‘Groeiende praktijk wordt gestraft’

Bij omzetdaling door COVID-19 kunnen zorgaanbieders een beroep doen op de continuïteitsbijdrage van Zorgverzekeraars Nederland, maar deze regeling lijkt niet voor elke praktijkhouder in de para-medische eerste lijn gunstig uit te pakken. 

Tekst: Martijn Reinink | Beeld: privé

Ergotherapeut Jochen Bilderbeek

Nadat het kabinet in maart een tijdelijk verbod op contactberoepen afkondigde, konden bijvoorbeeld logopedisten via videobellen deels hun behandelingen voortzetten. Voor andere paramedici, zoals voor ergotherapeut Jochen Bilderbeek, was dit geen of nauwelijks een optie. Al heeft de medepraktijkhouder van Emergo in deze periode nog wel af en toe een huisbezoek afgelegd in de regio Lansingerland. “Als de thuiszorg aangaf dat er sprake was van een verhoogd valrisico. Of wanneer een patiënt door een of twee bezoeken van mij zelfstandig kon worden, waardoor diegene niet meer afhankelijk was van meerdere keren hulp per week.” 

Zo zette de ergotherapeut wel iets om. Niettemin was zijn omzet afgelopen april 80 procent lager dan in april vorig jaar. “De vaste lasten konden we ervan betalen, maar het salaris dat we onszelf uitbetalen, is deze maanden fors lager.” Toch heeft Bilderbeek zich geen zorgen gemaakt over het voortbestaan van de praktijk. “We hebben als praktijk geld gespaard en ook privé hebben we spaargeld waarop we kunnen teren.” 

Voor huidtherapeut Renate van Waalwijk van Doorn, mede-eigenaar van MediDerma, is de situatie een stuk zorgelijker. Haar kliniek heeft in maart en april zo’n 95 procent minder omzet gedraaid dan begroot. Daarbij heeft zij veel hogere vaste lasten dan Bilderbeek. Waar hij met zzp’ers werkt, heeft zij negentien mensen op de loonlijst. En waar de ergotherapeut één behandelruimte heeft omdat hij vooral op huisbezoek gaat, heeft de huidtherapeut meerdere vestigingen. Vorig jaar heeft MediDerma nog een vestiging met vier behandelkamers geopend aan de Noord-Zuidlijn in Amsterdam-Noord. “Een grote investering. In een gloednieuwe pand, maar ook in de aanschaf van apparatuur. Een ThunderMT-laser, waarvan we er twee hebben staan, kost bijvoorbeeld meer dan een ton.”

huidtherapeut Renate van Waalwijk van Doorn

Bilderbeek is ‘blij’ dat zorgverzekeraars een deel van de gemiste omzet (84 procent voor ergotherapie) vergoeden – “al is het nog afwachten hoe de regeling precies zal uitpakken” – terwijl Van Waalwijk van Doorn de continuïteitsbijdrageregeling ‘voor ons heel zuur’ noemt. Niet vanwege de vergoeding voor gemiste omzet (85 procent voor huidtherapie), maar vanwege de aangepaste vergoeding voor ‘inhaalzorg’ (omzet boven de normomzet) van 45 procent. “Een praktijk die goed presteert en groeit, wordt zo gestraft”, stelt de huidtherapeut.

Van Waalwijk van Doorn: “Vorig jaar waren twee van onze werknemers langdurig uit de roulatie, met als gevolg dat we de zorgvraag niet aankonden. In januari en februari van dit jaar behandelden we veel meer patiënten. En als alles weer normaal wordt en blijft, zal onze omzet in 2020 blijven groeien, tot boven de vastgestelde normomzet. Maar wat daarboven komt, zien zorgverzekeraars als inhaalzorg en die zorg wordt over een periode van zes maanden dus maar voor 45 procent vergoed. Dat kan betekenen dat we uiteindelijk de volledige continuïteitsbijdrage terugbetalen. Ik snap dat ze niet op elke praktijk een unieke aanpak kunnen loslaten, maar wij worden op deze manier hard getroffen.”

‘Wij worden op deze manier hard getroffen’

Ergotherapeuten kunnen sinds 18 mei een continuïteitsbijdrage aanvragen, huidtherapeuten sinds 20 mei. In een eerder stadium werd zorgaanbieders met ernstige financiële problemen verzocht contact op te nemen met hun primaire verzekeraar om aanspraak te maken op vooruitbetaling van de bijdrage. Maar de NVH, de beroepsvereniging van huidtherapeuten, laat half mei weten dat ‘de preferente zorgverzekeraars geen gehoor geven op noodverzoeken van gecontracteerde praktijken’. Van Waalwijk van Doorn: “Huidtherapie is heel belangrijk, ook in de hulpmiddelenzorg, maar we staan aan de zijlijn. Ik heb er slapeloze nachten van en ik ben niet de enige. Ik hoor het ook van andere huidtherapeuten met een praktijk: het water staat ons aan de lippen.”