Dossier afschermen

Om de maand laten Annemarie Smilde (senior jurist gezondheidsrecht/teammanager bij VvAA rechtsbijstand) en Lieke van der Scheer (filosoof/ethicus) in Arts en Auto hun licht schijnen op een medisch dilemma. Hieronder kunt u meediscussiëren over hun antwoorden. Wilt u zelf een dilemma aan dit panel voorleggen? Mail dan naar redactie@artsenauto.nl o.v.v. dilemma. De redactie neemt dan contact met u op.

Mag een huisarts in het dossier informatie afschermen voor de gescheiden ouders van een 14-jarig meisje?

Een meisje van 14 jaar kampt met lichamelijke en psychische klachten. Deze klachten hebben mogelijk te maken met de spanningen tussen haar ouders die in een vechtscheiding zitten. De ouders hebben belang bij het gebruik van gegevens uit het dossier in het kader van de vechtscheiding. Het meisje maakt gebruik van de online inzage van haar dossier en heeft hierbij expliciet ingestemd met de inzage van haar dossier door haar ouders. Gezien de negatieve impact van de online inzage door de ouders op het meisje, besluit de huisarts bepaalde informatie over haar op te slaan in een voor de ouders afgeschermd deel van het dossier. Het meisje is het hiermee niet eens en vraagt hem dit ongedaan te maken. De huisarts heeft het idee dat zij dit zegt onder druk van de ouders en vraagt zich af wat hier zwaarder weegt: de rechten van de patiënte en de ouders of zijn zorgplicht?

Lieke van der Scheer is filosoof/ethicus


Wat weegt zwaarder: de rechten van de patiënte en de ouders of de zorgplicht van de huisarts? Door de vraag zo te stellen, lijkt het een of-of-situatie. Dat hoeft echter niet per se zo te zijn. Zoeken naar een én-én-strategie zou mijn voorkeur hebben. Zorgplicht heeft de hulpverlener sowieso. Hoe kunt u die zorgplicht zo invullen dat er samengewerkt kan worden in het belang van het kind? Die vraag zou ik liever centraal stellen.

Kinderen kunnen veel last hebben van de scheiding van hun ouders. Meestal willen kinderen loyaal blijven aan beide ouders. En in dit geval vindt dit meisje het kennelijk van belang dat beide ouders op de hoogte zijn. Natuurlijk is het belangrijk dat de huisarts door gesprekken met het meisje (en met de ouders) probeert te achterhalen waaróm het meisje dat wil. Wees in dat gesprek transparant over uw eventuele zorgen. Zelfs als het kind die wens heeft onder invloed van de ouders, is dat niet vanzelfsprekend verkeerd. Kinderen staan altijd onder invloed van ouders. Misschien wil ze niet zelf alles aan de ouders vertellen, maar vindt ze het wel prima als die het kunnen lezen. Wil ze misschien juist dat beide ouders over dezelfde informatie beschikken? Een kind in zo’n situatie wil immers dikwijls de kanalen naar beide ouders openhouden, zonder te hoeven kiezen. Van belang is dat in het dossier feitelijke zaken staan, ontleend aan de gesprekken, maar geen oordelen van de hulpverlener over de ouders. Als het meisje oordelen velt waarvan de huisarts denkt dat ze in het dossier moeten, dan is het van belang aan te geven dat het háár oordelen zijn. Overigens vraag ik me af waarom de hulpverlener precies focust op een punt dat een verdere splijtzwam kan zijn. Productiever lijkt het me om betrokkenen met elkaar in gesprek te brengen over hoe het verder moet met het meisje. Hoe kunnen de ouders hun dochter het best begeleiden gedurende hun scheiding? Maak duidelijk dat loyaliteitsconflicten schadelijk zijn voor kinderen. Zie het belang van het kind als een gezamenlijk doel. Probeer elkaar daarin te vinden. Liever een positieve, constructieve invulling van de zorgplicht door te proberen de schade voor het meisje zoveel mogelijk te beperken, dan een negatieve invulling door informatie over het meisje af te schermen voor de ouders. Uiteindelijk gaat het om haar toekomst. Een toekomst met twee – gescheiden – ouders. Het liefst wil je dat zo’n kind met beide ouders contact kan houden.

Annemarie Smilde is senior specialist gezondheidsrecht bij VvAA

Ouders met het wettelijk gezag over een kind van 12 tot 16 jaar hebben recht op een kopie van en inzage in het dossier van dit kind. De WGBO kent ze dit recht toe, omdat zij samen met hun kind beslissen over de zorgverlening aan hun kind [1]. Per 1 juli 2020 kunnen ouders van kinderen tot 16 jaar op grond van een andere wet [2] ook aanspraak maken op elektronische (bijvoorbeeld online) inzage (en een elektronisch afschrift) van het dossier. Ouders met gezag over kinderen van 12 tot 16 jaar hebben dit recht niet automatisch, maar alleen als hun kind daarvoor toestemming heeft gegeven. Een zorgverlener mag volgens de WGBO bepaalde gegevens weglaten bij inzage of bij een kopie van het dossier, als naar zijn oordeel de verstrekking van deze gegevens zijn goede hulpverlening aan het kind zou belemmeren of schaden. Deze bevoegdheid van een zorgverlener tot beperking van het inzagerecht geldt ook voor elektronische (online) inzage. Omdat online inzage plaatsvindt zonder tussenkomst van de zorgverlener, betekent dit dat zijn digitale dossier moet zijn voorzien van de mogelijkheid om informatie voor ouders af te schermen.

Het is aan de zorgverlener en niet aan het kind om te beslissen over een beperking van gegevensverstrekking aan de ouders. Wel is het zinvol om een kind van 12 tot 16 jaar te betrekken bij een afweging van de belangen. De openheid naar de ouders kan immers gevolgen hebben voor wat een kind aan de zorgverlener durft toe te vertrouwen. Ook is het voor een zorgverlener van belang te weten te komen hoe ouders in de relatie met hun kind met de informatie omgaan en wat de impact daarvan is op het kind. Overigens betekent het gebruik door de ouders van bepaalde gegevens uit het dossier voor een procedure, op zichzelf niet dat een online inzage in deze gegevens in strijd is met goed hulpverlenerschap. De huisarts in deze casus doet er goed aan met het meisje te bespreken waarom hij het voor de zorg aan haar van belang vindt om bepaalde gegevens niet met haar ouders te delen, en dat hij dit ook aan haar ouders zal uitleggen. Het noteren van gegevens in een afgeschermd deel van het dossier lijkt hier de beste optie te zijn. Zo zal de huisarts er niet voor voelen om het meisje te vragen haar toestemming voor online inzage door de ouders in te trekken, gezien haar loyaliteit naar haar ouders. Door zelf te beslissen tot het stopzetten van de online inzage, zou hij het inzagerecht van de ouders te veel beperken. Evenmin mag de huisarts informatie weglaten uit het dossier. De WGBO verplicht hem immers alles wat van belang is voor de zorg te  noteren. Niet alleen voor zichzelf, maar ook voor anderen die betrokken zijn bij de zorg, zoals de assistentes, collega’s en waarnemende huisartsen. Het opnemen van gegevens onder de persoonlijke werkaantekeningen, die ook voor andere zorgverleners zijn afgeschermd, biedt ook geen oplossing: de informatie is relevant voor de zorg en is niet bedoeld voor de ondersteuning van de eigen voorlopige gedachtevorming. De huisarts zou nog in de verleiding kunnen komen om de betreffende gegevens in de E(valuatie)-regel en P(lan)-regels van zijn registratie van het consult te verplaatsen naar de S(ubjectief)- en O(bjectief)-regels. Conform de Richtlijn online inzage in het huisartsen EPD van de NHG [3] beperkt de online inzage in de verslaglegging van patiëntencontacten zich namelijk tot de E- en P-regel. Met deze handelswijze zou de huisarts de kwaliteit van het dossier ondermijnen en daarmee de zorg aan het meisje.


[1] Volgens artikel 7: 450 BW(WGBO) heeft een zorgverlener toestemming nodig voor verrichtingen, ter uitvoering van de behandelingsovereenkomst met 12 tot 16 jarigen

[2] Op grond van artikel 15 g juncto artikel 15 d  van de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg ;

[3] www.nhg.org/themas/publicaties/richtlijn-online-inzage-het-medisch-dossier-door-patient/