Schmitz versus Snijders juli 2022

Hij is chirurg en opleider, zij is net klaar met haar opleiding tot chirurg. In een duocolumn bespreken Roderick Schmitz en Heleen Snijders relevante zorgthema’s, tegenstellingen én taboes.

Hallo Heleen,

Het was weer ouderwets gezellig! Na twee jaar COVID-pauze waren ze er weer: de traditionele chirurgendagen met een mooi programma van de moedervereniging voor ongeveer 1200 chirurgen en assistenten met dit jaar verbinding als thema. En eerlijk gezegd: aan verbinden was ik ook wel toe. Ik merkte dat ik niet de enige was. De stevige saus van academische hoogstandjes voor lief nemend – immers, de gemiddelde perifere chirurg levert zorg in de breedte en niet in de diepte – heerste er weer een uitgelaten stemming en nu in het mooie Haagse World Forum.

Toch was het voor mij dit jaar anders dan de vele chirurgendagen die ik in het verleden heb mogen bezoeken. Nog afgezien van de opmerking dat wij als een setje werden gezien, heb ik van meerdere tijdgenoten de vraag gekregen waarom ik mij door jou zo de les laat lezen in deze column. Die had ik even niet zien aankomen, hoewel ik mij nu realiseer dat jij mij al eerder voor deze naïviteit had gewaarschuwd. Maar op inhoud begrijp ik het ook niet goed. In onze snel veranderende maatschappij is een open discussie over onze intergenerationele verschillen noodzakelijk. Dat is echt wat anders dan mij door jou laten afzeiken.

Jeetje Roderick,

Je maakt het me wel moeilijk zeg, met al die schoten voor de boeg. Waar zal ik nou op reageren? Op het feit dat jouw babyboomgeneratiegenoten het ingewikkeld vinden dat jij wel probeert te begrijpen wat er belangrijk is voor mij en mijn medemillennials? Een generatie die de komende dertig uitdagende jaren – mits gegund in de huidige banenmarktproblematiek –  het chirurgische vak moet gaan uitoefenen.

Of moet ik me verbazen over dat jij deze reacties niet hebt zien aankomen? Wellicht toch omdat jij als zevenvinker (volgens Joris Luyendijk: man, wit, hetero, ten minste één hoogopgeleide, in Nederland geboren ouder, met vwo- en universiteitsdiploma) niet eerder met dergelijk hoongelach bent geconfronteerd, tot het moment dat je met mij (zesvinker) een duocolumn begon te schrijven.

Of maak ik me druk over of de vraag of wij ‘een setje zijn’ ook gesteld zou zijn als ik een man was geweest? En wat deze vraag dan vervolgens over die tijdgenoten van jou zegt?

Of moet ik schrijven over de jeuk die ik inmiddels krijg door containerbegrippen als verbinding, in het zelfde rijtje als leiderschap, veerkracht, empowerment of duurzame inzetbaarheid? Termen waardoor geen mens meer echt begrijpt waar het over zou moeten gaan.

Inderdaad, Roderick, het was echt weer ouderwets gezellig.