Noordoost-Twente

Kraakheldere bronnen, bosrijke landgoederen en glooiende heuvels met adembenemende panorama’s tot ver in Duitsland. In de omgeving van het eeuwenoude stadje Ootmarsum kunnen wandelliefhebbers én trailrunners hun hart ophalen.

 Tekst: Miranda Nolten

Pittoreske straatjes met knusse winkels en tal van galerieën, de statige Simon en Judaskerk met zijn klokkentoren, patriciërswoning het Cremershuis met zijn gevel van Bentheimer zandsteen: op het kunststadje Ootmarsum zijn we in Noordoost-Twente maar wat trots. ‘Oatmössche’ ontving rond 1300 stadsrechten en zeg dan ook nooit tegen een Ootmarsummer ‘wat een prachtig dorpje’. Dan hej’t ja kats verdrett’n – dan heb je het verpest, zou Herman Finkers zeggen.

Als rasechte Tukker, dorpsgenoot van Finkers en toeristisch columnist, wandel ik graag door mijn geboortestreek. Vaak begin ik mijn wandelingen net buiten Ootmarsum, op de Kuiperberg. In het saalien, de voorlaatste ijstijd, 200.000 jaar geleden, sleten gletsjers een diep dal uit en duwden grondlagen zijwaarts op tot stuwwallen; de Kuiperberg is er een van. 

Bovenop de berg staan een kunstzinnige muur met een archeologische tijdlijn en een bijzonder monument – een glazen boek – ter herinnering aan de uit Enschede afkomstige dichter en schrijver Willem Wilmink; het zijn pareltjes die kunst en cultuur in Twente op een bijzondere wijze met elkaar verbinden.

Mijlenver wegkijken 

Het overweldigende uitzicht op 71 meter hoogte – over glooiende weilanden met eikenhouten ‘glinten’ (paaltjes) en grazende roodbonte koeien – raakt me altijd weer. Het zicht reikt mijlenver, van het op 12 kilometer verderop gelegen theekoepeltje van de Tankenberg (met 85 meter het hoogste punt van Overijssel) en de kerktorens van Oldenzaal en Rossum, tot het 30 kilometer verderop gelegen kasteel in het Bentheimer Wald. 

Vanwege deze vergezichten over grote delen van Twente is de Kuiperberg een geliefd startpunt voor wandelingen of fietstochten. De oranje pijltjes volgend, wandel ik vandaag een route van ongeveer 10 kilometer, via het buurtschap Nutter, richting natuurgebied het Spingendal. 

Hier mot he komm’n, hoor ik in de verte. Een groep mannen in trainingspak is aan het kloatscheeten. In Twente heeft ieder dorp een klootschietersbaan. Het is de bedoeling dat men zo ver mogelijk werpt met de kloot: een met lood verzwaarde kogel. Na een flinke aanloop zwaait men met de arm waarin de kloot wordt vastgehouden en dan met een speciaal hupje, het lijkt wel de hink-stap-sprong, wordt de kloot losgelaten. Het blijft machtig mooi dit spel te aanschouwen.

Bronnen en beken doorkruizen het coulisselandschap van het Springendal. Wasserij Stomerij Springendal maakt al 130 jaar gebruik van het schone bronwater van de Springendalse Beek. In 2016 brachten koning Willem-Alexander en koningin Maxima zelfs een bezoekje aan deze bijzondere plek. Het water van de bronnen is kraakhelder en in juni bloeien de veldorchideeën volop.

Mijn wandelroute voert deels over vlonderpaden. Soms heb ik geluk en zie ik een ijsvogel, te herkennen aan zijn diepblauwe kleuren en lange snavel. Het is een idyllisch gebied dat rust uitstraalt. Sinds kort heb ik nog een andere favoriet. Wanneer ik in de stemming ben voor het ‘grovere werk’, ga ik trailrunnen: lekker rennen door de bossen over onverharde paden. Dan zet ik koers richting de nieuwe Tramroute. Deze route, die voert door het 87 hectare

rote, bij Oldenzaal gelegen natuurgebied Roderveld met zijn bos, heide en vennetjes, wordt veelvuldig gebruikt door wandelaars, hardlopers en mountainbikers. Bang voor vieze hardloopschoenen ben ik niet, ze zijn hier al van stralend wit naar donkergrijs gegaan. Het is op dit 15 kilometer lange traject lekker banjeren tussen weilanden, door houten klaphekjes, via houten bruggetjes over smalle slootjes, langs vennetjes en kikkerpoelen. En zelfs midden door een maisveld, waar bij de in- en uitgang een 5 meter hoge paal staat. Handig om te voorkomen dat men hier verdwaalt wanneer het mais hoog staat. ‘Ki-wiét, ki-wiét’, roept de kieviet, met zijn stoere kuif. Het lijken net toeschouwers die voor me joelen en klappen langs de route.

Op diverse plekken langs de Tramroute bevinden zich nog stukjes rails met een wagon. Tramhalte Volthe valt er te lezen op een bord met historische foto’s van de tram die meer dan 100 jaar geleden op exact die plek liep. 
Het laatste deel voert over landgoed Singraven, een gebied met 500 hectare aaneengesloten natuur met afwisselend bossen, het slingerende riviertje De Dinkel met zijn watermolen en veel wandel- en fietspaadjes.

“Ik let altijd goed op en weet precies wanneer ik waar moet zijn om hier reeën te zien laveien. Ze hebben een vast ritme”, vertelt hobbyfotograaf en natuurliefhebber Rudi Nijmeijer me enthousiast. Op zijn aanraden zorg ik dat ik ’s morgens vroeg inhet Borgbos van landgoed Singraven sta. En warempel, het duurt maar even of een roedel reeën verschijnt voor mijn camera. Mijn dag kan niet meer stuk. 

Tot Noordoost-Twente behoren de gemeenten Dinkelland, Losser en Tubbergen en de stad Oldenzaal. De Trambaanroute is te downloaden via visittwente.nl. Hier zijn, net als op de site ootmarsum-dinkelland.nl, meer fiets- en wandelroutes te vinden en tips op het gebied van bezienswaardigheden en overnachten, ook voor gezinnen met (jonge) kinderen. Voor een vierdaagse(privé)wandelvakantie door deze streek, zie snp.nl.
Tip van de auteur: op veel plekken in Twente zijn rustpunten en boerderijwinkeltjes te vinden waar op basis van ‘goed vertrouwen’ (zelfbediening) eieren, melk of andere boerenproducten gekocht kunnen worden. Of een kop koffie gedronken kan worden met zelfgebakken cake van appels uit eigen boomgaard. Truus Wijnen, de ‘wandelkoningin’ van Twente, heeft in een aantal boekjes prachtige wandelingen beschreven langs dit soort leuke stekjes. Zie ook: overwandelengesproken.blogspot.com.