Doorhalen registratie teruggedraaid

Als gevolg van een ernstig auto-ongeluk kon een fysiotherapeut de aanvraag voor haar BIG-herregistratie niet op tijd indienen, waarna haar registratie werd doorgehaald. De hoogste bestuursrechter heeft nu geoordeeld dat de minister van Medische Zorg ten onrechte de aanvraag voor herregistratie niet had behandeld en ten onrechte haar registratie had doorgehaald. Belangrijk voor alle BIG-geregistreerde zorgprofessionals die door overmacht hun aanvraag-herregistratie niet tijdig hebben kunnen indienen en van wie de registraties zijn doorgehaald.

Tekst: Katrijn van Berkum en Timo van Oosterhout

In december 2018 kreeg de fysiotherapeut een ernstig auto-ongeluk met een zware hersenschudding tot gevolg. Ze was langere tijd niet in staat om normaal te praten, communiceren of inhoudelijke stukken te lezen of beoordelen. Met als resultaat dat ze de uiterste indieningsdatum van 3 februari voor haar aanvraag herregistratie 2019 niet haalde. De minister van Medische Zorg besloot op grond van art. 2 van het Besluit periodieke registratie Wet BIG, de te laat ingediende aanvraag niet in behandeling te nemen. Omdat de registratietermijn van 5 jaar was verlopen en de aanvraag niet binnen deze periode was ingediend, besloot de minister tot doorhaling van de registratie van de fysiotherapeut. “Een besluit met een enorme impact voor de fysiotherapeut die juist was gestart als zelfstandige”, aldus Timo van Oosterhout, advocaat Stichting VvAA Rechtsbijstand, die de fysiotherapeut bijstond in deze kwestie. 

Twee herinneringen

Een van de argumenten die een belangrijke rol speelden in het betoog van de minister, was dat de fysiotherapeut twee herinneringen voor her-

registratie had ontvangen en een halfjaar de tijd had gehad om de aanvraag in te dienen. Ook was de minister van mening dat de fysiotherapeut iemand anders had kunnen vragen om haar belangen te behartigen. Maar, zoals veel zorgprofessionals, had de fysiotherapeut bewust de aanvraag kort voor de uiterste indieningsdatum gepland, zodat zij nog zoveel mogelijk uren kon maken om aan haar urennorm te komen. Dit was extra hard nodig omdat zij als gevolg van eerder operaties nog onvoldoende uren had kunnen maken. Daarnaast kon zij zeer slecht uit haar woorden komen, laat staan dat ze iemand anders een inhoudelijke opdracht als de aanvraag voor een herregistratie kon geven. 

Hoogste rechter 

In eerste instantie stelde de rechter de minister in het gelijk. Daarop ging de fysiotherapeut in beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak, de hoogste bestuursrechter. Deze oordeelde dat de minister de aanvraag had moeten behandelen en ten onrechte tot doorhaling van de registratie was overgegaan. Naar zijn oordeel had de fysiotherapeut geen rekening hoeven houden met de mogelijkheid dat zij een zwaar auto-ongeluk zou krijgen waardoor zij niet meer in staat zou zijn tijdig een aanvraag bij de minister in te (laten) dienen. 

Principiële uitspraak

Van Oosterhout: “De Afdeling concludeerde dat de minister in deze bijzondere omstandigheden niet had mogen vasthouden aan strikte toepassing van de indieningstermijn, omdat dit voor de fysiotherapeut onevenredig nadelige gevolgen had en bovendien in geen enkel opzicht noodzakelijk was om de patiëntveiligheid te beschermen. Een principiële uitspraak die niet alleen van belang is voor de fysiotherapeut. Voor álle BIG-geregistreerden die in geval van overmacht te laat een herregistratieaanvraag indienen, is er meer ruimte ontstaan om definitieve doorhaling te voorkomen.”

Senior jurist Katrijn van Berkum en advocaat Timo van Oosterhout zijn werkzaam bij stichting VvAA Rechtsbijstand