Gezond door goede eerste lijn

Europese landen met een goed ontwikkelde eerstelijnsgezondheidszorg hebben een gezondere bevolking. Dit blijkt uit NIVEL-onderzoek dat de prestatie van Europese eerstelijns gezondheidszorgsystemen in kaart brengt en waarop Dionne Kringos deze maand promoveerde aan de Universiteit Utrecht.

 

Het is voor het eerst dat Europees onderzoek aantoont dat een sterke, goed functionerende eerstelijnsgezondheidszorg leidt tot gezondere inwoners van een land. Ze verliezen minder levensjaren door bijvoorbeeld hart- en vaatziekten of astma, wanneer zij behandeld zijn in een land dat een sterke eerstelijnsstructuur, een goede coördinatie van zorg en een breed eerstelijns zorgpakket kent, zoals in Finland, Denemarken, Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Spanje en Portugal het geval is.

European Primary Care Monitor
Dionne Kringos en collega’s vergeleken de eerstelijnsgezondheidszorg in 31 landen met een door het NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg) ontwikkeld meetinstrument: de European Primary Care Monitor. Dit meetinstrument brengt de sterke en zwakkere punten van eerstelijnszorgsystemen in kaart met tientallen indicatoren zoals beleid en wet- en regelgeving, financiële middelen en de opleidings- en werkcondities voor eerstelijnszorgverleners. Ook worden de toegankelijkheid van de eerste lijn bekeken, of deze op een coördinerende en continue wijze zorg verleent, en de beschikbare zorgdiensten in een land.

Aanknopingspunten
Dionne Kringos: “Europese landen variëren in de sterkte van de eerste lijn. De informatie die wij op deze manier over de eerste lijn in een land krijgen, biedt beleidsmakers aanknopingspunten voor strategieën om de zorg te verbeteren. Zij moeten vooral kijken naar de dimensies en indicatoren waarop hun land minder goed scoort.”

Lees verder bij NIVEL.

Delen