VvAA pleit voor uitstelregeling bij nieuwe jaarverantwoordingsplicht

Nadat de eerstelijnskoepels afgelopen maand opnieuw kritiek uitten op de jaarverantwoordingsplicht, voegt VvAA daaraan toe dat het voor dienstverleners ook nagenoeg onhaalbaar is voor alle zorgaanbieders tijdig de financiële jaarverantwoording op te leveren. 

Tekst: Martijn Reinink 

Nu de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) en de aanpassingswet Wtza (AWtza) in januari van dit jaar in werking zijn getreden, moeten alle Wmg-zorgaanbieders een openbare jaarverantwoording afleggen. Wat betekent dat zij vanaf 2023 elk jaar vóór 1 juni hun financiële jaarcijfers over het voorafgaande kalenderjaar moeten aanleveren en twee vragenlijsten moeten invullen. Vanuit de eerste lijn is er al langere tijd kritiek op de nieuwe verantwoordingsplicht. Koepelorganisaties vinden dat deze plicht het doel – zorgfraude bestrijden – voorbijschiet en vrezen ‘onaanvaardbare extra regeldruk’. VvAA-adviseur Erik van Dam deelt die zorg én voegt daar nog een praktisch bezwaar aan toe. “Het is voor dienstverleners zoals VvAA nagenoeg onhaalbaar om binnen vijf maanden voor zoveel zorgaanbieders een jaarrekening op te maken, die nodig is om aan de jaarverantwoordingsplicht te voldoen.”

Eerder wezen eerstelijnskoepels al op het feit dat er te weinig (zorg)accountants zijn om alle circa 19.000 kleine zorgaanbieders jaarlijks te controleren en voor 1 juni van een controleverklaring te voorzien. Dat heeft tot een wettelijke aanpassing geleid: zorgaanbieders met een netto omzet onder de 12 miljoen, met minder dan 50 werknemers en waarbij de waarde van de activa op de balans niet meer dan 6 miljoen bedraagt, zijn vrijgesteld van een verplichting om de financiële verantwoording door een accountant te laten onderzoeken. 

“Zo’n accountantsverklaring was helemaal disproportioneel voor kleine zorgaanbieders”, stelt Van Dam, “maar nog steeds moet men vóór 1 juni de jaarverantwoording over het voorafgaande kalenderjaar aanleveren. Dat is een idioot korte termijn.” Dat uitstel van openbaarmaking niet mogelijk is, bevreemdt hem. “Voor belastingplichtigen is er niet voor niets een uitstelregeling tot 1 mei van het jaar dáárna. Een vergelijkbare regeling zou voor deze jaarverantwoordingsplicht ook niet meer dan logisch zijn.” 

Kijken naar de uitvoering

Voordat het commissiedebat zorgfraude afgelopen maand plaatsvond in de Tweede Kamer, riep de Eerstelijnscoalitie (samenwerkingsverband tussen LHV, KNMT, KNMP, KNGF, NVM – mondhygiënisten, ONT, InEen, LVVP, NVvP en KNOV) nogmaals op de voorgenomen jaarverantwoording aan kleine eerstelijnszorgaanbieders te heroverwegen. In het debat zelf gaf minister Conny Helder (langdurige zorg) aan dat ze de regeling niet kan laten vallen, maar wel ‘echt goed wil kijken naar de uitvoering’. Daarover gaat ze met de Eerstelijnscoalitie in overleg. Medio maart informeert de minister de Tweede Kamer over de uitkomsten van dit overleg.