Overheid versobert kindregelingen

Van tien naar vier. Per 1 januari 2015 is het aantal kindregelingen sterk teruggedrongen. Sommige regelingen zijn verdwenen en andere zijn ondergebracht bij de vier overgebleven regelingen: kinderbijslag, kindgebonden budget, kinderopvangtoeslag en inkomensafhankelijke combinatiekorting.

Tekst: Richard Hassink | Beeld: Shutterstock

De hervorming van de kindregelingen komt voort uit het regeerakkoord dat VVD en PvdA eind 2012 overeenkwamen. In juni 2014 nam de Eerste Kamer de Wet hervorming kindregelingen (WHK) aan en sinds 1 januari 2015 is de wet van kracht. Het kabinet Rutte II wil met deze hervorming het stelsel van kindregelingen vereenvoudigen en tegelijkertijd een bezuiniging door-voeren; het nieuwe stelsel zou jaarlijks 500 miljoen euro besparing opleveren.

“Deze hervorming ligt in de lijn van de algemene trend dat de overheid verder terugtreedt en bezuinigt”, zegt Joan Versluijs, manager Financiële Planning & Fiscaal Advies bij VvAA. Volgens Versluijs heeft het kabinet ook prikkels ingebouwd die de arbeidsparticipatie moeten stimuleren. Zo gaan alleenstaanden met een uitkering erop achteruit, doordat de alleenstaande oudertoeslag voor mensen in de bijstand verdwijnt. Tegelijkertijd krijgen alleenstaande werkende ouders die het minimumloon verdienen, een voordeeltje. Voor hen wordt het bedrag aan kindgebonden budget verhoogd met maximaal € 3050,- per jaar.

Naast uitkeringsgerechtigden krijgen ook alimentatieplichtigen die een kinder-alimentatie van ten minste Ä 416,- per kwartaal per kind betalen, te maken met een negatief effect. Zij hebben vanaf nu geen fiscaal voordeel meer, omdat de forfaitaire aftrek levensonderhoud voor kinderen is geschrapt. Dit betekent ook dat de draagkrachtruimte voor de partneralimentatie wijzigt. Versluijs: “Voor mensen bij wie er in de afgelopen periode meer wijzigingen zijn geweest, is het verstandig om te laten berekenen of een aanpassing in het te betalen bedrag aan partneralimentatie passend is.”

Ook co-ouders die geen kinderbijslag en geen kindgebonden budget ontvangen, kunnen niet meer van de forfaitaire aftrek levensonderhoud voor kinderen gebruikmaken. “Bij de komende belastingaangifte, over 2014, kunnen mensen die daarvoor in aanmerking komen voor de allerlaatste keer profiteren van deze fiscale aftrek”, tipt Versluijs.

Verandert de hoogte van de kinderbijslag?
Nee, en dat is geen goed nieuws, want evenals in 2014 is in 2015 de hoogte van de kinderbijslag niet aangepast aan de prijsindex (inflatie). Pas in 2016 gebeurt dat weer. Maar er is ook positief nieuws. Aanvankelijk wilde het kabinet de hoogte van de kinderbijslag voor de hogere leeftijdsgroepen (vanaf 6 jaar) verlagen naar die van de laagste leeftijdsgroep (kinderen tot 6 jaar), maar dat plan is van de baan. De kinderbijslag blijft trouwens ook inkomensonafhankelijk. De actuele bedragen zijn:

  • € 191,65 (0 t/m 5 jaar)
  • € 232,71 (6 t/m 12 jaar)
  • € 273,78 (12 t/m 17 jaar).

Welke regelingen verdwijnen?
De ouderschapsverlofkorting is afgeschaft omdat die als financiële prikkel niet echt werkte. Het kabinet verwacht dat ouders ook zonder die korting wel ouderschapsverlof opnemen. Naast de aftrek levensonderhoud voor kinderen is ook de tegemoetkoming ouders met thuiswonende gehandicapte kinderen verdwenen. In plaats hiervan krijgen ouders met thuiswonende gehandicapte kinderen dubbele kinderbijslag (net als ouders met uitwonende gehandicapte kinderen). De alleenstaande-ouderkorting en de aanvulling op het inkomen voor alleenstaande ouders worden afgeschaft en gecompenseerd met een extra tegemoetkoming in het kindgebonden budget. Zo wil de regering alle alleenstaande ouders op dezelfde manier ondersteunen. Tot slot is de tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en schoolkosten gecompenseerd door een verhoging van het kindgebonden budget voor kinderen van 16 en 17 jaar.

Welke regelingen blijven bestaan?
Net als bij de kinderbijslag verandert er niets aan de kinderopvangtoeslag (bijdrage in de kosten van kinderopvang) en de inkomensafhankelijke combinatiekorting (korting op de inkomstenbelasting en premie zorgverzekering). Het kindgebonden budget blijft ook bestaan, maar daar verandert wel het nodige aan.

Wat verandert er precies aan het kindgebonden budget?
Het kindgebonden budget is een extra maandelijkse tegemoetkoming van de overheid voor ouders met kinderen onder de 18 jaar. De bedragen voor het (inkomensafhankelijke) kindgebonden budget voor de eerste twee kinderen zijn per 1 januari 2015 verhoogd, zodat ze allebei op maximaal € 1046,- uitkomen. Voor het eerste kind is er € 29,- bij gekomen, voor het tweede kind € 510,-. De inkomensgrens waarbij ouders in aanmerking komen voor het volledige bedrag is omlaag gegaan. Minder mensen komen er nu dus voor in aanmerking. De inkomensgrens ligt op € 19.767,-, evenals bij de zorgtoeslag. Wie meer dan dat bedrag verdient, krijgt minder dan € 1046,- euro per kind.

Op t.belastingdienst.nl/rekenhulpen/toeslagen/ kunt u uitrekenen op welk bedrag u recht heeft. Ouders met kinderen tussen 12 en 15 jaar krijgen vanaf 1 augustus 2015 een extraatje van € 175,- en voor kinderen van 16 en 17 krijgen ouders er € 291,- bij. De gedachte daarachter is dat kinderen die naar het voortgezet onderwijs gaan meer geld kosten.

Zoals al eerder gezegd krijgen alleenstaande ouders een extra tegemoetkoming in het kindgebonden budget. Maar niet iedereen profiteert hiervan, omdat ook deze tegemoetkoming inkomensafhankelijk is.

Waar vind ik meer informatie over alle veranderingen?
Op kindregeling.nl kunt u de regelingen aanvinken waarvan u gebruikmaakt. U krijgt dan alleen de veranderingen te zien die voor u van toepassing zijn.