In de ban van Cuba

011742-01Wil Heeffer was actief als tandarts en (hoofd)redacteur van tandheelkundige vakbladen. In 1997 raakte hij tijdens een conferentie in Havana gefascineerd door Cuba. Onlangs publiceerde hij de roman Cuba Koorts.

Tekst: Frank van Kolfschooten | Beeld: De Beeldredaktie/Kees Beekmans

“Je zoon moet tandheelkunde gaan studeren, want daar verdien je een goede boterham mee”, zei de natuurkundeleraar tegen de vader van Wil Heeffer (72). En aldus geschiedde begin jaren zestig, toen ouders nog een grote vinger in de pap hadden bij de studiekeuze van hun kinderen. Wil Heeffer belandde aan de toen nog zeer katholieke universiteit in Nijmegen, aan een faculteit waar je dokter moest zeggen tegen docenten. Het vak sprak hem aan, de sfeer stond hem tegen. “Het was elitair. Onze opleiders keken neer op ziekenfondstandheelkunde voor patiënten met lagere inkomens.”

Heeffer miste intellectuele uitdagingen in zijn studie en ging ook Nederlands doen in Tilburg, wat later uitliep op een studie filosofie. Na zijn afstuderen in 1969 begon hij in Goirle een eigen praktijk in een stacaravan en belandde in één klap midden in de gebitsproblematiek van ziekenfondspatiënten. De gebitten van zijn patiënten waren vaak al reddeloos verloren, als gevolg van ontbrekende mondverzorging. “Het was de tijd waarin mensen voor hun huwelijk alles lieten trekken en zich een kunstgebit lieten aanmeten, waarmee ze het de rest van hun leven moesten doen. Dat was gratis en wel zo makkelijk.”

‘In de loop der jaren heb ik preventie tot de hoeksteen van mijn praktijk gemaakt’

Heeffer was geschokt over de gebitten van kinderen die waren behandeld door de schooltandarts. Hij zag vullingen in tanden waarin normaal gesproken zelden gaatjes voorkomen, terwijl achter in de mond cariës de kiezen ruïneerde. “Die kinderen stuurde ik naar de directeur van de schooltandheelkunde met röntgenfoto’s erbij, met het verzoek ze pas door te verwijzen als ze gesaneerd waren. Het leidde bijna tot een tuchtrechtelijke aanklacht wegens oncollegiaal gedrag.” Heeffer raakte doordrongen van het belang van preventieve voorlichting. “Die kinderen poetsten niet en snoepten veel. In de loop der jaren heb ik preventie tot de hoeksteen van mijn praktijk gemaakt.”

Schrijven voor vakbladen

Om niet alleen maar met monden bezig te zijn, verdiepte Heeffer zich steeds meer in filosofie. Hij zou gaan promoveren in Rotterdam bij hoogleraar interculturele filosofie Heinz Kimmerle, maar door omstandigheden kwam het daar niet van. Wel leidde hun samenwerking later tot een aantal sociaal-filosofische publicaties, zoals het onlangs gepubliceerde Hoelang pikken we het nog, over de afbraak van het publieke domein.

In plaats van het schrijven van een proefschrift ging Heeffer voor tandheelkundige vakbladen schrijven. “Daardoor heb ik in de jaren tachtig en negentig de geweldige ontwikkelingen in de tandheelkunde op de voet kunnen volgen, van de overgang van amalgaam naar composietvullingen tot de opkomst van de microbiologie, parodontologie en implantologie.”

Heeffer bezocht daarvoor internationale beurzen en congressen over de hele wereld. Een daarvan vond in 1997 plaats op Cuba, in Havana. “Ik had dezelfde vooroordelen over Cuba als iedereen: een geïsoleerd communistisch bolwerk met dictator Fidel Castro – die afgelopen november overleed –, een land waar niets deugde.” Dat beeld veranderde snel toen hij tijdens het congres in contact kwam met kunstenaars en schrijvers, wat hem makkelijk afging omdat hij goed Spaans sprak. “Cuba heeft een praatcultuur en ik werd getroffen door de Cubaanse openheid en nieuwsgierigheid en de kameraadschappelijke omgang.”

‘Ik zie Cuba als een laboratorium voor de ontwikkeling van sociale rechtvaardigheid, gestoeld op solidariteit’

Heeffer keerde jaarlijks terug naar Cuba en leerde het land steeds beter begrijpen via een groeiend netwerk, onder meer met dissidente Cubanen. Belangrijk was ook zijn kennismaking met het denken van de negentiende-eeuwer José Martí, wiens filosofie ten grondslag ligt aan het revolutionaire project dat Fidel Castro in 1959 begon.

Laboratorium

Met zijn onlangs verschenen roman Cuba Koorts, over een Nederlandse arts die smoorverliefd wordt op een Cubaanse vrouw (niet autobiografisch!) hoopt Heeffer wat vooroordelen over Cuba weg te nemen. “Ik zie Cuba als een laboratorium voor de ontwikkeling van sociale rechtvaardigheid, gestoeld op solidariteit.” Hij roemt de Cubaanse opzet van de gezondheidszorg, die voor iedereen toegankelijk is op wijkniveau. “De huisarts staat daar centraal en weet precies wat er binnen families speelt. Men is daar veel meer gericht op preventie, op de vraag hoe je mensen gezond houdt. Daardoor is de kindersterfte op Cuba zeer laag en de levensverwachting hoog.”

Wat zou Edith Schippers kunnen opsteken van Cuba? “Weg met de marktwerking en het eigen risico en terug de wijken in met de gezondheidszorg. Als we niet oppassen, krijgen we weer de tweedeling in de samenleving die ik aantrof als beginnend tandarts.”