Granaatappel

Merijn de Boer (1982) is schrijver en woont in Tunesië. Hij won met zijn vijfde boek De Saamhorigheidsgroep de BNG Literatuurprijs 2021 en de Inktaap 2022. Hij heeft een wekelijkse column in Trouw.

Tekst: Merijn de Boer  Beeld: Loek Buter

Hoewel ik vanwege mijn hypochondrie al menigmaal heb gedacht dat ik ernstig ziek was, heb ik tot nu toe in mijn leven eigenlijk weinig meegemaakt op medisch vlak. De enige keer dat ik écht iets had, geloofde niemand me natuurlijk.

Op een donderdagochtend in 2014 werd ik wakker met buikpijn. De avond ervoor had ik couscous met granaatappelpitjes gegeten. Als ik had geweten welk risico er komt kijken bij het eten van een granaatappel, had ik dat nooit gedaan, natuurlijk. Maar ik wist toen nog van niks.

Ik voelde me beroerd genoeg om niet te werken maar blijkbaar toch ook weer niet zo beroerd dat ik niet een paar uur door de stad kon wandelen. Ik kocht een haring, bezocht een boekhandel, dronk een kop koffie in de zon en liep daarna weer naar huis. Naar gewoonte informeerde ik een paar vrienden dat ik aan het lijden was – waarop uitsluitend lacherig werd gereageerd. “Ik heb misschien wel een blindedarmontsteking”, schreef ik. Jaja, haha, het zal wel. Sommige vrienden reageerden niet eens meer.

‘Als ik had geweten welk risico er komt kijken bij het eten van een granaatappel, had ik nooit granaatappelpitjes gegeten’

Ik e-mailde mijn vriend Lodewijk die in China zat. Ook hem vertelde ik dat ik dacht dat ik een blindedarmontsteking had. “Dat zou ik in jouw geval zeker niet willen uitsluiten”, schreef hij sardonisch terug. “Mijn voorgevoel zegt dat je vooruitzichten niet al te best zijn.” Kortom, ook hij vermaakte zich zeer over mijn hypochondrische geklaag.

Mijn vrouw was voor haar werk in Brussel. We waren toen acht jaar samen en in die acht jaar zal ik haar zo’n zeven of acht keer angstig en met een bleek gezicht hebben gezegd dat ik hoogstwaarschijnlijk een blindedarmontsteking had. Dus het was niet vreemd dat ze dacht dat ik me aanstelde.

’s Avonds had ik nog steeds buikpijn. Ik belde mijn vriend Arnout, MDL-arts in opleiding. Hij kende me ook al langer dan vandaag. “Ga lekker slapen. Morgen is het vast over.” Die nacht werd de ellendigste uit mijn (prille) leven. Ik kon niet langer dan vijf minuten in slaap blijven en begon bij het ochtendgloren ook nog eens ongeremd te braken. Met pijn en moeite sleepte ik mezelf de straat op en nam de taxi naar het OLVG-ziekenhuis.

‘Die nacht werd de ellendigste uit mijn (prille) leven’

Terwijl ik lag te kermen, kwam de traumachirurg van dienst lachend naar mijn bed lopen. “Ik ken jou! Je was een huisgenoot van Joger en Adriaan, toch?” “Dat klopt”, bracht ik moeizaam uit. Hij wilde er een gezellig gesprek van maken maar daar was ik niet toe in staat. Na een echo en bloedonderzoek was ook hij van mening dat ik een acute blindedarmontsteking had. Ik moest meteen geopereerd worden. Vlak voor ik de operatiekamer inging, vroeg de anesthesioloog: “Zeg jongen, wat doe je voor werk?”
“Ik ben schrijver.” ‘Hoe heet je dan?’ Ik noemde mijn naam en de titel van mijn tweede boek.

“Nooit van gehoord”, zei hij. Daarna rolde ik de nacht in.

Op deze plek verhalen schrijvers, journalisten en publicisten over een persoonlijke ervaring met de gezondheidszorg en houden ze (para)medici een spiegel voor.

Plaats een reactie

Uw e-mailadres zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*
*