Rolf Wagenaar (1935-2021)

Op 31 oktober vorig jaar overleed op 86-jarige leeftijd (sport)fysiotherapeut Rolf Wagenaar. Hij heeft een grote rol gehad in de sport in Nederland en in de ontwikkeling van zijn vakgebied.

Tekst: Wout de Bruijne | Beeld: privé

Zijn jeugd bracht Rolf Wagenaar beurtelings door in Amsterdam, Marken en weer in Amsterdam, waar vader zijn huisarts was. Na de middelbare school volgde Rolf de opleiding tot heilgymnast/masseur. Het vak fysiotherapie bestond nog niet. Toen Wagenaar zich met zijn vrouw Elisabeth in 1961 in Amersfoort vestigde, inmiddels als fysiotherapeut en manueel therapeut, werd de keuze voor die stad mede ingegeven door de goede mogelijkheden om er topwaterpolo te beoefenen. Die sport speelde namelijk een grote rol in zijn leven. In de jaren vijftig was Rolf Wagenaar doelman in de Nationale waterpoloselectie; daarna trainde en coachte hij dertien jaar lang het eerste mannenteam van de Amersfoortse Zwem en Polo Club (AZ&PC). Met hen won Wagenaar nationale kampioenschappen en kende hij diverse Europese successen. Ook bij de Koninklijke Nederlands Zwembond (KNZB) verzorgde hij trainingen en was hij jaren de fysiotherapeut van de waterpolomannen van Oranje.

Buiten het waterpolo was Wagenaar sterk betrokken bij de sportgezondheidszorg in het algemeen in Nederland. Hij had zich gespecialiseerd tot sportfysiotherapeut en was achtereenvolgend initiator, medeoprichter, voorzitter (van 1991 tot 1994) en erelid van de Nederlandse Vereniging voor Fysiotherapie in de Sportgezondheidszorg (NVFS). Tevens was hij lid van de Medische Begeleidingscommissie van NOC*NSF en vicevoorzitter van het landelijk bestuur van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF).

‘Waterpolo speelde een grote rol in zijn leven’

Wagenaar heeft zich sterk gemaakt om het beroep van fysiotherapeut een volwaardig aanzien te geven. Hij was een veerkrachtig onderhandelaar en netwerker en als bemiddelaar een effectief diplomaat. Voor zijn verdiensten werd hij in 2011 benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. “Hij was zeer gedreven om zijn beroepsgroep vooruit te brengen. Zo zocht hij in zijn eigen praktijk bijvoorbeeld naar verscheidenheid”, zegt weduwe Elisabeth. “Hij stimuleerde dat zijn elf medewerkers zich in verschillende specialiteiten bekwaamden; onder andere kinder-, bekkenbodem- en manueel therapeut. Betrokkenheid bij sport en zijn vakgebied was voor Rolf dé grote drijfveer achter alles wat hij deed, daarvoor zette hij veel opzij, ook thuis. We waren daar als gezin op ingesteld, begrepen dat, onze beide zonen speelden zelf op topniveau waterpolo bij het nationale team.” 

Wagenaar werkte tot zijn tachtigste nog enthousiast drie dagen per week. Zo’n twee jaar nadat hij definitief was gestopt ging zijn gezondheid achteruit tot hij op zijn ziekbed belandde. Zijn vrouw kon samen met verpleegkundigen voorkomen dat hij naar een door hem absoluut ongewenste verpleeginrichting hoefde. 

Na zijn overlijden volgden tal van kaarten, brieven en andere steunbetuigingen met termen als ‘luisterend oor, oprecht geïnteresseerd, vrolijk, betrokken, loyaal, fijne collega’. Rolf Wagenaar kortom, was zeer geliefd en wordt gemist.