COVID-herstelzorg uit basispakket vergoed

Sommige mensen kampen na COVID-19 met ernstige klachten of beperkingen. Afhankelijk van de klachten kan de huisarts of de medisch specialist beoordelen of iemand in aanmerking komt voor eerstelijns paramedische herstelzorg en welke zorg er precies in een persoonlijke situatie nodig is.

Tekst: Katrijn van Berkum en Timo van Oosterhout

Het niet noodzakelijk dat iemand positief is getest op het coronavirus of opgenomen is geweest in het ziekenhuis. Als is vastgesteld dat er waarschijnlijk sprake is geweest van COVID-19 en de patiënt deze herstelzorg moet krijgen, kan de huisarts of medisch specialist een verwijzing afgeven. Paramedische herstelzorg kan bestaan uit fysiotherapie, oefentherapie, ergotherapie, diëtetiek en logopedie. Deze zorg wordt onder voorwaarden vanaf de eerste behandeling tot 1 augustus 2021 vergoed uit het basispakket, mits de behandeling is gestart na 17 juli 2020. Wel geldt het eigen risico.

De maximale periode van behandeling is zes maanden. In die zes maanden is het aantal behandelingen waarvoor vergoeding geldt wel per zorgvorm gemaximeerd. Zo geldt de vergoeding bijvoorbeeld voor maximaal 50 behandelingen fysiotherapie en voor maximaal 7 uur diëtiek. De behandelaars brengen verslag uit aan de huisarts over de voortgang van de behandelingen, waarna de huisarts na ongeveer drie maanden beoordeelt of en hoe de zorg moet worden voortgezet.

Periode

Het betreft paramedische herstelzorg die:
a) aanvangt op of na 1 november 2020 met een tijdsperiode van maximaal vier maanden tussen het einde van het acute infectiestadium van de COVID-19 en het moment van verwijzing, waarbij na verwijzing de eerste behandelsessie binnen één maand moet plaatsvinden;
b) is gestart vóór 1 november 2020. Hierbij geldt geen nadere voorwaarde voor de tijdsperiode die ligt tussen het einde van het acute infectiestadium van COVID-19 en het moment van verwijzing.

Als patiënten na 18 juli 2020 zonder verwijzing met paramedische herstelzorg zijn gestart, is het aan de huisarts of medisch specialist om te beoordelen of deze patiënten recht hadden op deze vorm van zorg.

Alleen in uitzonderlijke gevallen bij specifieke langetermijnschade in relatie tot COVID-19, bijvoorbeeld bij een blijvende longafwijking of bij contracturen, kan iemand verwezen worden voor nog een behandeltermijn van maximaal zes maanden. Dit is ter beoordeling van de medisch specialist. Hierbij geldt opnieuw een maximale behandelomvang per zorgvorm.

Voorwaarde

Een belangrijke voorwaarde voor het vergoeden van de paramedische herstelzorg is dat patiënten medewerking aan een onderzoek verlenen. Patiënten moeten onder meer toestemming geven om anoniem gemaakte behandelgegevens uit hun dossier met onderzoekers te delen, enkele vragenlijsten invullen en bijvoorbeeld bereid zijn een conditietest te doen.

Met het onderzoek worden de effecten en de kosten van de herstelzorg voor COVID-19 onderzocht.  Zie ook: 

  • Wijziging van de Regeling zorgverzekering in verband met de implementatie van voorwaardelijke toelating van paramedische herstelzorg voor COVID-19. 
  • Staatscourant 8 september 2020, Artikel 2.2, lid 2, 3, 4 en 5 van de Regeling zorgverzekering, Artikel 2.6 van het Besluit zorgverzekering. zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2020-47194.html

Senior jurist Katrijn van Berkum en advocaat Timo van Oosterhout zijn werkzaam bij stichting VvAA Rechtsbijstand