Meer effectieve preventie in de mondzorg

James Huddleston Slater sr. voerde een sterk op preventie gerichte praktijk in Bunnik en tot 2012 in Utrecht. Vanaf 1985 tot 2016 werkte hij als tandheelkundig adviseur bij IZA (Instituut Zorgverzekeringen voor Ambtenaren)en DGVP (Dienst Geneeskundige Verzorging Politie), thans VGZ en CZ. Na zijn pensionering zet hij zich actief in om op scholen en verzorgingstehuizen voorlichting te geven over de mondzorg met de nadruk op preventie.

 

‘Leefstijl als medicijn voor ziek en zwaar Nederland’, aldus een bericht in de NRC-Handelsblad van 23 april 2017. Bijna de helft van de volwassenen heeft overgewicht en ruim vijf miljoen Nederlanders hebben een of meer chronische aandoeningen. Een aantal ziekten zoals diabetes type 2, obesitas en maag-lever-darmaandoeningen hangen samen met leefstijl.

Maar leefstijl is te veranderen. Een sprekend voorbeeld in het bovengenoemde NRC – bericht is de diabetes-type-2-patiënt die door leefstijlaanpassingen kon stoppen met de insuline die hij al jarenlang spoot. Als we andere keuzen maken als individu, als samenleving en als gezondheidszorg, zouden veel gedragsgerelateerde ziekten kunnen worden beperkt.

Het is een harde conclusie: de mondgezondheidszorg faalt in de preventie

Dat geldt evenzeer voor cariës en parodontitis, de twee meest voorkomende mondziekten die voor een groot deel gedragsgerelateerd zijn. Het is bekend dat met goed tandenpoetsen en niet meer dan 7 zoetmomenten per dag bijna alle cariës en parodontitis kan worden verminderd en zelfs voorkomen. Anno 2017 wordt meer dan 70 procent van de 3 miljard die de mondzorg jaarlijks kost besteed aan behandelingen van schade veroorzaakt door juist die twee mondziekten. Het is een harde conclusie: de mondgezondheidszorg faalt in de preventie.

In de huidige wijze waarop een patiënt wordt aangesproken om zijn leefstijl aan te passen voor een betere mondgezondheid moet een omslag komen. Voorlichting en instructie alleen volstaan niet.  Effectieve communicatie wordt nu aanbevolen om gedragsverandering bij patiënten tot stand te brengen. Maar die vorm van communicatie zie je nauwelijks in de opleiding en nascholing van tandartsen en mondhygiënisten. Ook het huidige betalingssysteem is niet bepaald stimulerend om effectieve communicatie in te voeren.

Het goede nieuws is dat er een aantal praktijken zijn – de zogeheten ‘Gewoon Gaaf’ – praktijken, waar de communicatie met patiënten wel wordt geoptimaliseerd. Het Ivoren Kruis speelt daarin een belangrijke begeleidende rol door evaluatie en communicatiecursussen aan te bieden. Uit de literatuur is gebleken dat die benadering bijdraagt aan gedragsveranderingen en een gezondere mond. De ‘Gewoon Gaaf’- praktijken verdienen veel meer aandacht. In samenwerking tussen het Ivoren kruis, de beroepsorganisaties en de verzekering zou het verrichtingengedrag van de zorgverlener en de mondgezondheid van patiënten in die praktijken geëvalueerd moeten worden. Bij positieve resultaten heeft de mondgezondheidszorg een ijkpunt voor de noodzakelijke omslag.