Villa Koningslaan: deel 21

feuilleton / Lijk in de kast

Eerder:
Op Noëls 75e verjaardag vertelt Diana aan haar zus Sofie dat er volgens hun vader een lijk in de brandkast ligt.

Verbazing tekent zich af op Sofies gezicht. “Hè? Nog een keer, graag. Een lijk in de brandkast boven? In die kluis? Daar zitten toch alleen maar schilderijen in? En wat voor lijk is dat dan? Van een dier? Een kadaver?”

“Van een mens natuurlijk.”

“Nee Diaan, dat kan niet. Er passen veel dingen in… schilderijen, doosjes, documenten. Maar een lijk past er volgens mij niet in. En dat gaat toch verschrikkelijk stinken? Heb je het wel goed verstaan?”

Diana knikt gedecideerd.

“En wat heeft hij dan nog meer verteld? Van wie is dat lijk? En hoe komt het daar?”

“Het enige wat ik weet is dat er iemand hier onverwachts is gestorven en dat papa bang was dat ze hem zouden verdenken van moord. Toen heeft hij het lijk weggemoffeld.”

“Ja, maar daar acht je hem toch zeker niet toe in staat? Wat is dit voor waanzin? Hoe komt hij daarbij? Zou hij waanideeën hebben? Of zou hij gaan dementeren?”

“Je mag niets zeggen hoor. Ik had hem beloofd het geheim te houden.”

“Zusjes!!”

Plotseling klinkt Roemers stem door de hal. “Waar zitten jullie? We gaan even proosten en papa wil ook nog iets zeggen.” Sofie en Diana kijken elkaar aan.

Even later zitten ze in de huiskamer waar Noël met een lepeltje tegen zijn glas tikt. “Lieve familie. Ik stel het zeer op prijs dat jullie er allemaal zijn. Zoals jullie weten heb ik ooit meegedaan aan een onderzoek waarin bekeken werd of het gebruik van donkerveldmicroscopie haalbaar was om microcirculatieparameters te meten bij gezonde, verdoofde katten. En daarmee wilden we bepalen of chirurgische weefselmanipulatie en anesthesietijd deze parameters veranderen tijdens ovariohysterectomie. Anyway, ik heb daarmee nogal wat ervaring verkregen in het verrichten van de ovariohysterectomie bij onze felis silvestris catus.”

“Waar wil hij heen?” fluistert Sofie tegen Mary. Mary neemt hikkend een nipje van haar drankje.

“Goed, waarom vertel ik dit?” gaat Noël verder. “Ik kreeg van Maurice, de zoon van mijn oude vriend Wally, het verzoek om zijn kat Prinses Gracia te steriliseren. Maar helaas, Prinses Gracia kreeg een bloeding en legde het loodje. Kan gebeuren, nietwaar? Nu zijn er geen specifieke kattenrassen die inherent zwak of ziekelijk zijn. Elk kattenras kan individuen hebben met genetische aandoeningen of gezondheidsproblemen, maar dat betekent niet dat het hele ras zwak is. Er zijn echter wel bepaalde rassen waarvan bekend is dat ze een verhoogd risico hebben op bepaalde aandoeningen. Denk aan de Perzische kat: ademhalingsproblemen en huidaandoeningen. Of aan de Britse Korthaar: gevoelig voor polycysteuze nierziekte en hypertrofische cardiomyopathie.

Nou ja, hoe dan ook, Prinses Gracia legde het loodje. Maar ik durfde tegen Maurice niet te zeggen dat zijn kat op de operatietafel het leven had gelaten. Ze was gewoon het kittenkind van een gezonde lapjeskat en een Amsterdamse dakhaas, dus niks geen zwak, ziekelijk ras. Toch kreeg ze een bloeding.

Ik had haar natuurlijk terug moeten geven met de mededeling ‘operatie geslaagd, patiënt overleden’, maar ik kon ook zeggen dat ze de pootjes had genomen en niet meer was teruggekomen. Ik koos voor het laatste. Dus pakte ik twee stevige kadaverzakken van LDPE-plastic – ik heb er nog genoeg in de voorraadkast liggen – stopte de prinses erin, goot er formaline bij, knoopte de zak dicht en legde deze boven in de schilderijenkamer in de kluis. Mét…” Nu steekt hij zijn vinger omhoog. “Mét het voornemen om haar op een ander moment te begraven in de tuin of het park hiernaast.”

“Laat me raden”, roept Peter opeens. “Je bent het vergeten!”

“Precies. Dus nu ligt dat lijk van die kat al twee jaar in de kluis. Als ik de kamer betrad dacht ik wel steeds ‘er hangt hier een eigenaardige lucht’, maar zodra ik de deur achter me dichttrok was ik het weer kwijt.”

Sofie stoot Diana aan en zegt zacht: “En jij zei dat het een mens was.”

“Nou, dat was wat ik jullie wilde vertellen”, besluit Noël

“Waarom dit verhaal, pa?” vraagt Roemer.

“Omdat het weer eens wat anders is dan het geijkte verjaardaggelul”, zegt Noël. “Jullie weten toch wel dat ik erg op jullie gesteld ben. Dat hoef ik hier niet steeds te benadrukken. Nou, genoeg gekletst. Neem nog een drankje!”

‘Prinses Gracia legde het loodje. Maar ik durfde tegen Maurice niet te zeggen dat zijn kat op de operatietafel het leven had gelaten.’

“Nee, wacht eens”, zegt Roemer, “wat kwam er nou uit dat onderzoek?”

“Welk onderzoek?”

“Dat meten van microcirculatieparameters bij gezonde, verdoofde katten.”

Noël kijkt hem lodderig aan. “Geen idee. Ik heb me eruit teruggetrokken.”

Menaggio (Italië), juli 1995

Het is drukkend warm. Roemer staat rechtop in zijn tuin die vanaf het huis glooiend naar beneden afloopt, hier en daar met trapjes op de kiezelpaden. Hij tuurt naar de overkant van het Comomeer waar boven de bergkammen zware donkere wolken hangen die niet veel goeds voorspellen. Op het meer beneden trekken meerdere boten smalle strepen over het wateroppervlak. Achter Roemer komt de tuinman aangesjokt. “Signore, va bene se torno a casa? Credo che tutto il lavoro sia finito oggi.”

Roemer draait zich om. “Certo Leonardo, va bene, a domani.”

De tuinman groet Sofie en Diana, die beiden aan de tuintafel zitten, en verdwijnt door het metalen toegangshek. Roemer laat zich zuchtend op een van de stoelen zakken. “Het is goed dat hij er is. Zonder tuinman is het hier gewoon niet te doen. Morgen komt hij weer.”

Sofie kijkt in het rond. “Wat een weelde dat je dit hier op de kop hebt kunnen tikken, Roem. Ik sta er nog steeds van te kijken.”

“Eens, en geweldig om hier een keer te zijn”, zegt Diana. “Is papa al eens geweest?”

“Papa? Haha, nee. Die is z’n Amsterdamse huis niet meer uit te slaan.”

“Nee hè?”, zegt Sofie “Hij begint nu toch echt oud te worden.”

Diana knikt. “Ja, en wat vinden jullie eigenlijk van dat verhaal over die kat? Ik weet zeker dat-ie het tegen mij over een mens heeft gehad. Hij had het over een vrouw die een hartaanval kreeg, maarop z’n verjaardag maakte hij er ineens een kat van…”

“Wat is er uiteindelijk met die kat gebeurd?”

“Dat weet niemand.”

“Ik vermoed dat hij haar toch begraven heeft. Gewoon gat in de grond, zak erin, dicht gooien, klaar.”

“Papa doet wel meer vreemde dingen”, zegt Diana. “Vorige week belde hij me midden in de nacht op. ‘Wat gaan jullie vandaag doen?’ vroeg hij. Om drie uur ’s nachts!”

“Eerlijk? Klonk hij verder nog verward?”

“Nou nee. Dat was alles. Maar evengoed wel merkwaardig, toch?”

“Is het wel verantwoord om hem alleen in dat grote huis te laten?”

“Nou ja, hij is toch niet dement? Een beetje vergeetachtig misschien. Zijn we dat niet allemaal op die leeftijd?

Op hetzelfde moment wordt er in Nederland bij de villa in Amsterdamse Koningslaan aangebeld. Omdat zijn hulp vandaag vrij is, doet Noël zelf open. Voor de deur staan een man en een vrouw. De vrouw laat een identificatiekaart van de regionale recherche zien. “Bent u Noël Heuvels?” vraagt zij.

“Dat klopt.”

“Meneer Heuvels, we zijn hier in verband met de zoektocht naar Marijke de Zwart, een jonge vrouw die in 1992 spoorloos verdween. Onlangs is gebleken dat zij hier in de buurt voor het laatst is gesignaleerd. Mogen wij binnenkomen en u wat vragen stellen?”


Volgende maand:

De rechercheurs laten zich door Noël verrassen. Krijgen zij te horen waarvoor ze gekomen zijn?

artsenauto.nl/feuilleton

Auteur Adri van Beelen is verpleegkundige (niet-praktiserend), (freelance) journalist, programmamaker en auteur van de volgende boeken: In vrije val (2008)Celeste (2012)Verborgen (2013)De vrouwenverzamelaar (2015)De familie Duinen (2017)Het zieke vliegtuig (2019)

Delen