Trots op National Health Service

Hoe presteert de Britse National Health Service, het staatsgerunde stelsel van gezondheidszorg in de UK? De Britse media focussen op knelpunten en problemen, maar in werkelijkheid doet de NHS het helemaal niet zo slecht. Misschien kan Nederland er nog iets van opsteken.

Tekst: Flip Vuijsje | Beeld: Tamar Smit

De Britten houden van hun National Health Service. Neem de openingsceremonie van de Olympische Spelen in 2012, toen in Londen honderden Britse doctors and nurses voor het oog van miljarden tv-kijkers prominent mee mochten paraderen. En kijk op een willekeurige tv-avond naar de BBC, waar bijna dagelijks een documentaire of serie (zoals Casualty) te zien is waarin de NHS mag schitteren. Bij ons zal niemand op het idee komen om in het Nederlandse zorgstelsel hét symbool van nationale trots te zien. De Britten doen dit wel, en schatten de NHS nog hoger in dan de koninklijke familie en The Beatles.

Maar houden ze zichzelf niet voor de gek? Iedere dag staan Britse media vol berichten over hoe de NHS juist tekortschiet. Over lange wachttijden, niet alleen voor eerstelijns- en electieve zorg maar ook voor sommige soorten kankerzorg. Over de chaos op overbelaste SEH’s. Over nijpende personeelstekorten, vooral aan huisartsen en verpleegkundigen, die nog eens extra kunnen oplopen bij een exodus van niet-Brits zorgpersoneel vanwege de Brexit. En over structureel geldgebrek, dat zonder maatregelen in 2020/21 zal zijn opgelopen tot 30 miljard pond per jaar.

Toch zijn de Britten in hun blijvende liefde voor de NHS, bijna zeventig jaar na de oprichting in 1948, echt wel goed bij hun verstand. Al die knelpunten bestaan wel degelijk. Maar de hieraan vastgeknoopte doemscenario’s zijn overdreven alarmistisch.

Veel van het publieke NHS-discours wordt opgezweept door achterliggende politieke agenda’s. En veel meer dan bij ons is het Britse medialandschap gepolariseerd, tussen een ‘links’ en een ‘rechts’ dat – mede door het
bizarre kiesstelsel – nooit heeft leren denken in termen van samenwerking en compromis. Voor rechts is de NHS nog steeds een aan de natie opgedrongen socialistisch project, ingevoerd door de eerste Britse regering waarin de Labour Party het alleen voor het zeggen had. Het verwijt van bureaucratische regelzucht en van aan ‘big government’ inherente verspilling is hierdoor nooit ver weg.

Links op zijn beurt levert dagelijks harde zorgkritiek op de huidige, conservatieve regering. Die durft de NHS niet af te schaffen, want dit zou politieke zelfmoord zijn, maar probeert die wel uit te kleden. Sluipende introductie van marktwerking en privatisering, kille bezuiniging onder het mom van bevordering van efficiency – allemaal heel erg verkeerd.

De Britten schatten de NHS nog hoger in dan de koninklijke familie en The Beatles

De werkelijkheid ziet er een stuk minder somber uit. Incidenten zijn er inderdaad, en hier en daar ook best problemen. En ja: de regering probeert wat aan de marges van het systeem te sleutelen. Maar intussen weet de doorsnee Britse burger zich nog steeds verzekerd van gezondheidszorg van goede kwaliteit en tegen een redelijke prijs.

Als wereldwijd standaardvoorbeeld van een ‘single-payer’ zorgstelsel, biedt de NHS gezondheidszorg die
voor iedereen gratis is at the point of use. Bijna alle financiering loopt via de algehele belastingheffing en is hierdoor feitelijk ‘onzichtbaar’ in de directe beleving van burgers en patiënten. Er zijn soms wel bescheiden eigen bijdragen, maar een maandelijkse zorgpremie en een eigen risico is iets wat de Britten niet kennen.

Ook als we naar de achterliggende cijfers kijken, blijkt de NHS een relatief kosten-effectieve leverancier van gezondheidszorg. De Britten besteden 9,8 procent van hun bruto binnenlands product (bbp) aan gezondheidszorg, iets onder het OECD-gemiddelde. Misschien dat het Britse zorgstelsel het op sommige performance-criteria iets minder goed doet dan het Nederlandse, dat jaarlijks 12 procent van het bbp kost, maar echt precies valt dit niet vast te stellen. Want internationale stelselvergelijkingen zijn altijd verraderlijk. Gebruikte criteria lopen uiteen, net als dus de uitkomsten. Dit neemt niet weg dat landen van elkaar kunnen leren, ook Nederland en Groot-Brittannië. Niet in de zin van: laten ook wij hier single-payer invoeren, of laten ze daar in de UK ons verzekeraarsgebaseerde stelsel adopteren. Dat soort drastische verandering is, nog afgezien van de wenselijkheid ervan, gewoon niet-realiseerbaar. Maar kijken naar concrete deelaspecten, kan wél nuttig en inspirerend zijn.

De Britse burger weet zich nog steeds verzekerd van gezondheidszorg van goede kwaliteit tegen een redelijke prijs

Eén voorbeeld: de NHS is niet alleen de (enige) partij die collectief gefinancierde zorg voor een deel extern inkoopt, bij providers die – zoals de meeste Britse huisartsen – zelfstandig gevestigd zijn, maar is ook zélf zorgaanbieder, als eigenaar van bijna 150 grote ziekenhuisorganisaties. Bijna alle medisch specialisten in die ziekenhuizen zijn in loondienst, en dat is misschien iets om naar te kijken in het licht van budgetbeheersing en governance.

Maar de interessantste lessen moeten nog komen. Als het gaat om dé grote zorguitdagingen in de naaste toekomst, zitten Nederland en Groot-Brittannië op een identiek spoor: van een almaar groeiende zorgvraag van een bevolking die gemiddeld steeds ouder en (chronisch) zieker wordt. Er is ook redelijke consensus over wat daarom te doen staat: het slechten van traditionele schotten in de zorg. Tussen zorg in de tweede lijn, in de eerste lijn en thuis. En tussen cure en care. En dit niet alleen in de feitelijke levering van zorg, maar ook in de bekostiging ervan. In Nederland bestaan hierover volop ideeën, plannen en regionale proeftuinen. Maar ook in de UK zijn allerlei initiatieven en hervormingen gaande richting méér samenwerking en méér integratie van zorg. David Ikkersheim van KPMG Health werkte in Londen een jaar lang voor de NHS, en schreef eind oktober voor Skipr een analyse met als titel Wat we kunnen leren van de Britse NHS. Zijn antwoorden focusten vooral op deze issues.

Tot slot nog dit. Zowel de NHS als ons Nederlandse eigen zorgstelsel voorziet in toegankelijke zorg van hoge kwaliteit, op een manier die goed beschouwd uniek is. Uniek, als we kijken naar de geschiedenis. En uniek, als we kijken naar het overgrote deel van de rest van de wereld van nu. De Britten zijn hier ongeremd trots op, soms op het chauvinistische af. Zo ver hoeven wij hier niet te gaan. Maar gewoon wat meer besef, ook publiekelijk beleefd, van de zegeningen van onze gezondheidszorg – dat zou ook Nederland niet misstaan.

Flip Vuijsje studeerde politieke wetenschap en sociologie, was hoofdredacteur van onder meer Intermediair en Arts en Auto en heeft een bureau voor zorgpublicaties.