Examenvrees

Antoinette Beumer

 

Antoinette Beumer (1962) is regisseur en schrijver. Zij regisseerde onder meer de speelfilms De Gelukkige Huisvrouw, Loft en Soof. In januari verscheen haar debuutroman Mijn vader is een vliegtuig.

Tekst: Antoinette Beumer | Beeld: Jacqueline de Haas

 

Twee dagen voor haar dood is er volgens mijn moeder absoluut nog geen sprake van een sterfbed. Met een opgewekte triomfantelijkheid poeiert ze mijn voorstel af om de nacht bij haar door te brengen. “Nergens voor nodig”, zegt ze beslist. Als ik zeg dat de 24-uurs verpleegkundige erom gevraagd heeft, omdat ze in geval van nood geen tijd heeft om ons te bellen, reageert ze kortaf. “Als die het niet alleen afkan, is ze niet geschikt voor haar werk.” Ondanks de ernst van de situatie, schiet ik in de lach. Het is goed mam. “En ook niet stiekem komen”, zegt ze vlak voordat ze ophangt. “Ik voel het aan de stenen wanneer er iemand in huis is.”

Sinds mijn moeder te horen heeft gekregen dat ze uitbehandeld is, is ze verrassend duidelijk geworden in het uitspreken van haar behoeftes. Dat was vroeger wel anders.

Veel tijd om aan die nieuwe houding te wennen, kregen mijn zusjes en ik niet. Nog voor de arts was uitgesproken en haar aangekondigde dood als een olifant in de kamer stond, vroeg mijn moeder op heldere toon hoe lang ze nog had. “U moet meer in weken dan in maanden denken”, antwoordde de dokter zachtjes.

Inmiddels zijn we ruim twee maanden verder. Twee maanden waarin het leven van mijn zusjes en mij zich afspeelt in een parallel universum. Zodra we het appartement van onze moeder betreden, glijdt ons eigen leven als een oude jas van ons af. We willen nergens anders zijn dan bij haar. We laven ons letterlijk aan haar liefde. Nu ze er nog is, kunnen we daar geen genoeg van krijgen. Als junkies wisselen we elkaar gedurende de dag af.

Ze heeft haar bewijs binnen en als ze wil, mag ze dood

Het is zomer, de zon schijnt en er is zo veel liefde in haar huis. Vroeger raakten mijn moeder en ik elkaar niet makkelijk aan. Nu smeer ik haar droge benen in met bodylotion en praten we over alles, behalve over het naderende einde. Dat verandert als ze aankondigt een gesprek te willen over euthanasie. Er wordt een afspraak ingepland met een zogeheten SCEN-arts en mijn moeder wil dat we daar alle drie bij aanwezig zijn. Op de dag van zijn komst wordt mijn moeder met het uur nerveuzer, alsof het om een examen gaat waarvoor ze niet genoeg geleerd heeft. De SCEN-arts verschijnt in een smoking aan haar bed. Hij verontschuldigt zich voor zijn kleding. Na zijn bezoek wacht hem een theaterpremière. Geïnteresseerd vraagt mijn moeder welk toneelstuk. In stilte volgen we het gesprek tussen de arts en mijn moeder. Van koetjes en kalfjes gaan ze naadloos over naar zelfbeschikkingsrecht en ondraaglijk lijden. Aan het einde van het gesprek legt hij een hand op haar been. Hij kijkt haar met tranen in zijn ogen aan. Ze is geslaagd. Wanneer de arts weg is, kijkt ze ons opgelucht aan. Ze heeft haar bewijs van ondraaglijk lijden binnen en als ze wil mag ze dood. “Maar”, voegt ze daaraan toe: “er is nog geen sprake van een sterfbed.”

Een dag later overlijdt mijn moeder in haar slaap.

Op deze plek verhalen schrijvers, journalisten en publicisten over een persoonlijke ervaring met de gezondheidszorg en houden ze (para)medici een spiegel voor. Eerdere afleveringen vindt u hier.

 

Plaats een reactie

Uw e-mailadres zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*
*