Favoriete pil – De eeuwige bron

Ayn Rand - De eeuwige bron

Nico Terpstra (Schoonebeek, 1956) is huisarts in Venhuizen en voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Zijn favoriete pil: De eeuwige bron (The fountainhead) van de Russisch-Amerikaanse schrijfster Ayn Rand.

Tekst: Frank van Kolfschooten Beeld: De Beeldredaktie/Marco Bakker

 

“De eeuwige bron maakte een verpletterende indruk op me toen ik het voor het eerst las”, zegt huisarts Nico Terpstra. “Howard Roark was voor mij de blauwdruk van een geslaagd leven. Dicht bij je eigen overtuigingen blijven en je niet omver laten blazen door anderen.”

Nico Terprstra NvtK favoriete ipDe Russisch-Amerikaanse schrijfster/filosofe Ayn Rand publiceerde in 1943 een roman over de jonge ambitieuze architect Howard Roark, die in het New York van de jaren twintig naam probeert te maken. Zijn ontwerpen hebben een geheel eigen karakter en sluiten niet aan bij de mode van dat moment: wolkenkrabbers met klassieke elementen. Uit gebrek aan opdrachtgevers wordt Roark zelfs noodgedwongen arbeider in een steengroeve. “Maar Roark houdt vast aan zijn principes, bewaart zijn integriteit, zet tegen de klippen op door en wordt uiteindelijk toch een succesvol architect”, zegt Terpstra. “Weerstand en conflicten maakten hem juist sterker. Een held die perfect aansloot bij mijn eigen calvinistische opvoeding.”

Ook de ideeënrijkdom in het boek maakte indruk op Terpstra. “Intrigerend vond ik de schetsen van machtsspelletjes in de samenleving. De eeuwige bron leerde mij dat je altijd rekening moet houden met onzichtbare krachten achter de schermen en ook dat autoriteiten en gezagsstructuren gewantrouwd dienen te worden.”

‘De blauwdruk van een geslaagd leven; dicht bij je eigen overtuigingen blijven’

Terpstra is sinds twee jaar voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij (VtdK). “In die functie moet je tegen een stootje kunnen en ferme standpunten durven innemen, ook om het debat op gang te krijgen. Ik kan dat als onafhankelijk huisarts in alle vrijheid doen. Gelukkig heb ik geen raad van bestuur boven me die wil dat ik mijn toon matig met het oog op het imago van het ziekenhuis.”

De VtdK organiseerde afgelopen oktober een congres over de vraag hoe huisartsen moeten omgaan met patiënten die zich laten behandelen met methoden waarvoor geen enkel wetenschappelijk bewijs bestaat. In zijn spreekkamer wordt ook Terpstra daar geregeld mee geconfronteerd. “Zelf ga ik daar nooit over in discussie, tenzij de patiënt expliciet mijn oordeel vraagt. Dan zeg ik ook klip en klaar wat ik ervan vind. Maar wat kan ik terugzeggen als een uitbehandelde patiënt zegt dat hij toch niets te verliezen heeft? Als het om echte uitwassen gaat, ben ik wel geneigd zulke kwakzalvers er zelf op aan te spreken en eventueel aan te pakken. Maar het zelfbeschikkingsrecht van een patiënt is een heilig principe waar alleen in hoge uitzondering van kan worden afgeweken.”