One Health in de regio

Onder de vlag van de ZLTO, de Zuidelijke Land- en Tuinbouw-organisatie, vormen huisartsen en dierenartsen uit de Noord-Brabantse gemeente Hilvarenbeek een netwerkgroep. De groep bezoekt onder meer boerenbedrijven in de regio. “Zoönosen komen vaker voor dan wij huisartsen dachten.”

Tekst: Martijn Reinink | Beeld: Tamar Smit

Astrid Plasschaert, huisarts in Hilvarenbeek, ontmoette ZLTO-medewerker Jos Peerlings ruim twee jaar geleden in haar spreekkamer.“We kregen het over zijn werk”, weet Plasschaert nog. “Jos vroeg of ik de dierenartsen en de veehouders hier in de buurt kende. Nee, eigenlijk niet, moest ik bekennen. Terwijl het belang daarvan mij wel bekend is. Samen met mijn vader, die dierenarts is geweest, heb ik een nascholing over zoönosen gevolgd.”

De Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie (ZLTO) behartigt de belangen van zo’n 15.000 boeren en tuinders in Zeeland, Noord-Brabant en Zuid-Gelderland. “Het is in het belang van onze leden-veehouders dat huisartsen en dierenartsen korte lijnen hebben en kennis uitwisselen”, stelt Jos Peerlings. “Belangrijkste reden zijn zoönosen, ziekten die van dier op mens worden overgedragen, zoals salmonella bij rundvee, vogelgriep bij pluimvee en Q-koorts bij geiten. Maar vergeet ook de problemen rond MRSA niet; die kunnen tijdens een ziekenhuisopname voor veel problemen zorgen.

Belang inzien

Met het belang van de leden op het netvlies belde Peerlings huisarts Plasschaert een paar maanden na hun gesprek op. Plasschaert: “Jos stelde voor een keer samen te komen, met een veearts en een veehouder erbij, om te kijken hoe we nader tot elkaar konden komen in onze gemeente.” Chrys Charpentier, varkensdierenarts van Dierenartsen Midden Brabant (DAMB), is de veterinaire arts die werd uitgenodigd. Hij zei meteen ja. “De afgelopen decennia zijn huisartsen en dierenartsen uit elkaar gegroeid”, is Charpentier van mening. “Beide partijen hebben oogkleppen op. Bij ons was bijvoorbeeld allang bekend dat Q-koorts voorkwam in Nederland, maar in de humane geneeskunde werd het gezien als ‘iets voor de dierenartsen’. Die oogkleppen moeten af.”

Lees verder (pdf).

AA06-2016p016-018