De klassieke auto

Wie gek is op auto’s, koestert vaak ook klassiekers. Maar de tijdgeest verandert. Is er nog wel toekomst voor oudere auto’s, vraagt autojournalist Bart van den Acker zich af.

Tekst: Bart van den Acker

De eerste Volvo van je vader. Of die Spider waar je als puber al van droomde. Veel autoliefhebbers hebben vaak wel één of twee favoriete auto’s uit hun verleden. Het is natuurlijk prachtig wanneer de droom deze ooit zelf te bezitten, op latere leeftijd uitkomt. Maar; kunnen we ons nog wel vertonen met een auto uit het jaar negentienzoveel? Krijgen we binnenkort, naast ‘vliegschaamte’, ook zoiets als ‘klassiekerschaamte’? 

Feit is dat het einde van het aardolietijdperk geleidelijk in zicht komt en hoewel het totale effect van (oude) auto’s op het milieu klein is, moeten we er wel rekening mee houden als we de totale uitstoot (niet alleen van CO2, maar ook van andere componenten van uitlaatgas) willen helpen verminderen. 

Geëlektrificeerd

Een toenemend percentage bezitters van klassieke auto’s kiest vanwege die uitstoot voor elektrificatie van hun bolide. Diverse bedrijven in Nederland bieden deze ombouwoptie al aan. De techniek die in elektrische auto’s zit, is ook te gebruiken in de meeste bestaande auto’s. In de koetswerken van klassieke modellen is meestal genoeg ruimte om elektromotoren en batterijen in te bouwen. Hierbij wordt vaak gebruikgemaakt van componenten uit schade-auto’s. De ombouw van een klassieke auto naar een elektrische versie is echter een kostbare business. Een professionele ombouw is onmogelijk onder de 20.000 euro en kan zelfs al snel oplopen tot het dubbele. Wie denkt het zelf te kunnen doen, moet er rekening mee houden dat een compleet ombouwpakket al gauw € 15.000,- (excl. btw) kost. De vraag is vervolgens of een elektrisch aangedreven oude Porsche 911, zonder zijn karakteristieke grommende geluid, nog wel een klassieke 911 kan worden genoemd. ‘Nee!’, roep ik meteen. Als rechtgeaard autoliefhebber gruwel ik eerlijk gezegd van het idee. Hetzelfde geldt wanneer even karakteristieke modellen als de Citroën 2CV of een Volkswagen kever een elektromotor krijgen. 

‘De ombouw van een klassieke auto naar een elektrische versie is een kostbare business’

Ik weet dat ik niet de enige ben die er zo over denkt. Voor de meeste autoliefhebbers is het karakter van zo’n klassieker verdwenen na een dergelijke ingreep. Het gevolg: van de (historische) waarde van een geëlektrificeerde klassieker blijft weinig over. Een andere overweging voor wie elektrificatie overweegt: de veiligheidsaspecten van omgebouwde klassiekers vormen een (horror)verhaal op zich. Denk aan brandweerlieden die in de veronderstelling zijn dat ze met een ‘gewone’ oldtimer te maken hebben en niet de protocollen volgen die normaliter gelden bij hulpverlening en blussen van een elektrische auto.

Synthetische brandstof

Mogelijk komt er een andere oplossing aan in de vorm van synthetische brandstof. Welingelichte bronnen wisten me te vertellen dat alle grote oliemaatschappijen hiermee al druk bezig zijn. Los van wat additieven bestaat die brandstof uit koolstof (C) en waterstof (H). Die worden gewonnen uit koolstofdioxide (CO2 dus) en via elektrische scheiding uit water. Bij de verbranding van synthetische brandstof komt wel weer CO2 vrij, maar die hebben we net gesplitst en is dus circulair. Het is wachten op het moment dat synthetische brandstof tegen een aanvaardbare literprijs in voldoende mate beschikbaar komt. Wanneer het zover is, kunnen de miljoenen bestaande auto’s – inclusief klassiekers – doorrijden. Daarmee behouden klassieke auto’s die nog beperkt als hobby gebruikt worden ook hun waarde. 

Topstukken

De ontwikkeling van de waarde van klassieke auto’s kunnen we niet voor elke auto over één kam scheren. Er zijn auto’s die ik gemakshalve ‘de Nachtwachten onder de auto’s’ noem. Die staan in musea, worden soms getoond op evenementen, maar ermee rijden, gebeurt zelden. Deze klassieke topstukken – vooroorlogse Bentley’s, Rolls-Royces, Mercedes-Benzen of Bugatti’s – behouden hun waarde. Hetzelfde geldt voor sommige naoorlogse modellen van dezelfde merken, plus bijvoorbeeld bepaalde Ferrari’s en Porsches. De grom van een klassieke Porsche 911 klinkt op synthetische brandstof hetzelfde als op benzine. Daarmee blijven het karakter én de waarde van die 911 behouden. 

Doorsnee-auto’s

Er rest één categorie mobiel erfgoed waarvan de waarde waarschijnlijk wél zal dalen. Dat heeft niets te maken met klimaatproblematiek; ik doel op normale gebruiksauto’s uit voorbije decennia. We zien dit al bij ‘gewone’ auto’s uit de jaren dertig en veertig en dit geldt straks ook voor exemplaren uit de jaren vijftig en zestig. De reden is simpel en voor de hand liggend: naarmate het aantal mensen dat zich bepaalde ‘normale oude’ autotypen nog herinnert afneemt, neemt de vraag ernaar eveneens af. Iconische modellen als de Volkswagen ‘kever’, Citroën 2CV of de oorspronkelijke Mini ontkomen hieraan wellicht, maar wie wil er straks nog een Ford Taunus, Opel Kadett of Simca 1000? Procentueel zijn er van de grote productieaantallen niet zo veel over, toch zijn ze er wel. Maar wie wil er nog geld in investeren?