‘Genieten in plaats van gieten’

De verhalen van chirurg Jan-Paul Rutten, biochemicus Sepp Jansen en oud-apotheker Will Schuwer mogen dan verschillen, één ding hebben ze gemeen: een passie voor bier.

Tekst: Hans Bouwman | Beeld: Shutterstock

“Als je er normaal mee omgaat, is bier geen ongezond product. Natuurlijk ben ik geen voorstander van alcoholmisbruik, van binge drinking. Maar op zijn tijd een mooi glas dat je met aandacht savoureert, daar is geen enkel bezwaar tegen.” Aldus Jan-Paul Rutten (44), directeur van brouwerij Gulpener, maar ook opgeleid tot zorgprofessional. Nadat hij de opleiding tot basisarts had doorlopen, studeerde hij twee jaar voor tropenarts en ging hij zich uiteindelijk specialiseren in de chirurgie. Pas toen hij deze opleiding vrijwel geheel had voltooid, besloot Rutten zijn vader op te volgen als directeur van Gulpener.

Jean-Paul Rutten Foto: De Beeldredaktie/ Marcel van Hoorn

“Gulpener is ons familiebedrijf, dus ik ben van jongs af aan vertrouwd met het fenomeen bierbrouwen, met de moutgeur in de lucht. De brouwerij bevond zich tussen ons huis en mijn lagere school. Ik sneed dagelijks de weg af door via ons magazijn te lopen. Toen ik ouder werd, heeft mijn vader, die directeur was, mij tot tweemaal toe gevraagd of ik een functie ambieerde in de leiding van de brouwerij. Maar ondanks het warme hart dat ik de brouwerij toedroeg, was de lokroep van een medisch beroep sterker.”

Sommige medestudenten vonden het onbegrijpelijk en namen me het zelfs kwalijk

De belangstelling voor het brouwersvak bleef echter. Toen Rutten in de jaren negentig, samen met zijn zussen, neven en nichten, aandeelhouder werd bij Gulpener, ging het vlammetje nog harder branden en begon hij voorzichtig over een loopbaan in het brouwersvak te denken. “Nadat uit externe tests was gebleken dat ik de juiste karaktereigenschappen had voor een directiefunctie en ook de aandeelhouders en commissarissen achter mijn komst bleken te staan, heb ik de knoop doorgehakt.”

De reacties van zijn medestudenten liepen sterk uiteen. “Sommigen vonden het onbegrijpelijk en namen me het zelfs kwalijk. Maar de meesten zagen er juist de leuke kant van en wensten me veel succes.”

Alleen de eerste twee, drie dagen zijn er momenten geweest dat Rutten zich afvroeg: heb ik wel de juiste beslissing genomen? “Het was erg stil op kantoor, geen gillende mensen op de eerste hulp, dat soort dingen. Maar al vrij snel kwamen er allerlei taken en verantwoordelijkheden naar mij toe en was ik dat snel kwijt. Sindsdien heb ik nooit meer een dag spijt gehad.”

Zijn medische achtergrond komt Rutten regelmatig van pas, omdat hij de biochemische processen die aan het brouwproces ten grondslag liggen, goed begrijpt. “Als mijn brouwmeester vertelt over de kwaliteit van onze giststammen of over de problemen met citroenzuurziektes, snap ik waarover hij het heeft.”

Will Schuwer Foto: Maarten Noordijk

Ook Will Schuwer (65), die in 2006 in Zuidoost-België brouwerij Bellevaux startte, komt uit de medische hoek; jarenlang was hij apotheker in Waalwijk. “Farmacie is een fascinerend vak en het bereiden van medicijnen geweldig,maar de dagelijkse praktijk van het apotheker-zijn begon me steeds meer tegen te staan”, aldus Schuwer. “Ik zat hele dagen te onderhandelen met het ziekenfonds, was vooral bezig met zaken als in- en verkoop en ging steeds vaker met loden schoenen aan naar mijn werk.”

‘De dagelijkse praktijk van het apotheker-zijn begon me steeds meer tegen te staan’

In 1994 besloot Schuwer het apothekersvak te verlaten en ging hij rechten studeren in Maastricht. Maar na een aantal jaren als jurist verbonden aan de Universiteit van Luik begon het idee om toch weer zelf iets te maken, te kriebelen. Schuwer had een grote belangstelling voor de Belgische biercultuur. “Zo’n vijftien jaar geleden stond de ontwikkeling van speciaalbieren in Nederland nog in de kinderschoenen. In België daarentegen floreerden ze. Ik heb mij toen aan de KU Leuven ingeschreven voor de studie brouwkunde. Prettige bijkomstigheid was dat ik dankzij mijn achtergrond als farmaceut flink wat vrijstellingen kreeg. Vervolgens kwam het pand te koop waar wij nu zitten. Daar reed ik altijd langs, het ligt op een geweldige plek, een plek waarvan mijn vrouw en ik vonden: daar hoort een brouwerij te staan.’

Nadat hij met zijn brouwerij Bellevaux in 2006 van start was gegaan, bracht hij in 2008 zijn eerste bier op de markt. Heel nadrukkelijk een streekbier, vervaardigd met grondstoffen uit de directe omgeving en ook gedronken in de streek. Schuwer: “Bij Bellevaux geloven wij heilig in korte ketens. Dat geeft minder vervuiling door transport, en levert versere en betere producten op met een grotere smaakdiversiteit.”

Sepp Jansen Foto: Emil Borgesius

Een van de nieuwste sterren aan het Nederlandse bierfirmament is het Groningse Baxbier, dat in 2014 werd opgericht door econoom Jeroen Bax en biochemicus Sepp Jansen. Nadat zij op een vakantie hadden kennisgemaakt met allerlei internationale streekbieren, besloten ze zelfs eens iets te proberen. Het bier dat zij produceerden – aanvankelijk heel kleinschalig in de ouderlijke keuken – bleek dermate goed dat de twee besloten het op de markt te brengen.

“Het aantrekkelijke van het brouwersvak is dat je met beide benen in de maatschappij staat”, aldus Jansen (31), die in de praktijk de biersmaken ontwikkelt die door Bax zijn bedacht. Hij vertelt dat hij het mede-eigenaarschap van Baxbier combineert met een baan als kankeronderzoeker vanuit een farmacologische invalshoek, eerst aan het UMCG en nu aan de universiteit van Heidelberg. “Daarbij zit je toch meer in een ivoren toren.”

‘Als kankeronderzoeker zit je toch meer in een ivoren toren’

De stormachtige ontwikkeling van Baxbier is wat Jansen betreft vooral toe te schrijven aan Jeroen Bax en zijn team: “Zij zijn elke dag met volle passie actief op de werkvloer. Maar Baxbier is ook nog steeds van mij een passie en wie weet kom ik in de toekomst wel volledig terug!”

Bax en Jansen laten zich graag inspireren door Britse en Amerikaanse brouwtradities en hebben onder meer twee smoked porters en een India Pale Ale ontwikkeld. Jansen: “De essentie van bier brouwen ligt bij ons in het bereiken van een goede smaakbalans. Genietbier, noemen we dat. Ons devies luidt dan ook: genieten in plaats van gieten.”

Gulpener werd in 1825 opgericht in het Limburgse Gulpen, waar de brouwerij nog altijd is gevestigd. Het is al acht generaties een familiebedrijf en heeft een jaarproductie van 110.000 hectoliter.

Bellevaux werd in 2006 in het Waalse Malmedy opgericht door Will en Carla Schuwer, die het hele brouwproces zelf runnen, sinds enige tijd samen met hun zoon Tom. De jaarproductie bedraagt 1000 hectoliter.

Baxbier werd in 2014 opgericht door de Groningse studievrienden Jeroen Bax en Sepp Jansen. Het bedrijf kent een jaarproductie van 4500 hectoliter.

Volgens cijfers van het CBS is het aantal bierbrouwerijen in Nederland tussen 2007 en 2017 gestegen van 90 naar 307. De meeste nieuwkomers zijn microbrouwerijen, dikwijls eenmanszaken.