Een fijne neus voor kunst

kunst / Belvédère biedt kijkje in bijzondere verzameling van Cora en Hans de Vries

Voorjaar 2020 opende Museum Belvédère in Heerenveen een tentoonstelling over de collectie eigentijdse kunst van het echtpaar Hans en Cora de Vries. Door COVID-19 moest die meteen alweer dicht. Cora de Vries was van 1969 tot 2004 de vrouw achter de legendarische galerie Collection d’Art in Amsterdam. In diezelfde periode bouwden zij en haar man een bijzondere eigen verzameling op. Belvédère biedt dit najaar opnieuw de kans een selectie daaruit te gaan zien, in een mooi klein museum in een prachtig stuk Fries landschap.

Cora de Vries (1944-2010) was een raadsel. Zoals iedereen in het Amsterdam van de jaren zeventig wist, was ze de vrouw achter Collection d’Art: die sjieke, spierwitte galerie aan de Keizersgracht bij de Leidsestraat, met geometrisch-abstracte en wild-expressionistische kunst. In die avantgarde-omgeving was haar verschijning die van de directrice van een meisjesschool: in onberispelijk rokje-bloesje-vestje, met een kapsel dat een decennium eerder modieus was gemaakt door een Duits kousenmerk en dat dagelijks vorm kreeg met flink wat haarlak. Om te zien waar de galerie op dreef, moest je Cora eerst uit haar kantoortje lokken. Dan bleek meteen hoe sprankelend en levendig ze over kunst en over kunstenaars sprak, hoeveel ze daarover wist, en met hoeveel plezier ze dit kon overbrengen.

Cora de Vries in de tuinzaal van Collection d’Art, 1979

Als Cora Ellens geboren in Almelo, ging ze begin jaren zestig naar de Rijkskweekschool in Leeuwarden. Daar ontmoette ze Hans de Vries, zoon van de Friese architect en kunstverzamelaar Piet de Vries, die later ook zelf architect en planoloog zou worden. Ook kwam ze daar in contact met Thom Mercuur (1940-2016), toen al een centrale figuur binnen de Friese kunst­wereld: verzamelaar, kunsthandelaar, curator en uitgever, en ook de man die vier decennia later het particuliere Museum Belvédère in Heerenveen-Oranjewoud zou helpen oprichten.

De jonge Cora bezocht regelmatig Thoms galerie in Heerenveen, en via hem kwam ze in contact met het werk van kunstenaars van de ‘avantgarde van het Noorden’ uit het begin van de twintigste eeuw, zoals de schilders Thijs Rinsema en Wobbe Alkema.

In 1969 opende ze zelf een galerie, in de Heisteeg in Amsterdam, met het idee dat dit een manier was om makkelijker in contact te komen met kunstenaars en zo de kleine eigen verzameling die zij en Hans toen al hadden, uit te breiden. Vijf jaar later verhuisde ze Collection d’Art naar de later zo bekend geworden locatie aan de Keizersgracht.

Zelf bewonderaar van Piet Mondriaan en De Stijl – kunst die buiten haar bereik lag – koos Cora de eerste jaren van haar galerie voor betaalbaardere Nederlandse kunstenaars uit gevestigde stromingen van de voorgaande decennia. Via Thom Mercuur kwam ze in contact met de zoon van kunstenaar Thijs Rinsema, uit wiens nalatenschap ze in Amsterdam tentoonstellingen maakte. In Parijs zocht ze de abstracte schilder Bram van Velde op, met wie ze tot diens dood in 1981 hecht contact hield en die ze veel zou exposeren. Ook bracht ze kunstenaars van CoBrA, onder wie Karel Appel en Constant.

Zero-beweging en Nul-kunstenaars

Al gauw breidde ze haar activiteiten uit tot het exposeren – en steeds ook zelf blijven verzamelen – van meer recente en eigentijdse kunst. Zo werd Collection d’Art bijvoorbeeld de belangrijkste galerie van de Nederlandse tak van de internationale Zero-beweging, met Nul-kunstenaars als Henk Peeters, Jan Schoonhoven en Armando.

Vooral in die jaren zeventig bleek Cora de Vries de juiste vrouw op het juiste moment op de juiste plaats. Toen ontstond ook bij Nederlandse musea voor het eerst echt belangstelling voor eigentijdse kunst. Maar bij de klassiek-kunsthistorisch opgeleide bestuurders en staf van die musea ontbrak toen nog het persoonlijk contact met, en de directe kennis van, de wereld van nog lévende kunstenaars en van kunststromingen in ontwikkeling. Cora de Vries had die contacten wél, haar galerie steunde daar juist helemaal op. Van Parijs tot New York stond ze zomaar voor de deur bij kunstenaars die haar interesseerden. Zo kon ze in 1973 een expositie van de toen al wereldberoemde Willem de Kooning maken.

Thijs Rinsema, Voetballers, 1925, gouache, 13 x 19 cm, Collectie Hans en Cora de Vries

De opening van haar ruimte aan de Keizersgracht werd al meteen bezocht door Edy de Wilde, directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam. Ook zijn legendarische voorganger Willem Sandberg werd een trouwe bezoeker. Zo werd Cora de Vries een belangrijke schakel tussen de Nederlandse musea die op grotere schaal eigentijdse kunst gingen verzamelen en een nieuwe generatie beeldend kunstenaars.

Cora’s modus operandi was die van een kunstliefhebber en -verzamelaar: intuïtief en gepassioneerd. Dit vermengd met het commerciële talent van een handelaar en met het communicatieve talent van een onderwijzer. Haar uitnodigingen voor nieuwe tentoonstellingen gingen ook altijd vergezeld van een bulletin met heldere tekst en uitleg.

De kunstcollectie van Hans en Cora de Vries groeide parallel aan de ontwikkeling van de galerie, zoals vanaf het begin ook de bedoeling was. Als een kunsthandelaar ook zelf een verzameling heeft, zijn dit vaak vooral ‘winkeldochters’: werken die niemand wilde kopen. Maar voor Cora waren exposities juist een manier om zelf aan bijzondere kunstwerken te komen. De jaren tachtig zagen, vooral in Duitsland, het succes van een nieuw expressionisme in de schilderkunst. Onder invloed hiervan exposeerde Collection d’Art in de jaren negentig nieuwe Nederlandse schilders zoals Alphons Freijmuth en Ysbrant, en grote namen van het Duitse ‘Nieuwe Schilderen’ zoals A.R. Penck, Markus Lüpertz en Georg Baselitz.

In 2004 sloot Collection d’Art voorgoed haar deuren, en werd de prachtige ruimte aan de Keizersgracht overgenomen door de artistiek geestverwante Brabantse galerie Borzo. Cora en Hans de Vries verhuisden met hun verzameling naar kasteel Het Arendschot bij Zichem in Vlaams-Brabant, waar Hans de Vries ook nu nog woont.

In de 35 jaar van haar bestaan exposeerde Collection d’Art zo’n honderd kunstenaars. Veertig van hen vonden een plaats in de verzameling van het echtpaar De Vries. Een selectie hieruit is vanaf 7 oktober te zien in Heerenveen, met namen als Appel, Armando, (Gerrit) Benner, Freijmuth, De Kooning, Rinsema, Schoonhoven, Van Velde, Lou Loeber en Bart van der Leck.

Onbekend juweel

Museum Belvédère aan de rand van Heerenveen, een ‘thuisaven voor Friese kunstenaars’, werd geopend in 2004 en is een van Nederlands mooiste kleine musea. Toch is het bij veel mensen onbekend. Belvédère is een laag, strak vormgegeven langwerpig gebouw dat op een natuurlijke manier opgaat in de perspectieflijnen van het Friese landschap. De vaste collectie bestaat vooral uit werk van Friese kunstenaars uit de vorige eeuw (plus artistieke geestverwanten), zoals Jan Mankes, Thijs Rinsema, Gerrit Benner en Sjoerd de Vries. Het hele jaar door zijn er ook tijdelijke tentoonstellingen.

Belvédère is vernoemd naar een uitkijktoren vlakbij, gebouwd in de eerste helft van de twintigste eeuw, die net als het museum onderdeel is van het bosrijke Museumpark Landgoed Oranjewoud. Met mooie wandelroutes, ook direct vanuit het museum zelf.

Relaties & Contrasten II – Collectie Cora en Hans de Vries, Museum Belvédère in Heerenveen-Oranjewoud, van 7 oktober t/m 31 januari 2024. museumbelvedere.nl

Delen