Meer dan gezelligheid

Lid worden van studentenvereniging: ‘bouwen aan belangrijk netwerk’

Vernederende ontgroeningen of de weg naar een leuk studentenleven én een goede baan? Wat levert het lidmaatschap van een studentenvereniging op? Drie ervaren leden én een beleidsadviseur geven hun mening. “Dit maakt je studententijd mooier.”

Tekst: Luuk Talens | Beeld: Tamar Smit

Daar sta je dan tijdens de introductieweek. Met een biertje of wijntje in je hand kijk je wat om je heen. Je klit bij elkaar met de mensen die je toevallig al hebt gesproken, maar eigenlijk ken je niemand. Het is gezellig. Goeie muziek. Mooie mensen. Maar het is ook een beetje ongemakkelijk. En dan word je benaderd door iemand van een studentenvereniging. Of je lid wilt worden. Je twijfelt. Is zo’n vereniging niet een besloten elitair gezelschap? Word je dan niet wekenlang vernederd als ontgroening? Of is dit juist de weg naar een episch studentenleven? En is het wel verstandig naast je zware studie?

“Ik kende die verhalen uit de media natuurlijk ook, maar ik ben heel blij dat ik me heb ingeschreven”, kijkt Luuk Kraaijkamp (22) terug. De geboren Woerdenaar, inmiddels vice-praeses van Carolus Magnus in Nijmegen, kwam vier jaar geleden wat verloren aan in Nijmegen. “Ik ging daar geneeskunde studeren en maakte me wat zorgen. Ik kende de stad niet, ik kende geen mensen en had nog geen kamer. Ik ben best sociaal, maar ik vond het toch moeilijk om zomaar op mensen af te stappen. Pas toen ik met een groep van Carolus Magnus in gesprek raakte, voelde ik me op mijn plek. Iedereen was zó enthousiast en gezellig. Ik werd uitgenodigd in het dispuutshuis van Dispuut Elegast en dat klikte meteen. Zo had ik een kamer en een vriendengroep.”

Knikkende knieën

Ook Koen Spijkerboer (20), student technische geneeskunde in Enschede, en Aniek Vestjens (18), eerstejaars fysiotherapie in Heerlen, werden lid van een studentenvereniging, respectievelijk Audentis en Volupia. Ze prijzen de openheid van hun verenigingen en het gemak waarmee je aansluiting vindt binnen de groep. Maar toch, bij een lidmaatschap hoort meestal wel een ontgroening. En voor iedereen die zich de BNN-serie Feuten nog herinnert, zorgt dat voor knikkende knieën. “Ik was wel zenuwachtig”, bekent Luuk. “Maar ieder lid is er doorheen gekomen. Ik kan er niet te veel over zeggen, want dan weten nieuwelingen wat hen te wachten staat. Maar achteraf zie je de charme van die periode.”

Koen denkt er hetzelfde over. “Natuurlijk schrikken de verhalen uit de media wel af, maar ik was ook vrij nuchter: ik liet het maar gebeuren. Er was nog nooit iets fout gegaan en er zat strenge controle op. Ik moest mijn huisartsgegevens doorgeven, mijn allergieën, contactgegevens van thuis; het werd goed voorbereid. Ik kan over de ontgroening zelf niets vertellen, maar wel dat ik er achteraf heel hard om heb gelachen in de kroeg. En iedereen met wie je bent, heeft het meegemaakt. Dat smeedt een band.”

Op de kroeg

De studenten hebben het ‘feutschap’ makkelijk overleefd en mogen zich inmiddels volwaardige leden noemen. Maar wat betekent dat eigenlijk? Hoe ziet het leven binnen een vereniging eruit? De cultuur verschilt per vereniging. Bij Audentis kennen ze bijvoorbeeld de ‘mores’. “Allemaal bedoeld om het gezelliger te maken ‘op de kroeg’”, legt Koen uit. “Zo is er nooit muziek op de kroeg, zodat je met elkaar praat. Je komt als man in jasje-dasje, vrouwen ook met een jasje, en zonder sneakers. Een horloge is verboden, want gezelligheid kent geen tijd.” De mooiste regels gaan over zoenen en telefoongebruik. “Bij zoenen mag je met water bekogeld worden, een zichtbare mobiel gaat de spoelbak in.”

De vier Z’s: Zuipen, zooien, zingen en zoenen

Bij Volupia in Heerlen is de traditionele identiteit wat minder sterk. Fysiotherapiestudent Aniek: “Het is wat losser en ongedwongener, we hebben ook geen ontgroening. We zijn wel erg actief. Voor de drankjes en dansjes moet je bij Volupia zijn.” De vereniging kent vier pijlers: zuipen, zooien, zingen en zoenen. “Die vier Z’s komen steeds terug, ja”, gniffelt Aniek. “Maar we organiseren ook regelmatig feesten, kroegentochten, de Biero di Volupia (naar Giro d’Italia, bier drinken met stijgende alcoholpercentages) en elk jaar de Dolle Dames Donderdag. Daarbij verkleden mannen zich als vrouwen en andersom, inclusief verkiezing van mooiste ‘man’ en ‘vrouw’. Het is gewoon supergezellig.”

Verantwoordelijkheid

Luuk en Koen zijn inmiddels zeer betrokken binnen hun verenigingen. De geneeskundestudent als vice-praeses, de student technische geneeskunde als commissielid voor de Kick-Inweek (introductieweek). Aniek wil volgend jaar bij de barcommissie. Een vereniging is allereerst gezellig, maar kan ook ontzettend leerzaam zijn, daar zijn ze het alle drie over eens.

Luuk: “Als vice-praeses beheer ik de financiën, leid ik vergaderingen met sponsoren, de universiteit, dispuutsvoorzitters en onderhandel ik over contracten. Het is een professionele organisatie, waarin ik ontzettend veel ervaring opdoe. Ik ben communicatief sterker geworden, heb geleerd om écht samen te werken, inclusief de kritiek die daarbij hoort, en weet nu wat het is om een zware verantwoordelijkheid te dragen. Dit bestuursjaar heeft me veel gebracht.” Zijn studie heeft hij een jaar stopgezet. “Ik ben in afwachting van mijn co-schappen. Dit bestuursjaar is een waardevolle opvulling van dit jaar.”

‘Ik leer in deze periode dingen die mijn opleiding me niet kan bieden’

Koen stopte een paar maanden voor het commissiewerk. “Ik leer in deze periode dingen die mijn opleiding me niet kan bieden. Ik haal sponsors binnen, regel vergunningaanvragen, stap bij grote bedrijven binnen en maak ook fouten. Ik ontwikkel me enorm. Het commissiewerk heeft mijn ambitie geprikkeld om later een leidinggevende functie te krijgen. En de komende jaren hoop ik ook een bestuurlijke functie te kunnen bekleden.”

De studenten zijn van mening dat het verenigingsleven je studie niet in de weg hoeft te staan. Aniek slaat soms een avondje over. “Ik kan elke avond naar de kroeg, maar mijn studie is zwaar genoeg. Gelukkig ben ik goed in plannen.” Koen slaat wat minder over. “Maar we slepen elkaar er wel doorheen. Ik heb veel studiegenoten bij de vereniging. Al hebben we veel te lang in de kroeg gehangen, de volgende ochtend sleuren we elkaar mee naar de colleges.”

De studenten zien hun verenigingswerk als leerzaam en zelfs als een aanvulling op hun studie. Maar hoe denken professionals daarover? Sophie Querido, beleidsadviseur bij artsenfederatie KNMG is helder: “Ik zou zeker aanraden lid te worden van een studentenvereniging.” Volgens haar is het waardevolle bagage voor je professionele carrière. “Je leert samenwerken en ontwikkelt competenties die tijdens je studie niet zo snel aan bod komen, zoals het plannen en organiseren van evenementen of het lobbyen bij een bestuur. Ook leer je organisaties vanuit een ander perspectief kennen, bijvoorbeeld omdat je ergens op bezoek komt om als commissaris extern sponsoring te regelen.”

Querido ziet nog meer voordelen. “Je bouwt aan een belangrijk netwerk. Bij thema- of carrièreavonden spreek je wellicht iemand voor een latere werkplek of leer je organisaties kennen waar je graag wilt werken. Bovendien zorgt het gewoon voor heel veel ontspanning. Dat is minstens zo belangrijk.”

Vrienden voor het leven

Sta je dus in de introweek met je drankje in je hand en word je aangesproken door een verenigingslid: volgens deze studenten zijn studentenverenigingen verre van losgeslagen, elitaire clubs. “Ze kunnen een goede leerschool zijn en staan goed op je cv. Maar word alsjeblieft geen lid voor je cv”, zegt Koen. “Het klinkt heel erg cliché, maar ik meen het: doe het voor de vriendschappen. Ik heb hier vrienden voor het leven gemaakt. Door alle feesten, dispuut- en jaarclubavonden leer je mensen zo goed kennen. Je bespreekt alles wat je bezighoudt en je maakt de mooiste dingen mee.” Luuk beaamt dit. “Zeker binnen een dispuut, een kleine groep binnen een vereniging, ontstaat een hechte band. Dat maakt je studietijd gewoon mooier.”

handig om te weten

  • Als eerstejaars kun je lid worden van een studentenvereniging, maar ook van een studievereniging. Grootste verschillen? Leden van een studievereniging volgen dezelfde studie en de activiteiten staan doorgaans in het teken van de studie. Bij een studentenvereniging maakt het niet uit wat je studeert. En daar draait het vooral om plezier en gezelligheid.
  • Al is het lidmaatschap bij een studentenvereniging niet geheel vrijblijvend, echte verplichtingen zijn er niet. Wel verwachten veel verenigingen bijvoorbeeld van eerstejaars dat ze een aantal bardiensten draaien bij de sociëteit.
  • De contributiekosten verschillen per studentenvereniging, maar liggen gemiddeld tussen de 90 en
    160 euro per jaar. Bij sommige verenigingen, zoals bij Carolus Magnus, bouwt dat bedrag af naar 50 euro voor vierde- en vijfdejaars, omdat je als ouderejaars verhoudingsgewijs minder tijd hebt voor verenigingsactiviteiten.