Favoriete pil: The House of God

Frits Rosendaal (Rotterdam, 1959) is hoogleraar klinische epidemiologie in het Leids Universitair Medisch Centrum. Zijn favoriete pil: de roman The House of God van de Amerikaanse schrijver Samuel Shem (pseudoniem van psychiater Stephen Bergman).

Tekst: Frank van Kolfschooten | Beeld: De Beeldredaktie/Eelkje Colmjon

“The House of God van Samuel Shem is een uiterst scherpe, heerlijk onbetamelijke en grappige roman, en ook een gemaskeerde aanval op de geneeskundige professie”, zegt de Leidse hoogleraar klinische epidemiologie Frits Rosendaal. “Ik las het boek voorafgaand aan mijn co-schappen, tijdens een wetenschapsstage in Johns Hopkins ziekenhuis in Baltimore in 1981. Mijn beeld van de geneeskunst was toen nog vooral gevormd door mijn vaders huisartspraktijk aan huis in Rotterdam, waarbij ons hele gezin assisteerde, bijvoorbeeld door het aanpakken van urinemonsters en op de fiets bezorgen van rekeningen bij patiënten.”

The House of God volgt een aantal jonge assistenten in opleiding, met als hoofdpersoon de nog naiëve Roy Basch, die wordt ingewijd in de geneeskunst door enkele markante opleiders. Het meest onconventioneel is een arts die de Fat Man wordt genoemd, vertelt Rosendaal. “Om de werklast en het sterftecijfer op zijn afdeling laag te houden, heeft deze arts een strategie ontwikkeld om patiënten zo snel mogelijk naar andere afdelingen te ‘turfen’, met als risico dat ze teruggeplaatst worden (‘bouncen’)”.

‘De Fat Man is vooral gespitst op een type patiënt dat hij ‘gomer’ noemt’

De Fat Man is vooral gespitst op een type patiënt dat hij ‘gomer’ (vrouwelijk: gomere) noemt, een afkorting voor ‘get out of my emergency room’. “De filosofie van de Fat Man is dat er geen reden is om zulke patiënten op te nemen, en al zeker niet om allerlei diagnostiek en behandelingen toe te passen, omdat gomers daar juist alleen maar ziek van kunnen worden”, legt hij uit. “De Fat Man gelooft dat het in het belang van patiënten is om juist niet altijd de protocollen te volgen.”

De thema’s in het boek zijn volgens hem onverminderd actueel in de Nederlandse gezondheidszorg: “Door doorgeslagen bureaucratie moeten dokters te veel tijd besteden aan protocollaire afvinklijstjes, wat hen frustreert omdat het de spreektijd met de patiënt bekort.”

Uit Rosendaals eigen onderzoek met collega’s bleek dat op zichzelf goedbedoelde protocollen soms funeste effecten kunnen hebben. “Een nieuw protocol voor postoperatieve pijn heeft in ziekenhuizen geleid tot dagelijkse pijn- metingen, met als doel patiënten met zo min mogelijk pijn weer naar huis te laten gaan”, schetst Rosendaal. “Een andere nieuwe richtlijn moest de inzet van NSAID’s terugdringen, pijnstillers die de kans op hartinfarcten verhogen. Daardoor gingen artsen meer opiaten zoals oxycodon voorschrijven, met als onbedoeld gevolg een sterke stijging van patiënten die met een opiatenvergiftiging terugkeerden in het ziekenhuis. De Fat Man zou er niet blij mee zijn.”

Plaats een reactie

Uw e-mailadres zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*
*