COVID-19 – Na de eerste golf

Op Europees niveau nog heel wat te winnen

In voorgaande nummers van Arts en Auto vertelden zorgprofessionals uit binnen– en buitenland over de invloed van COVID-19 op hun werk én hun leven. Hoe is het nu met hen? Wat is er veranderd sinds het begin van de uitbraak? Een update. 

Tekst: Redactie Arts en Auto

Nederland

Esther Lubbersen

Esther Lubbersen, ambulanceverpleegkundige in Harderwijk, had het tijdens de COVID-piekweken samen met haar collega’s opmerkelijk genoeg relatief rustig. “Het was heel erg druk met alleen COVID, maar alle andere spoedritten vielen nagenoeg weg. Ineens zagen we geen pijn meer op de borst, geen insulten, nauwelijks hersenbloedingen of andere acute beelden. Het leek wel of ons werk van vóór COVID niet meer bestond, het waren alleen nog maar coronaritten. Pak aan, pak uit, de ambulance reinigen. Toen wij elkaar half maart spraken, waren er nog geen collega’s ziek, al wisten we wel dat we in de voorafgaande weken ook onbeschermd patiënten hadden vervoerd die later COVID-positief testten. Kort na ons telefoongesprek werden er toch collega’s ziek. Niet alleen bij de ambulancedienst, ook collega’s van de spoedeisende hulp en iemand van de technische dienst. Eén collega kwam op de ic terecht aan de beademing. Die moest haar partner vanaf de spoedeisende hulp telefonisch melden dat ze aan de beademing ging. Daar waren we allemaal erg van onder de indruk. Gelukkig hebben alle collega’s het gehaald.

‘Gelukkig hebben alle collega’s het gehaald’

Toen het met COVID rustiger werd, kwamen ook de normale meldingen weer binnen en daar zaten relatief veel reanimaties bij. Ik vermoed dus dat mensen al langere tijd pijn op de borst hadden en te lang hebben afgewacht. Nu hebben we dus het reguliere werk én de coronaritten. Gek genoeg zijn dat er nog steeds veel. Niet alleen omdat onlangs in Harderwijk een brandhaardje ontstond, ook omdat het lijstje symptomen dat leidt tot een COVID-verdenking is aangevuld met allerlei symptomen die er toen niet opstonden. Het is dus nog steeds druk met pakken aan- en uittrekken en het reinigen van ambulances. En het werk is extra zwaar doordat er een schaarste dreigt aan beschermingsmiddelen; de verpleegkundige gaat alleen bij een patiënt naar binnen, zodat de chauffeur geen bescherming nodig heeft. Alleen bij extreem slechte patiënten gaat de chauffeur mee, maar in principe wacht hij/zij in de ambulance en doet de verpleegkundige ter plekke alles alleen.

Ik doe dit werk al 22 jaar en ben gewend aan schokkende situaties, maar de afgelopen tijd heeft extra indruk gemaakt. De eenzaamheid en de angst van de patiënten in de wagen, de grilligheid van dit ziektebeeld; het maakt allemaal dat je de grip erop verliest en dat je je onmachtig voelt. Ik kies ervoor patiënten bij te staan door hun hand vast te houden. Dat is niet het beleid, maar ik ben volledig beschermd en zij zijn in een extreem spannende situatie helemaal alleen. Die hand is dan het enige waaraan ze steun kunnen ontlenen. Die ga ik ze niet onthouden. Bang om zelf ziek te worden ben ik nog altijd niet echt, het aantal besmettingen in de samenleving is relatief laag op dit moment, maar we moeten met zijn allen wel oppassen dat we niet te makkelijk worden. Anders kun je me over een paar maanden weer bellen, tijdens of na een tweede golf. Ik hoop toch echt dat we die kunnen vermijden.”

Patty Terlouw

POH Ouderen en geriatrisch verpleegkundige in de thuiszorg Patty Terlouw uit De Bilt komt alweer een aantal weken bij haar cliënten thuis: “Zodra het weer kon, hebben we de zorg aan de kwetsbare ouderen weer opgepakt. Bij mensen met dementie merkten we dat veel mantelzorgers overbelast dreigden te raken onder meer doordat dagbestedingen en andere activiteiten in verband met de coronamaatregelen gestopt waren. Partners waren belast met 24 uurszorg voor hun (dementerende) man of vrouw. Het ontbreken van sociale contacten heeft bij veel ouderen gezorgd voor gevoelens van eenzaamheid. We merkten dat in gevallen waarbij de thuissituatie al heel kwetsbaar was, eerder crisissituaties ontstonden, waardoor opnames zijn versneld. Dat was ook pijnlijk voor cliënten en mantelzorgers omdat zij na opname niet bij hun partner of ouder op bezoek mochten. We kunnen nu weer volop bij de ouderen op bezoek met inachtneming van de voorzorgsmaatregelen van het RIVM. In principe gebruiken we daarbij geen beschermende middelen meer, tenzij een cliënt daarom vraagt. 

‘Ik heb de afgelopen periode veel eenzaamheid gezien’

Ik ben gelukkig zelf niet ziek geworden, wel verkouden. Nadat ik in contact was geweest met een besmet persoon, ben ik getest. Dat vond ik onverwacht toch spannend. Gelukkig was de uitslag negatief. Als ik vooruitkijk, hoop ik dat er in het najaar geen nieuwe uitbraak komt. Wij moeten dan weer terug naar telefonisch contact, maar voor de cliënten is dat moeilijk. Ik heb de afgelopen periode veel eenzaamheid gezien. Het is dan echt een dilemma of we kwetsbare ouderen dan wel of niet moeten bezoeken.”

Willem Veerman

Willem Veerman, huisarts en vicevoorzitter Vereniging VvAA: “Het was toen we elkaar in maart spraken bij ons in het oosten van het land nog rustig en in vergelijking met de praktijken van collega-huisartsen in Noord-Brabant is het hier relatief rustig gebleven. Relatief, want we hebben hier in de ouderenzorg en in de instellingen natuurlijk ook wel de gevolgen gezien van dit virus en we zijn helaas ook ouderen verloren. Op één afdeling in een verzorgingshuis zelfs iets meer dan een derde van het aantal bewoners. Intens triest dat mensen zonder hun dierbaren in de buurt ziek zijn en sterven. Dat heeft ons echt enorm geraakt. En het is nog niet voorbij in de ouderenzorg, waar maatregelen nog steeds diep ingrijpen. Nu het wat rustiger is, moeten we daar met elkaar goed naar kijken.

Met alle mitsen en maren bij beleid en beslissingen, ben ik nog altijd onder de indruk van hoe we het in Nederland samen hebben geregeld tijdens deze crisis. Met de nadruk op samen, want er werd sectoroverstijgend heel goed samengewerkt. Een verademing en een voorbeeld voor de toekomst. Zelf zijn we nu bezig onze grote praktijk structureler in te richten op de anderhalvemetersamenleving. Onze wachtkamer bijvoorbeeld heeft twintig zitplaatsen, waarvan we er nu zeven gebruiken. En misschien is het wel goed om dat zo te houden en de spreekuren uit te breiden bijvoorbeeld.

‘Samenwerking een verademing en een voorbeeld voor de toekomst’

Wat we hebben geleerd van de afgelopen periode is dat er dingen anders kunnen. Patiënten hebben gemerkt dat sommige klachten ook verdwijnen zonder dat direct de huisarts wordt bezocht en we hebben allemaal ondervonden dat een deel van de contacten ook prima digitaal kan. De drempel om de huisarts te bezoeken, was een tijdlang heel hoog en dat had ook een functie, maar die drempel moet weer naar beneden, want een deel van de klachten moet wel (en snel) beoordeeld worden. Toch hoeven we misschien niet helemaal terug naar het niveau van voor COVID-19. Hoe we dat veilig kunnen verwezenlijken, is iets waar we nu aan kunnen werken.  COVID-19 heeft ons gedwongen om goed te kijken naar hoe we onze gezondheidszorg op alle niveaus hebben ingericht. Ik hoop dat we daar lessen uit trekken en dat we gaan naar een nieuwe situatie waarin we het goede kunnen vasthouden en versneld afscheid kunnen nemen van wat beter kon en kan. Minder patiënten zien, maar meer tijd voor ze nemen, blijkt bijvoorbeeld veilig te kunnen. Dat zou ik graag behouden.” 

Nitika Chouhan

Gedwongen door de COVID-19-crisis ging apotheker Nitika Chouhan in maart ondanks haar bevallingsverlof weer aan het werk. Een aantal maanden later is het nog steeds alle hens aan dek in haar drie apotheken in Amstelveen.

“De maatschappij is aan het normaliseren, maar wij kunnen dat nog niet goed aan. Waar de huisarts de deur dichtdeed na de uitbraak, bleef de apotheek gewoon open. Gevolg was dat wij veel telefoontjes kregen van patiënten die de huisarts niet konden bereiken en dus maar naar ons belden. Of ze kwamen langs, soms zelfs met verdachte klachten. De druk op de apotheek nam toe, terwijl onze bezetting afnam. We hebben een aantal ‘coronagevallen’ gehad onder het personeel. Een aantal verdenkingen van corona ook, maar toen deze collega’s zich wilden laten testen, kregen ze te horen: de testen zijn voor zorgverleners, niet voor het apotheekteam. Later kon het wel, maar dat we in eerste instantie niet als zorgverleners werden gezien, vond ik heel kwalijk.

‘De druk op de apotheek nam toe, terwijl onze bezetting afnam’

Op een bepaald moment waren er nog maar twee collega’s aan het werk op een locatie waar we normaal met vijf mensen zijn. De bezetting is nu wel weer iets beter, maar nog steeds niet op het normale niveau. En nu de reguliere zorg weer op gang komt, sturen huisartsen en medisch specialisten massaal recepturen, waardoor de drukte alleen maar toeneemt. Er staan veel patiënten buiten te wachten. 

Omdat we anders de drukte niet aankunnen, maken we nog steeds alleen spoedrecepten klaar in de apotheek. Andere recepten kunnen patiënten twee dagen later ophalen. Sommigen hebben daar begrip voor. Anderen gaan een discussie aan. Dat is weleens lastig. Helemaal als dat je tien minuten kost, want die tijd kunnen we zoveel beter gebruiken.” 

Pol Stuart

“Toen we elkaar begin april spraken, waren we nog in volle voorbereiding op wat mogelijk ging komen”, herinnert Pol Stuart (44) zich. De SEH-arts en bestuurslid van de Nederlandse Vereniging van Spoedeisende Hulp Artsen (NVSHA) in regio Rijnmond meent terugkijkend dat de alarmsignalen goed en tijdig zijn onderkend. “We zijn als een dolle gaan opschalen op allerlei manieren. Wat betreft mijn ‘eigen ziekenhuis’ Franciscus Gasthuis & Vlietland, stopten wij al vroeg electieve zorg om corona-afdelingen in te richten. Als SEH legden we een grote ‘COVID-straat’ aan met tenten en CT-scanners. Medio juni hebben we dat allemaal weer afgebroken en opgeruimd.

Stuart stelt dat in zijn omgeving geen tekort aan beschermingsmaterialen is geweest en heeft in zijn directe omgeving geen ernstig zieke collega’s gehad. “Wel was het een uitdaging om de steeds wisselende COVID-protocollen bij te houden. Maar we hadden altijd het gevoel dat we het aankonden en onder controle hadden, ook op de ic’s. Ik heb, in tegenstelling tot gevallen buiten de coronatijd, niet meegemaakt dat er voor mijn patiënten geen plek op de ic was. We hebben daar met z’n allen een behoorlijk prestatie geleverd.”

‘Een uitdaging om de steeds wisselende COVID-protocollen bij te houden’

Wat we bij een eventuele tweede golf niet meer zullen meemaken, is dat gedoe over welke schorten en maskers en welke protocollen. Onze microbiologen weten dat nu. En de ijzeren voorraad zoals dat heet, is nu grotendeels aangelegd.”

Stuart is zeer te spreken over de samenwerking tijdens de crisisweken. “De NVSHA en de Federatie Medisch Specialisten (FMS) hebben gezamenlijk op een prettige manier een aantal goede protocollen gemaakt.” Binnen de SEH werkte de onderlinge communicatie via onze interne kanalen prima. Inhoudelijke samenwerking in plaats van concurrentie, een actueel thema, heeft ons heel veel goed gedaan. Dat was goud waard.”

Rob Barnasconi

Tandarts Rob Barnasconi (58): “En dan zegt de minister-president als antwoord op een vraag van een journalist na een persconferentie: ‘ja, de tandartsen en mondhygiënisten mogen open, die hoefden niet dicht, dat wilden ze zelf…’ Wat hij had móeten zeggen is: ‘een groot compliment voor de mondzorg. Zij hebben zélf de verantwoordelijkheid genomen om hun praktijken te sluiten en alleen open te zijn voor spoedgevallen. Zij hebben bewust gewacht tot IGJ, RIVM en VWS het groene licht gaven om weer helemaal open te gaan. Groot respect daarvoor!’ 

Een gezonde mond bevat een miljard bacteriën. We zijn in de mondzorg gewend om onze patiënten te behandelen met alle voorzorgsmaatregelen die daarbij horen. De extra maatregelen om de route van patiënten goed te bepalen en de triage extra aan te scherpen, waren goed te implementeren. Patiënten reageerden echt enthousiast; het bezoek aan de tandarts werd ervaren als een ‘uitje’. Na enkele dagen ‘proefdraaien’ kwam algauw de gang er goed in en voelde het heel vertrouwd.

‘Het bezoek aan de tandarts werd ervaren als een ‘uitje’’

We plannen rustig; met genoeg tijd om de patiënten goed te informeren en de behandelkamer weer helemaal klaar te maken voor de volgende patiënt. In de tandheelkunde geneest eigenlijk niets, het wordt bij uitstel alleen maar erger. We hebben dus een forse inhaalslag te maken. Het belangrijkste is dat we onze patiënten op alle mogelijke manieren goed informeren en dat we goed zorgen voor onze medewerkers. Het is voor iedereen een spannende tijd geweest waarin we meer dan ooit hebben beseft dat we naast zorgverlener ook écht ondernemer zijn. Het kan dus zomaar gebeuren dat opeens de omzet van jouw goed draaiende praktijk helemaal wegvalt. Wat je dan voelt, is onbeschrijfelijk. De verantwoordelijkheid voor je patiënten en medewerkers is groot. Ik hoop dat nooit meer mee te maken, maar ik besef dat er meer virussen zijn in deze wereld die zich niets aantrekken van grenzen. Onze beroepsgroep en onze praktijken zijn helemaal voorbereid op welke bacterie of virus dan ook en daar ben ik apetrots op!”

Buitenland

Na 74 dagen opgesloten te hebben gezeten in zijn appartement in Rome, mag dierenarts Henk Jan Ormel sinds 23 mei weer naar buiten. Zijn werk voor de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) doet hij nog wel vanuit huis en staat in het teken van het voorkomen van hongersnood, als gevolg van de lockdowns.

“Natuurlijk was het een opluchting dat we weer naar buiten mochten. Maar je loopt wel met gemengde gevoelens door de stad, omdat je weet dat het virus nog actief is. De Italianen zijn erg voorzichtig. Velen dragen een mondkapje, terwijl dat niet verplicht is. En men is strikt in het afstand houden. 

Voorlopig zal thuiswerken nog wel het devies zijn bij de FAO. Momenteel zijn we druk met het geven van voorlichting over hoe er met hygiënische en beschermende maatregelen tóch voedsel geproduceerd en getransporteerd kan worden tijdens deze pandemie. Want door de lockdowns in de verschillende landen stagneert de productie en de aanvoer van voedsel. Nieuw graan is bijvoorbeeld in veel landen niet op het juiste moment gezaaid. En de voedselinfrastructuur van ‘farm to fork’ staat onder druk. Met name in kwetsbare landen, zoals Jemen, Somalië en Afghanistan, dreigt daardoor acute hongersnood. 

Hét moment om te kijken hoe we de voedselvoorziening in de toekomst op wereldschaal gaan inrichten

Wat mij betreft, is dit hét moment om te kijken hoe we de voedselvoorziening in de toekomst op wereldschaal gaan inrichten. Je moet het voedsel daar produceren waar dat het meest duurzaam kan. Voorbeeld: om melk te produceren, heb je veel water nodig. Daarom kun je dat beter doen in Nederland en het vervolgens exporteren, dan het te produceren in landen waar ze met watertekorten kampen. Er is in Nederland veel aandacht voor stikstofuitstoot, maar Nederland is heel goed in het innovatief en duurzaam produceren van voedsel. 

Dat moet wel worden meegenomen in de discussie over vermindering van de veestapel. We moeten de klimaatcrisis niet alleen in Nederland te lijf gaan, maar op wereldniveau. Neem biologische landbouw. Dat lijkt een duurzaam alternatief, maar als de opbrengst per hectare minder is, is het op wereldschaal níet de meest duurzame oplossing.”

Bij MDL-arts en internist Michiel van Nieuwenhoven , afdelingshoofd in het Zweedse Örebro, is recent getest of hij besmet is geweest met het COVID-19- virus. “In twee weken tijd zijn alle medewerkers van het ziekenhuis getest, maar opmerkelijk genoeg zijn er hier weinig besmettingen geweest. Op mijn eigen afdeling, zo’n 35 man, waren nul besmettingen. Als je dat vergelijkt met het Karolinska ziekenhuis in Stockholm is dat erg laag , daar testte een significant deel van het personeel positief. Dat komt waarschijnlijk doordat bij ons de relatieve piek later was; wij waren beter voorbereid en hadden meer beschermende middelen.

We richten ons nu op e-hälsa

De uitgestelde zorg kunnen we nog maar ten dele oppakken, omdat nog steeds zeven leden van mijn team op de corona-afdeling werken. We zijn nu in overleg hoe we de niet-coronazorg na de zomer gaan oppakken als we misschien nog steeds met minder mensen het werk moeten doen. Want ik verwacht dat we nog lang met COVID-19 te maken hebben. We richten ons nu op e-hälsa (e-health). Met behulp van een app kunnen verpleegkundigen de patiënten monitoren en beoordelen of ze naar het ziekenhuis moeten komen. Ik zie dit als een window of opportunity om e-hälsa in te voeren. In Zweden veranderen dingen niet zomaar, dat is weleens frustrerend. Maar COVID leert ons dat processen toch snel ingevoerd kunnen worden.” 

Bruinsma

Annemarieke Bruinsma, anesthesist in het Noorse Fiskum, laat weten dat in Noorwegen alles terug is naar bijna-normaal: “We draaien weer het gewone ok-programma. We zijn wel meer bedacht op luchtwegproblemen, gebruiken in voorkomende gevallen beschermende kleding. Maar ik merk dat de focus minder wordt, mensen worden makkelijker. De laatste coronapositieve patiënt in de regio was met Pasen, we hebben hier ook niet echt een piek gehad. In ons ziekenhuis hebben we geen COVID-19- patiënten op de ic gehad. De grootste piek was in Oslo, maar daar is het wel steeds onder controle geweest. Er waren extra ic-pekken gecreëerd, maar die zijn niet nodig geweest. Wat opvalt, is dat we door de extra hygiëne veel minder infectieproblemen zien. We hebben wel meer intoxicaties. Bij patiënten zijn psychiatrische symptomen verergerd door het verminderde zorgaanbod.

Door de extra hygiëne zien we veel minder infectieproblemen

Ik denk dat Noorwegen tevreden is over de snelheid van de genomen maatregelen waardoor de pandemie beheersbaar bleef. De grenzen gaan ook nog niet open, behalve met Denemarken, IJsland en Finland. Dat blijft zeker tot 20 augustus zo. Noorwegen blijft voorzichtig en bij een eventuele nieuwe uitbraak kan er snel gereageerd worden. Alle plannen liggen nu in draaiboeken klaar, iedereen is voorbereid. Persoonlijk is het jammer dat we onze familie in Nederland al zo lang niet gezien hebben. De kinderen missen opa en oma. Maar vergeleken met Nederland en de rest van de wereld, is dat een luxeprobleem.”

Liedenbaum

Ook bij Marjolein Liedenbaum, gastro-intenstinaal radioloog in Bergen, Noorwegen, is alles weer opgestart: “Het is fijn dat de kinderen weer naar school zijn. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat kinderen een beperkte rol spelen bij besmettingen, dus ik ben daar wel relaxed onder. Ook kappers en restaurants zijn alweer een tijdje open. De situatie is rustig nu, we hebben weinig nieuwe besmettingen en al in geen tijden coronadoden gehad. Noorwegen blijft wel voorzichtig door de grenzen in ieder geval tot 20 augustus gesloten te houden, zodat er de hele zomer geen toeristen kunnen komen. 

Wat mijn werk betreft, zijn alle kankerscreeningprogramma’s weer opgestart. We werken nu ook ’s avonds om de achterstanden weg te werken. Dat gaat op basis van vrijwilligheid en de overuren worden goed betaald.

We werken nu ook ’s avonds om de achterstanden weg te werken’

In de zomerperiode zijn we met minder bemanning. Het is de bedoeling dat iedereen zijn geplande vakantie opneemt, om een opstapeling aan het einde van het jaar te voorkomen. Omdat de meeste mensen toch niet weg kunnen, is gevraagd wie er in zijn vakantie eventueel een week wil werken, mocht het nodig zijn. Zelf gaan wij deze zomer wel weg, met het gezin naar Nederland. We moeten dan bij terugkomst tien dagen in quarantaine. Dat hebben we ervoor over om onze familie te zien. Wie weet hoe lang de reisbeperkingen nog duren, nu valt die quarantaineperiode mooi in de vakantie van de kinderen.”

Schoenmakers-Smits

Wanneer de redactie op 9 april belt naar Frankrijk met waarnemend huisarts Céleste Schoenmakers-Smits (53), is deze net druk bezig met het verzamelen van documenten waarmee ze later die maand de grenzen hoopt te passeren. Vier keer per jaar verruilt Schoenmakers namelijk de praktijk in Vallon Pont d’Arc (Ardèche) om een dag of tien waar te nemen voor haar Brabantse oud-collega’s in Veldhoven.

“Tot mijn grote verbazing kon ik eind april, ondanks de strenge lockdown die we hier in Frankrijk hadden, zó de Franse grens passeren; alleen de Belgen controleerden streng. Wat me onderweg opviel, was het enorme verschil in drukte. In Frankrijk zag ik bijna uitsluitend vrachtwagens, in België al wat meer personenauto’s, maar in Nederland was het alsof er helemaal niets aan de hand was, zo veel auto’s en – tot mijn grote verbazing – ook overal fietsers en ijsjes-etende mensen op straat.

Het viel me op hoe relaxed iedereen hier was

Tijdens de tien dagen die ik in Veldhoven heb gewerkt, is het me qua drukte erg meegevallen, ik heb denk ik hoogstens tien zeer suspecte of positief geteste patiënten gezien. Ook in Veldhoven viel me weer op hoe relaxed iedereen was. Ik was zeer verbaasd te zien dat verpleegkundigen en artsen op de SEH geen mondkapje droegen. Toen ik een verpleegkundige hiernaar vroeg, antwoordde ze dat ze alleen bij risico- en COVID-verdachte patiënten mondkapjes droegen aangezien iedereen getrieerd werd. 

Op de huisartsenpost waren we goed geëquipeerd, maar er zat wel wat ondeugdelijk materiaal tussen. Zo waren er diverse maskers waarvan het elastiek knapte. Dan hoopte ik maar dat de filters van die maskers wél goed waren. 

Nu ik persoonlijk heb ervaren hoe relaxed de lockdown in Nederland was, vraag ik me af in hoeverre Frankrijk straks niet een te hoge economische prijs gaat betalen; of het werkelijk zo strikt moest zijn. Want het is niet zo dat de mensen in Nederland bij bosjes ziek werden. Nog steeds vergoedt de Franse overheid de salarissen van zogenaamde certificaathouders. Wie in Frankrijk tot de COVID-19-risicogroepen behoort, denk aan mensen met ontregelde diabetes of ernstige astma, kan een certificaat bij de huisarts aanvragen om niet naar het werk te hoeven gaan en in lockdown thuis te blijven.

Ook nu hanteren wij hier in de praktijk nog een strikt regime: patiënten moeten buiten wachten en eerst hun handen ontsmetten voordat ze binnen komen. Ik werk nog steeds de hele dag met een mondkapje. Ik neem aan dat Nederlandse huisartsen ook mondkapjes dragen bij risicopatiënten, maar ik zie álle patiënten met een masker op, en ook bijvoorbeeld de secretaresses dragen hier de hele dag een masker. Ook buiten de gezondheidszorg is men nog uiterst voorzichtig. Zo eisen veel winkels dat klanten mondkapjes dragen.

Wat betreft de boekingen voor de vier gîtes op ons terrein, zijn we blij dat de Franse grenzen sinds 15 juni weer open zijn voor buitenlandse toeristen. Doordat we gasten die al langer geleden hadden geboekt steeds actief op de hoogte hielden van de situatie en soepel omsprongen met de annuleringsvoorwaarden, hebben we gelukkig alle boekingen voor deze zomer kunnen behouden. Alleen voor het naseizoen hebben we nu nog wat mogelijkheden. 

De COVID-19-crisis heeft me wel doen inzien dat er in Europa nog heel wat te winnen valt als het gaat om het maken van gezamenlijke afspraken. Want er is echt nul coördinatie geweest.”