Ken jezelf

Elke loopbaanfase heeft zijn kansen en uitdagingen. Hoe blijf je gezond en gemotiveerd aan het werk? “Zorg ervoor dat je keuzes maakt die bij jou passen.”

Tekst: Anouk Brinkman | Beeld: Tamar Smit

“Je houdt regie over je eigen loopbaan als je weet wie je bent, wat je kunt en wat je wilt. Wanneer dat niet het geval is, liggen er problemen op de loer.” Loes van der Linden begeleidt vanuit VvAA grote en middelgrote zorginstellingen bij vraagstukken op het gebied van welzijn, persoonlijke ontwikkeling en teamontwikkeling. “De werkomstandigheden in de gezondheidszorg zijn feitelijk ongezond. Zorgprofessionals maken lange dagen, hebben emotioneel belastend werk en de werkdruk is hoog. Daar moet je je tegen wapenen door dicht bij jezelf te blijven, maar dat is lastig. Zorg ervoor dat je altijd loopbaankeuzes maakt die bij jou passen. Gaandeweg komt er steeds meer ruimte voor eigenheid, om jezelf te ontwikkelen en uit te vinden wat jouw bijdrage is aan een team.”

GRIP
Zelfcoachingstool GRIP van VvAA helpt om energiebronnen en stressfactoren op individueel vlak en in teamverband op te sporen, wat de effectiviteit en bezieling van zorgprofessionals versterkt. GRIP is praktisch ingestoken en wetenschappelijk opgebouwd volgens het Job Demands-Resources (JD-R) Model. vvaa.nl/grip
 Samen met de zeven Santeon-ziekenhuizen startte het Amsterdamse OLVG in 2013 het programma Duurzame inzetbaarheid medisch specialisten. Hierin hebben de zorginstellingen vastgelegd hoe zij medisch specialisten tijdens hun loopbaan begeleiden. Sükrü Genco is kinderarts in het OLVG en heeft als medisch staflid het thema duurzame inzetbaarheid in zijn portefeuille. “We vinden het belangrijk dat nieuwe medisch specialisten tijdens het eerste jaar goed landen. Daarom maken ze een ontwikkelplan en krijgen ze begeleiding van een mentor-collega. Na een jaar kunnen ze voor een coach kiezen, daartoe hebben we net zes intercollegiale coaches opgeleid die gedurende de hele loopbaan inzetbaar zijn.”

Taken overdragen

Om de jongere generatie meer te betrekken is IFMS (Individueel Functioneren Medisch Specialisten) voor medisch specialisten een ingang om te kijken welke taken van oudgedienden naar jonge collega’s kunnen, aldus Van der Linden. “Loslaten en afbouwen is best een ingewikkeld proces. Eerst werk je heel lang toe naar de top, dan bevind je je een tijdje boven op die top en daarna ga je afdalen. Dan wordt het belangrijk in het oog te houden wat je aan de praktijk kunt én wilt blijven bijdragen, kennisintensieve taken bijvoorbeeld, zoals het begeleiden van jongere collega’s. Maar ook moet je productie en diensten blijven draaien. Dat kan op latere leeftijd fysiek belastend worden en vaak is er nog een combinatie met mantelzorgtaken.”

Tegelijkertijd heeft de generatie dertigers soms moeite met diensten omdat zij jonge kinderen thuis hebben, benadrukt Van der Linden. “Het is daarom heel belangrijk dat de verschillende generaties met elkaar in gesprek gaan over het combineren van werk en leven. Iedereen moet een beetje water bij de wijn doen.”

Kinderarts Genco herkent de discussie over de verdeling van diensten. “Iedereen ziet het probleem, maar op het moment dat we afspraken willen concretiseren die invloed hebben op het inkomen of de werkbelasting, gaan de deuren dicht. Er is bijvoorbeeld gesproken over een gezamenlijk potje waarin een percentage van het honorariumbudget wordt gestort waardoor de drempel om minder diensten te draaien lager wordt. Maar de groep die het geen punt vindt om salaris in te leveren, zit daar niet op te wachten.”

Tijd om te sparren

Volgens Van der Linden is het belangrijk dat er ruimte en tijd is om met elkaar te sparren. “Stel elkaar en jezelf dagelijks reflecterende vragen als: hoe was de dag, wat ging goed, wat kan beter? Als je dat structureel doet, leer je jezelf en je team steeds beter kennen. Dit kan tot beter passende keuzes leiden.”

Genco merkt dat er in vakgroepen steeds meer openheid komt om met elkaar te praten. “Iedereen leest over de stijgende burn-out-percentages onder dokters. Dat zorgt voor gespreksstof. Toch blijkt het in individuele gevallen moeilijk om het initiatief te nemen. Het plichtsgevoel richting andere collega’s komt dan naar boven, we bijten liever door en huilen thuis uit dan dat we ons uitspreken. Het ligt er ook heel erg aan of je in een praatgrage vakgroep werkt. Ontwikkel daarom tools om moeilijke onderwerpen bespreekbaar te maken, zodat het een vast onderdeel wordt van het werk. Al zie ik ook dat we in een overgangsfase zitten. De jongere generatie gaat hier al heel anders mee om. Dat collega’s elkaar binnen IFMS feedback geven was tien, vijftien jaar geleden nog niet denkbaar.”

Loes van der Linden heeft een gouden tip voor iedereen die twijfelt of hij wel op de juiste plek zit. “Kies waarvoor je in de wieg bent gelegd en laat je begeleiden door een loopbaancoach als je nog niet weet wat dat is. De gezondheidszorg is een veel te heftige sector om in te werken als deze niet goed bij je past. Er staat je dan geheid een burn-out te wachten, je weet alleen nog niet wanneer.”

Ton Kuipers (63), anesthesioloog, Zorggroep Twente, getrouwd | dochter van 27

“In 2012 werd ik medisch manager van de operatieafdeling. Daarnaast heb ik me de afgelopen jaren verdiept in crew resource management en ben ik met wetenschappelijk onderzoek gestart. Met het afbouwen van mijn werk heb ik me niet beziggehouden. Wel ben ik inmiddels gestopt als medisch manager. De tijd die ik daardoor overhoud, heb ik ingeruild voor dingen die me boeien. Ik merk dat ik er behoefte aan heb om mijn tijd zelf in te vullen.

‘Ik heb behoefte om mijn tijd zelf in te vullen’

Het vak van anesthesioloog is door de jaren heen heel erg veranderd. Vroeger sliep ik tijdens een dienst gewoon thuis en kon ik meestal de hele nacht slapen. Nu slaap ik relatief weinig omdat ik een deel van de nacht druk bezig ben. Dat valt me op deze leeftijd zwaar, ik kan minder goed tegen gebroken nachten. Ik wil na mijn 65ste blijven werken, maar voor slechts 80 procent en de recuperatietijd na een nachtdienst verlengen van één naar twee dagen. Een jaar later wil ik afbouwen naar 60 procent. Of ik na mijn 67ste helemaal stop, weet ik nog niet. Als zzp’er verder handen en voeten geven aan crew resource management lijkt me leuk, maar waarnemen, dat ga ik niet meer doen.”

 

Tamara Aipassana (35), fellow interventiecardiologie, Radboudmc & Canisius Wilhelmina Ziekenhuis, getrouwd | twee zoons van 3 en 6

“Dokter worden voelt als een trein waar je op je achttiende instapt, terwijl je geen idee hebt waar je uiteindelijk belandt. Je komt al gauw terecht in een wedloop waarbij je telkens blij mag zijn als je ergens een plek krijgt. Nu ik vlak voor het afronden van mijn fellowship zit, bevind ik me in een bezinningsmoment waarop ik mezelf de vraag stel: wilde ik hier eigenlijk wel naartoe? Het specialisme cardiologie voelt kloppend, die keuze ontstond heel natuurlijk tijdens mijn co-schappen. Maar mensen coachen en opleiden spreekt me ook heel erg aan, daarom denk ik na over hoe ik die behoefte in mijn rol als arts kan vervullen. Over de balans tussen werk en privé praat ik best vaak met collega’s.

‘Ik heb nu een bezinningsmoment’

Ik wil graag met mijn gezin een half jaar met een camper door Europa reizen. Dadelijk zit ik in een maatschap en dan kan dat niet meer. Geld interesseert me weinig, ik verdien liever wat minder in ruil voor meer vrije tijd. Ik heb de keuze voor dit mooie vak gemaakt en de diensten horen daar zeker bij, maar ik merk ook dat eens per maand een weekenddienst en eens per week een piketdienst me begint op te breken doordat we vanwege mijn tijdelijke contract in Eindhoven zijn blijven wonen. Die afstand is te ver om op tijd in het ziekenhuis te zijn. Ik overnacht daarom in een bed and breakfast waar mijn man en kinderen in de weekenden meestal ook langskomen. Dan kunnen we toch tussendoor samen eten of iets leuks doen.”

Rogier Bokelman (47), fysiotherapeut, mede-eigenaar en docent, Orthopedisch-, Revalidatie- en Expertise Centrum OREC, alleenstaand | zoon en dochter van 14 en 17

“Het idee voor een eigen praktijk ontstond gaandeweg en werd concreet toen ik mijn jongere compagnon ontmoette. We deelden de behoefte om wetenschap toe te passen op de dagelijkse praktijk en nieuwe ontwikkelingen te stimuleren. Drie jaar geleden zijn we samen gestart als nieuwe compagnons bij de bestaande praktijk OREC. Inmiddels hebben we 22 mensen in dienst, inclusief een personeelsfunctionaris. Je kunt als eigenaar niet alle rollen op je nemen, het is fijn om een onafhankelijk persoon te hebben die op gelijke voet staat met de medewerkers. Binnen de praktijk geven we medewerkers veel ruimte voor creativiteit en om betrokken te zijn bij innovatieve ontwikkelingen. In het managementteam hebben we duidelijke afspraken over wie waarvoor verantwoordelijk is, rekening houdend met elkaars sterke punten.

‘Je kunt als eigenaar niet alle rollen op je nemen’

Ondernemer zijn kost veel tijd en energie, je moet creatief zijn om de balans tussen werk en privé goed te houden. Vooral de administratiedruk is heel hoog. Uit wetenschappelijk oogpunt moeten we data verzamelen, maar soms is het de vraag of we wel zinnige informatie registreren. Omdat we met een klein team zijn, is het belangrijk dat we goed kunnen samenwerken, daar letten we op als we iemand aannemen. Je wordt toch een beetje familie van elkaar.”