Uit de oude doos XII

Toerisme naar Azië, zoiets bestond 55 jaar geleden niet. Alleen de reis erheen duurde al weken, dat moest meestal per schip. Maar vanaf 1960 werd alles anders. In januari van dat jaar juicht Arts & Auto: “Het straaltijdperk gaat beginnen. Straalvliegen over de oceaan is een belevenis!”. Die oceaan is dan vooral de Atlantische Oceaan en de belevenis geldt voor de toeristen die het water voortaan ook kunnen oversteken per kolossale verkeersvliegtuigen, zoals de Boeing 707 en de Douglas DC-8.

Het straalvliegen maakt de wereld kleiner en de vakantiemarkt groter. In 1965 gaat de Vereeniging van Artsen-Automobilisten die markt ook op met de oprichting van de V.V.A.A.-reisdienst. De R.V.A.A. verzorgt alle ‘reisaangelegenheden’ voor de leden, niet alleen vervoer en verblijf, maar ook vreemd geld en benzinebonnen.

De reisdienst verstuurt ook ‘vliegreizenprogramma’s’. Een daarvan is Veilig naar verre verten vliegensvlug. Daarin zijn, naast vliegreizen binnen Europa en naar de Verenigde Staten, ook bestemmingen in Azië te vinden. De leden kunnen naar India, Nepal, Ceylon, Kasjmir en Pakistan, typische jarenzestigbestemmingen met een hoog ‘hippie’-gehalte.

Anno 2014 ziet toeristisch Azië er anders uit. Ceylon heet Sri Lanka en Kasjmir en Pakistan zijn, zacht gezegd, niet zonder risico. En liever dan naar India of Nepal vliegt de toerist vandaag naar Bali, Thailand of Vietnam. Een paar uur langer reizen, maar nog altijd vliegensvlug.