Tegelwijsheid

Toine Heijmans is romanschrijver en verslaggever van de Volkskrant. Zijn eerste roman, Op Zee, is verfilmd en veelvuldig vertaald. Dit jaar verscheen Pristina, over een uitzettingsambtenaar en een vreemdeling.

 

 

Op deze plek verhalen schrijvers, journalisten en publicisten over een persoonlijke ervaring met de gezondheidszorg hen houden ze (para)medici een spiegel voor. 
Het beste advies dat ik ooit kreeg van een dokter was: leer er maar mee leven. Van alle adviezen die ik van dokters kreeg, is die blijven hangen.

Elke keer als mijn maag zich tegen mij keert denk ik aan die dokter, van wie ik de naam vergeten ben, want het is vijftien jaar geleden. Ik herinner me nog wel zijn steriele spreekkamer en de manier waarop hij het zei: achteloos en dwingend tegelijk, zoals alleen dokters dat kunnen. Alsof hij een recept uitschreef.

‘Leer er maar mee leven’ – het zou in elke spreekkamer van elke dokter moeten hangen, op een Delfts blauw tegeltje.

Van dokters niets dan goeds. Ik brak mijn been en dat is kundig gerepareerd met een titanium staaf. De gehoorbeentjes in mijn rechteroor zijn kunstmatig gereconstrueerd tijdens een microscoopoperatie. Ook zijn mijn amandelen geknipt. Maar mijn opstandige maag, een rebellengebied in mijn lichaam, laat zich door niemand temmen.

Alles geprobeerd hoor. Ik slikte zuurbinders, maagzuurremmers en peristaltiekversnellers. Er gingen slangen mijn slokdarm in, met een camera eraan, zodat ik mijn eigen binnenkant live op televisie zag. Ik at radioactieve pannekoeken en zag de deeltjes op een radarscherm door mijn slokdarm naar beneden wentelen. Ik slikte ballonnetjes door die in mijn maag werden opgeblazen. Maar de rebellen houden stand. Zolang ze hun territorium niet uitbreiden, kan ik niets anders doen dan ermee leven. En dat gaat best.

er is ook nog zoiets als een lot dat gedragen moet worden

Nu ben ik zelf met een dokter, wat voordelen heeft, en wat betekent dat onze brievenbus wordt belaagd door farmaceutenpost – op een of andere manier vindt de medische stand het normaal dat de marketingmachines van Roche, GlaxoSmithKline en Pfizer over privéadressen beschikken. Ik kijk graag naar hun folders en advertenties. Wat me fascineert, is de eenvormigheid ervan: de wereld van de farmaceuten is een Zeer Gelukkige Wereld met Zeer Gelukkige Plastic Mensen, die enthousiast door het leven gaan sinds ze pillen slikken van Roche, GlaxoSmithKline en Pfizer.

Voor elke kwaal een pil, alles is te repareren. Kijk! Deze man had erectieproblemen, maar dankzij ons is het weer woest gezellig in zijn bed. Kijk! Deze vrouw had spataderen, maar nu fietst ze weer lekker in een korte broek met haar vriendinnen over de Veluwe. Kijk! Deze man was terneergeslagen, maar nu stoeit hij weer uitgelaten met zijn kinderen op het strand. Die mensen bestaan niet, het zijn modellen en ik vraag me af of er ooit één dokter is geweest die na het zien van zo’n stralende plastic man op een ander soort erectiepil is overgestapt. Maar kennelijk werkt het wel, anders zouden de farmaceuten niet zo veel moeite doen reeksen glimmend zilveren enveloppen bij ons thuis te bezorgen.

Voor de krant verdiepte ik me laatst in de opmars der SSRI’s – gelukspillen, zeg ik er maar even bij. Die worden in verbijsterende hoeveelheden voorgeschreven; 1,1 miljoen Nederlanders gebruiken een antidepressivum. Dat begon met Prozac in de jaren negentig, waar journaliste Emma Brunt zo enthousiast over schreef, column na column. Nu is – u weet het vast – agomelatine in de mode. Stoere dokter die dan zijn receptenboek pakt, en ‘leer er maar mee leven’ opschrijft.

Er gaat weleens iets mis met het lichaam, en met het leven. Heel fijn als een dokter dat op kan lossen. Goed ook dat er pillen zijn, zeer bedankt. Maar er is ook nog zoiets als een lot dat gedragen moet worden – en dat mensen dragen kunnen. Daar zijn ze op gebouwd.