Slaappil

Bedwelmd door een slaappil stapte huisarts Carl Giesberts zomaar op een gewapende patiënt af. Jaren later ligt hij er nog weleens wakker van, maar een pil neemt hij niet snel meer.   

Tekst: Carl Giesbert | Beeld: Marcel Leuning

 

Onze baby heeft ons de voorgaande weken wakker gehouden. Toe aan een nachtje doorslapen, ga ik vroeg naar bed met een slaappil. Een collega neemt vannacht waar. Maar ’s nachts belt hij over een van mijn patiënten. De politie heeft gebeld dat betrokkene verward is en gevaarlijk voor vrouw en kind. Hij heeft met zijn pistool al een ‘waarschuwingsschot’ gelost. Mijn collega vindt dat ik dit ‘varkentje’ zelf moet wassen, ‘hier is waarneming niet voor bedoeld’.

Bij het huis word ik, nog slaperig, verwelkomd door de politie, die nog niet naar binnen is gegaan. Ik doe dat, blijkbaar nog flink bedwelmd, ‘onverschrokken’ wél. De man staat in een hoek van de zitkamer. Mij ziende roept hij: ‘ik moet jou niet, ik wil je vader spreken’, en hij schiet twee kogels over mijn hoofd heen in het plafond. De Hermandad laat zich niet zien. Later stelt men mij ‘gerust’, mij zou niets zijn overkomen, zij stonden met een knuppel paraat bij het raam.

Ik blijf rustig, ga voorzichtig zitten en leg de schutter uit dat mijn gepensioneerde vader, zijn vroegere huisarts, momenteel in Griekenland rondreist. ‘Maar het is goed dat ík er ben, stel dat er in deze situatie iets met uw vrouw en zoontje gebeurt.’ Het kalmeert hem en hij laat zijn pistool zakken. Betrokkene is evident psychotisch en echt communiceren lukt niet. We komen overeen dat hij vrouw en kind en zichzelf geen geweld aandoet.

Ik laat een aantal tabletten (zo’n 200 mg aan Valium) op tafel achter, de politie en ik zullen weggaan en morgenochtend kom ik terug. Het is een enorme gok.

We komen overeen dat hij vrouw en kind en zichzelf geen geweld aandoet

De volgende ochtend vroeg belt zijn vrouw dat haar man bewusteloos is. Mijn vrouw belt ondertussen de politie. Als ik arriveer, ligt de man in diepe slaap op de grond. Al mijn tabletten zijn verdwenen. Vermoedelijk heeft hij alles direct ingenomen na mijn vertrek. De politiemensen ontdoen de man van zijn wapens – hij blijkt ook een geweer te hebben. Geboeid wordt hij afgevoerd.

Na drie maanden in een psychiatrische kliniek keert mijn cliënt terug. Hij bedankt mij voor de ‘goede zorgen’ met een prachtige kristallen whiskykaraf. In het jaar erna spreken we elkaar af en toe. Als ik hem op een vrijdag, de dag vóór mijn wintersportvakantie, desgevraagd bezoek, heeft hij zijn medicatie laten staan en is hij onrustig. We maken met hem en zijn vrouw afspraken over het beleid en de medicatie en ik licht al mijn collega’s in. Op de zondagochtend daarna kan een van hen niets anders dan suïcide vaststellen.

Mijn vrouw en ik hebben na deze hele geschiedenis nog maar zelden een slaappilletje genomen. Je weet maar nooit.

Iedere medisch professional heeft wel een patiënt (gehad) die hij of zij nooit vergeet. Omdat de omstandigheden zo bijzonder waren, het behandeltraject aangrijpend, of juist omdat zich iets grappigs voordeed in het contact. In deze reeks leest u hun verhalen.

 

Delen