Uit de oude doos IX

In 1974 verschijnt voor het eerst Arts & Vrije Tijd, een extra uitgave van Arts en Auto. De redactie spreekt over een nieuw tijdschrift en heeft daar goed over nagedacht. Zij heeft zich dezelfde vragen gesteld die ook de lezers uit hun slaap hielden: heeft een arts überhaupt wel vrije tijd en is de titel daarom niet een contradictio in terminis?

Want de dokters zijn druk in die tijd, immers ‘als zij niet met hun praktijk bezig zijn, dan is er wel de vakliteratuur (de eeuwige education permanente!) of zijn er de – toch zeker niet minder noodzakelijke – bemoeienissen met het gezin’. Maar na ‘ampele’ overweging concludeert de redactie toch dat het nieuwe tijdschrift kan helpen bij het efficiënter besteden van de kostbare tijd.

Arts & Vrije Tijd

De schaarse vrije uurtjes besteedt de zorgprofessional blijkbaar grotendeels aan de woning. Ruim 80 procent van het blad gaat over wonen en in het tweede nummer geeft de 32-jarige succesvolle interieurarchitect Jan des Bouvrie zijn visie daarop. De ontwerper blijkt geen aanhanger van ‘de nostalgische woninginrichting met meubels uit grootmoeders tijd’.

Ook A&VT is modern en hip. In artikelen en advertenties volop aandacht voor de allernieuwste trends: vaste vloerbedekking in de badkamer, schrootjes, kurk-tegels, roodbruine plavuizen en zitkuilen.

Er vallen in 1974 twee afleveringen op de kokosmat. Daar blijft het bij, Arts & Vrije Tijd sterft een stille dood. Tijdgebrek?

 

 

Delen