Tussenjaar

Studievertraging? Verrijkingsjaar!

Een jaar geen kopzorgen, geen structuur en niet met je neus in de boeken, maar lekker aan het werk en/of op reis. Aan de andere kant: je loopt wel vertraging op. En lukt het wel om de draad daarna weer op te pakken? De plussen en de minnen van een tussenjaar tijdens de studie.

Tekst: Martijn Reinink Beeld: Tamar Smit

wee keer werd ze uitgeloot, dus deed ze eerst een jaar biologie en een jaar diergeneeskunde in Antwerpen, voordat ze wél werd ingeloot en aan de opleiding diergeneeskunde in Utrecht kon beginnen. Toen Marieke Beijaard (26) haar bachelor op zak had, was ze dus al vijf jaar aan het studeren. “Ik was het leren een beetje zat. Mijn motivatie was wat weggezakt.” Daarom koos ze vorig jaar voor een tussenjaar, net als de meesten van haar studiegenoten.

Van alle wo-studenten nemen degenen in de gezondheidszorg het vaakst een break tussen bachelor en master. Maar liefst zes op de tien, blijkt uit de MonitorBeleidsmaatregelen 2017-2018. Al kiest bijna de helft van hen (47 procent) niet vrijwillig voor een tussenperiode. Ze voldoen nog niet aan de instroomeisen van de master of moeten wachten tot ze met coschappen kunnen beginnen. Ook veel studenten diergeneeskunde hebben te maken met zo’n wachttijd. “Je moet meeloten om een masterplek”, vertelt Marieke. “Bij de master Landbouwhuisdieren, waarvoor ik heb gekozen, kon ik wel direct beginnen, maar wie voor de master Paard gaat, moet vaak een half jaar wachten.”

Bij hbo-studies in de gezondheidszorg komt een tussenjaar tijdens de opleiding bijna niet voor. Navraag bij verschillende hogescholen leert dat het om enkelingen gaat. Merijn Westbroek (21), student verloskunde uit Rotterdam, behoort tot die kleine groep. Vanuit Vietnam legt zij uit waarom ze tussen haar derde en laatste studiejaar voor een break heeft gekozen. “Na de middelbare school wilde ik al op reis, maar ik wilde ook heel graag verloskundige worden. Was ik gaan reizen en had ik me daarna ingeschreven, dan was ik twee jaar kwijt geweest als ik niet was ingeloot. Daarom heb ik me toen ingeschreven; en ik werd ingeloot. Maar na een minor in Kaapverdië wilde ik meer van de wereld zien. Voor de grap zeiden een studiegenootje en ik tegen elkaar: ‘We stoppen met school, we gaan op reis.’” 

Na een gesprek met een studieloopbaanadviseur werd die grap steeds serieu­zer. “Bijna alle verloskundigen krijgen meteen na het afstuderen een baan als waarnemer in een praktijk aangeboden, met een grote kans op een vast contract. Als je na je studie het vak een jaar niet uitoefent, is het een stuk ingewikkelder om in een praktijk in te stromen. Daarom was het nu of nooit.” 

Van alle wo-studenten nemen degenen in de gezondheidszorg het vaakst een break tussen bachelor en master

Hun keuze om tijdelijk de studie te staken, zorgde voor gefronste wenkbrauwen bij studiegenoten. “Studenten verloskunde zijn wel een beetje streberig.  Iedereen wil alles in één keer halen, want anders vertraag je en dat is not done. Maar uiteindelijk vonden ze toch het wel dapper van ons.”

Educatief verlangen 

Jan Bransen, hoogleraar filosofie van de gedragswetenschappen aan de Radboud Universiteit, juicht een tussenjaar toe. Hij pleit onder meer in zijn recent verschenen boek Gevormd of Vervormd? voor een complete herziening van het onderwijssysteem, van basisschool tot hoger onderwijs, dat hij volledig duaal zou willen inrichten. Maar dat zal niet een-twee-drie gebeuren en het nemen van een tussenjaar is dan in zijn ogen een goed alternatief. “Het huidige onderwijssysteem levert geen creatieve, nieuwsgierige mensen op, maar passieve reproduceerders van kennis”, zegt Bransen. “Studenten gaan zitten en luisteren naar wat nodig is om een toets en uiteindelijk een diploma te halen. Het zijn allemaal verplichte stapjes in een loopbaan, die niet voortkomen uit een educatief verlangen. Als je de praktijk meemaakt, dan kom je erachter waarom je kennis nodig hebt. Dan besef je dat je iets nog niet kunt of niet begrijpt, waardoor je een eigen, authentieke leervraag ontwikkelt. Natuurlijk kun je na de middelbare school niet direct als huisarts of tandarts aan de slag, maar je kunt wel van alles doen in de zorg. In een verpleeghuis leer je bij uitstek de kant van de patiënt kennen. Of ga in een hospice werken: leren omgaan met sterfelijkheid lijkt mij heel waardevol voor een toekomstige dokter. Maar zelfs een half jaar vakken vullen bij de Albert Heijn kan een zinnige ervaring zijn.”

Uitschrijven of niet?
Als je een tussenperiode neemt, kun je ervoor kiezen om je (via studielink.nl) uit te schrijven van de opleiding of niet. De meesten kiezen voor dat eerste, omdat je dan geen collegegeld hoeft te betalen. Maar let wel: je hebt dan ook geen recht op studiefinanciering en ov. Een eventuele lening bij DUO moet je beëindigen en na je uitschrijving kun je niet met studievragen terecht bij de opleiding.

Dat je door een tussenjaar langer over je studie doet, ziet Bransen absoluut niet als een nadeel. “Eerder als een voordeel. Je bent ouder, wijzer en niet alleen maar bezig geweest met wat men zégt dat je moet leren. Zie het niet als studievertraging, maar als een verrijkingsjaar.”

Student diergeneeskunde Marieke had haar tussenjaar van tevoren ingedeeld. Ze begon met drie maanden onderzoeksstage. “Die stage mocht ik alvast doen.” Daarna werkte ze in een ziekenhuis in Hilversum, als baliemedewerker op een ok-afdeling. “Leerzaam om een kijkje in de humane geneeskunde te nemen.” Vervolgens ging ze op reis, door Zuid- en Midden-Amerika, waar ze een maand vrijwilligerswerk deed bij een opvang voor apen en zeekoeien. “Heel erg leuk en leerzaam. Niet zozeer vakinhoudelijk, want ik mocht de verblijven schoonmaken, maar wel om te zien hoe ze wilde dieren opvangen en uiteindelijk weer uitzetten. En ook om mensen te spreken die een heel andere opvatting hebben over het houden van dieren dan wij in Nederland.” 

Het reizen op zich noemt Marieke ‘een levenservaring’. “Alles wat je doet, moet je zelf fiksen. Je leert ook relativeren. Tijdens de bachelor was ik weleens gestrest. Komt het allemaal wel goed? Haal ik alle toetsen wel? Nu denk ik: uiteindelijk komt alles goed.” 

Dit is herkenbaar voor verloskundestudent Merijn. “Je leert loslaten. In Nederland is het allemaal gepland, ligt alles vast. Hier waaien we met de wind mee. We rijden over een weg en moeten kiezen: links of rechts. We hebben geen navigatie, geen kaart en geen bereik. Op gevoel gaan we een kant op en dan zien we wel waar we terechtkomen. Dat is echt een geweldige ervaring.” 

Terug in de studiemodus

Over een paar maanden keert Merijn huiswaarts en pakt ze de studie weer op. Is het niet lastig om weer in die modus te komen? Marieke heeft het al meegemaakt. “Mijn kennis was wat weggezakt. Ik had het geluk dat mijn hele groep een tussenjaar had genomen; de docent legde af en toe wat meer uit.” Dat geluk heeft Merijn niet. Als zij terugkomt, zijn haar jaargenoten afgestudeerd. Bovendien begint ze direct met een stage. “Ik had een hechte band met mijn jaargenoten, maar zij zijn straks uitgevlogen, wonen niet meer in Rotterdam. Zelf moet ik nog zien waar ik ga wonen, want ik heb mijn kamer opgezegd. Op stage zal ik er wel even in moeten komen. Dat is altijd zo op een nieuwe stageplek, maar nu helemaal. Ik verwacht wel een soort van setback, maar het zij zo. Desnoods doe ik er een half jaar langer over.” 

Het belangrijkste nadeel van een tussenperiode is dat het zo veel geld kost

Uit de Monitor Beleidsmaatregelen blijkt dat studenten de moeite die het kost om weer in de studiemodus te komen, niet het grootste nadeel van een break vinden. Ook dat ze langer over de studie doen, noemen ze niet het grootste bezwaar. Nee, de meesten vinden het belangrijkste nadeel van een tussenperiode dat het zo veel geld kost. Merijn: “Na een lange reis, waar het overgrote deel voor kiest, begin je weer met een lege bankrekening. Voordat ik met stage start, moet ik echt nog een paar maanden werken. Want ik moet collegegeld betalen en als waarnemer word ik straks ook geacht een verloskundige uitzet aan te schaffen à twee- tot drieduizend euro, tweedehands.”

Toch wegen volgens beide studenten deze minnen niet op tegen de plussen. Marieke: “Ik had na mijn tussenjaar weer heel veel zin om te beginnen. Mijn motivatie was helemaal terug.” Merijn: “Reizen is fantastisch. Iedere dag doe je dingen waarvan je denkt: dit kan niet leuker. En de volgende dag is nóg leuker. Ik weet nu al dat ik op termijn als verloskundige in het buitenland wil werken.”