Mijn auto – Donkervoort

Het is een naam die het hart van menig sportautoliefhebber sneller doet kloppen: Donkervoort. 

Tekst: Monique Bowman Beeld: De Beeldredaktie/Diederik van der Laan

Fysiotherapeut/osteopaat Eric Calsbeek (47) denkt het dan ook te treffen wanneer hij eind jaren negentig voor het eerst bij zijn schoonfamilie over de vloer komt en daar een D8 Zetec van het illustere Nederlandse merk in de garage ontwaart.

Maar helaas, twintig jaar lang is er geen haar op schoonvaders hoofd die eraan denkt Eric te laten rijden in het vederlichte, handgebouwde raspaardje. Zélfs wanneer hij besluit afscheid te nemen van zijn sportauto, houdt hij voet bij stuk: hij verkoopt de Donkervoort liever aan een vreemde. “Hij zei dat hij mijn dood niet op zijn geweten wilde hebben.” 

‘Ik was met vlag en wimpel geslaagd’

Pas na een ‘rijtest’ op een industrieterrein durft schoonvader het stuur van de polderbolide aan Eric over te dragen. “Ik was met vlag en wimpel geslaagd.” En zo blijft de Donkervoort in de familie en is het nu schoonzoon die op mooie dagen (“met regen ga je hiermee echt de weg niet op, veel te gevaarlijk”) zijn hoofd heerlijk leeg kan rijden. “Deze auto besturen heeft veel weg van motorrijden. Je voelt je één met de machine, je vergeet alles om je heen doordat je je, vanwege die ongelofelijke snelheid en wendbaarheid, echt op elke meter moet concentreren.” En schoonvader? “Zijn reactievermogen is nog goed, dus heel af en toe mag hij er ook nog in rijden.”