschapshistorische collecties ter wereld. “Maar die verzameling is tijdens de verbouwing wel uitgebreid en belangrijk anders georganiseerd, we hebben niet stilgezeten. De opstelling van onze wetenschappelijke objecten was voornamelijk op chronologische basis. Alle voorwerpen uit een bepaald tijdvak stonden bij elkaar. Dat hebben we veranderd, we exposeren nu veel meer thematisch. Zo is bijvoorbeeld het onderdeel ‘Ziekte en gezondheid’ een aparte afdeling geworden.”

Theatrum anatomicum

Museum Boerhaave heeft vierentwintig zalen waarin de ontwikkelingen van de laatste vijf eeuwen per wetenschap worden tentoongesteld. Mieneke te Hennepe is inhoudelijk verantwoordelijk voor het beheer en behoud van de medische collectie. Sinds de verbouwing bestaat haar afdeling uit drie zalen. Of eigenlijk vier, want: “Het anatomisch theater hoort er natuurlijk ook bij.”

Klik op de afbeelding voor meer foto’s

Met dat theatrum anatomicum, het enige in zijn soort in Nederland, begon en begint nog steeds elke reis door de wereld van Boerhaave. In een korte audiovisuele presentatie ervaart de bezoeker waar het in de wetenschap om draait: nieuwsgierigheid, durf, creativiteit en doorzettingsvermogen. De ‘snijzaal’ is een getrouwe replica van het theater dat de Leidse universiteit in 1594 opende. Daar belandden lijken op tafel, onder andere van opgehangen criminelen, die door de hoogleraar anatomie in enkele dagen zorgvuldig werden ontleed. Het theaterpubliek bestond uit studenten, chirurgijns en nieuwsgierige burgers die toegang betaalden.

Het plegen van onderzoek noemt Te Hennepe karakteristiek voor de ontwikkeling van de wetenschap eind zestiende eeuw. “Mensen wilden niet meer zomaar iets aannemen, ze wilden weten hoe het werkelijk in elkaar zat. Die ontwikkeling willen we ook laten zien in onze nieuwe opstellingen. Daarnaast is er veel meer aandacht voor de relatie tussen de objecten en de mensen die ermee te maken hadden, in mijn geval de artsen en hun patiënten. We doen dat onder meer door een van de ruimten in te richten als een soort ziekenzaal, met vitrines in de vorm van bedden. In de vitrines is aandacht voor allerlei medische onderwerpen, zoals pathologie en radiotherapie.”

IJzeren long

De menselijke kant van het verhaal moet geschiedenis en functie van de tentoongestelde objecten interessanter en toegankelijker maken voor veel meer bezoekers dan wetenschappers en kenners alleen. Een voorbeeld van het ‘vermenselijken’ van apparaten noemt de conservator de ijzeren long, een drukcabine uit 1928 voor patiënten met ernstige ademhalingsproblemen. “We exposeerden ons apparaat van eind jaren veertig al veel langer, maar er was alleen op een bijschrift te lezen wat het was en waarvoor het diende. Nu vertonen we op de zijkant van de long een historisch filmpje waarin een ziek kind in het apparaat wordt gelegd. En naast de cabine hangt een koptelefoon waarin een oude dame vertelt hoe het was om als poliopatiëntje de long in te gaan.”

Interactiviteit

Boerhaave wil zijn gasten, oud en jong, sterker betrekken bij de onderwerpen. Daartoe biedt het museum veel meer mogelijkheden tot interactiviteit. Her en der zijn tablets voorhanden en met replica’s van museumstukken kunnen bezoekers zelf experimenteren. “We stellen de bezoeker vragen op ethisch gebied”, zegt de medisch conservator. “We laten voorbeelden zien van innovaties in de huidige technologie en schetsen toekomstige mogelijkheden. Tegelijkertijd roepen die snelle ontwikkelingen vragen op. Hoe denken we over geprinte organen of over het kweken van organen in dieren? Willen we extra geheugen? Wat doen we als we straks 150 jaar kunnen worden? En willen we dat wel?”

Wat doen we als we straks 150 kunnen worden? En willen we dat wel?

Hoewel de innovaties in de zorg in veel opzichten voor razendsnelle veranderingen zorgen, benadrukt Te Hennepe dat vooruitgang tot nu toe vooral veel mensenwerk was en is en dat het zeker niet allemaal zo vanzelfsprekend was. “We willen overbrengen dat er veel onderzoek en ervaring nodig is. Het is in de geschiedenis doorgaans niet zo geweest dat mensen opeens werden overvallen door een briljant idee. Daar gaan in de wetenschap vaak verhitte discussies aan vooraf, alsmede twijfel, kritiek en voortschrijdend inzicht”. Een mooi voorbeeld van dat laatste noemt Te Hennepe de collectie röntgenfoto’s van het museum. “Op een van de oudste exemplaren is een vrouw van top tot teen afgebeeld. Later fotografeerde men alleen de plaats van de aandoening.”

Medisch conservator Te Hennepe is zeer gelukkig met Boerhaaves afdeling ‘Ziekte en gezondheid’. “Dit onderwerp heeft een heel prominente, centrale plaats binnen het museum gekregen. En terecht, want het thema gaat álle bezoekers aan, niemand uitgezonderd.”