Medaillekandidaten

In de Nederlandse equipe voor de Olympische Spelen 2016 zitten ook sporters met een (para)medische achtergrond. Roeier Kaj Hendriks (geneeskunde), zwemmer Maarten Brzoskowski (fysiotherapie) en beachvolleyballer Madelein Meppelink (farmacie) dromen van goud in Rio de Janeiro. “Als je daar wint, weet je dat je iedereen hebt verslagen tijdens hun sterkste moment.”

Tekst: Richard Hassink

Toen Kaj Hendriks in 2006 met zijn studie geneeskunde begon, had hij er geen idee van dat hij zes jaar later voor Nederland vijfde zou worden op het olympische onderdeel vier-zonder-stuurman in Londen. Sterker nog, hij had toen nog geen meter geroeid. “Tot die tijd had ik veel gevolleybald en was ik eigenlijk op zoek naar een nieuwe uitdaging. Twee oude buurjongens van mij uit Wageningen waren gaan roeien bij het Utrechtse Triton en vertelden me dat hun roeivereniging op zoek was naar grote, sterke jongens.” Hendriks ging op een roeiapparaat bij Triton zitten en bleek er talent voor te hebben. Vanaf dat moment ging zijn sportcarrière als een speedboot.

Bij beachvolleybalster Madelein Meppelink verliep die carrière iets minder stormachtig. Als meisje van 8 begon zij in de zaal met volleybal en speelde zij zichzelf al snel in de kijker. “Op een gegeven moment vroeg een trainer me of beachvolleybal iets voor me zou zijn. Nadat ik dat had uitgeprobeerd, was ik eigenlijk meteen verkocht. Het mooie vind ik dat je maar met z’n tweeën bent waardoor je bij elke rally betrokken bent. Nadeel is dat je je niet kunt verschuilen als het even wat minder gaat, maar dat is ook wel weer goed, want dan word je gedwongen je daar overheen te knokken.”

Ook Maarten Brzoskowski begon jong met zijn sport. “Mijn oudere broer was lid van zwemvereniging Brabantse Dolfijnen in Best en als hij moest trainen, zat ik vaak langs de kant te kijken. Toen ben ik maar mee gaan trainen.” Ook Brzoskowski bleek getalenteerd, zelfs zo getalenteerd dat hij een jaar bij PSV – de beroemde zwemvereniging uit Eindhoven die toppers als Pieter van den Hoogenband, Inge de Bruijn en Ranomi Kromowidjojo heeft voort-gebracht – mocht komen trainen. “Klinkt misschien cliché, maar ik voel me echt vrij in het water. Ik vind het heerlijk om water te verplaatsen en om de strijd met anderen aan te gaan.”

Lees verder (pdf).

AA06-2016p024-026